Bestemmingen

Mooiste bezienswaardigheden in Thailand

Van Bangkok en Kanchanaburi tot Phuket, Chiang Mai en de eilanden Koh Samui en Koh Chang: een nuchter overzicht van de mooiste bezienswaardigheden in Thailand met praktische tips.

Lynn 2 mei 2026 16 min lezen
Mooiste bezienswaardigheden in Thailand

Thailand zit zo vol mooie plekken dat je makkelijk keuzestress krijgt. Van tempelsteden en jungle tot tropische eilanden en drukke steden: het past eigenlijk niet in één reis. Het helpt als je vooraf weet welke bezienswaardigheden echt de moeite waard zijn en hoe je ze handig met elkaar combineert.

In deze gids neem ik je mee langs de bekendste plekken, met praktische tips uit de praktijk. Zodat je niet alleen van hoogtepunt naar hoogtepunt holt, maar ook tijd hebt om rustig een ijskoffie te drinken en gewoon te kijken wat er om je heen gebeurt.

Bangkok: tempels, chaos en verborgen rust

Bangkok is vaak je eerste kennismaking met Thailand. De stad is druk, warm en soms overweldigend, maar als je het slim aanpakt is het vooral een leuke, levendige start van je reis. Plan minimaal twee volle dagen voor Bangkok, zodat je niet alles in één gehaaste dag hoeft te proppen.

Het koninklijk paleis en Wat Phra Kaew (de tempel van de smaragdgroene Boeddha) horen er echt bij. Ga zo vroeg mogelijk na openingstijd, liefst direct om 8.30 uur. Tegen 10.00 uur stroomt het vol met tourgroepen en in het droge seizoen is het dan al flink heet. Let op de kledingregels: lange broek of rok en schouders bedekt. Een dun katoenen shirt en luchtige linnen broek werken beter dan een gehuurde, plakkende sarong.

Combineer het paleis met Wat Pho, de tempel met de liggende Boeddha. Daar kun je in de massageschool op het tempelterrein een traditionele Thaise massage nemen. Heel fijn na een ochtend zweten tussen de gouden stoepa’s. Steek daarna met de veerboot de rivier over naar Wat Arun. De boot kost maar een paar baht en vaart de hele dag heen en weer, ideaal om meerdere tempels in één route te stoppen.

Bangkok is veel meer dan alleen tempels. In Chinatown (Yaowarat) eet je ’s avonds de lekkerste streetfood bij kraampjes in zijstraten, bijvoorbeeld verse dumplings of gegrilde vis bij Yaowarat Road. Overdag kun je door de smalle steegjes dwalen en kleine Chinese tempels inlopen. Voor een totaal andere sfeer ga je naar Lumpini park, waar locals hardlopen, tai chi doen en varanen langs het water schuifelen.

Ben je in het weekend in de stad, dan is de Chatuchak weekendmarkt een klassieker. Je vindt er alles: kleding, kunst, planten, keukenspullen en vooral veel eten. Ga vroeg in de ochtend, dan is het nog enigszins koel en kun je rustig rondkijken. Andere interessante stops zijn het Nationaal Museum, vlak bij het paleis, en Jim Thompson House bij Siam, een traditioneel houten huis midden in de stad.

Praktische tips voor Bangkok

  • Gebruik de BTS Skytrain of metro om files te vermijden, bijvoorbeeld tussen Sukhumvit, Silom en de rivier.
  • Neem een riviertaxi over de Chao Phraya om tempels als Wat Pho, Wat Arun en het paleis handig te combineren.
  • Plan tempelbezoeken in de ochtend en bewaar airco-activiteiten, zoals winkelcentra rond Siam of musea, voor het heetste deel van de dag.
  • Verblijf bij voorkeur in de buurt van een BTS- of metrostation, bijvoorbeeld rond Asok, Sala Daeng of Saphan Taksin.

Let op tuk-tuks die je voor een paar baht een hele tour beloven. Vaak eindig je vooral bij juweliers en kleermakers. Spreek vooraf duidelijk af waar je heen wilt en wat het kost, of neem gewoon een taxi met meter.

Kanchanaburi en de brug over de River Kwai

Kanchanaburi voelt als een andere wereld vergeleken met Bangkok. Groener, rustiger en met een zware geschiedenis die je echt raakt. De brug over de River Kwai en de dodenspoorlijn zijn indrukwekkend, ook als je normaal niet heel veel met geschiedenis hebt.

Je reist vanuit Bangkok met de trein vanaf Thonburi of met de bus vanaf het zuidelijke busstation. De trein is trager, maar de route langs rijstvelden en kleine dorpen maakt veel goed. In Kanchanaburi zelf kun je makkelijk een fiets of scooter huren om je te verplaatsen tussen de brug, de oorlogsbegraafplaats en je guesthouse aan de rivier.

Plan zeker een halve dag voor de brug, het Jeath-museum en de oorlogsbegraafplaats. Het is confronterend om te zien hoeveel krijgsgevangenen en arbeiders hier zijn omgekomen bij de aanleg van de spoorlijn richting Myanmar. Neem de tijd om de borden te lezen en niet alleen een foto op de brug te maken. Een voorbeeld van een logische route: eerst het Thailand-Burma Railway Centre, dan de begraafplaats, en als afsluiter de brug zelf.

Een van de mooiste ervaringen is de treinrit over de dodenspoorlijn richting Nam Tok. De trein rijdt langzaam over houten viaducten langs steile kliffen en de rivier. Verwacht geen luxe, maar wel uitzicht waar je stil van wordt. Koop gewoon een kaartje voor derde klas, dat is prima en je zit tussen de locals.

Rond Kanchanaburi ligt veel natuur. De Erawan watervallen zijn het bekendst, met zeven niveaus waar je in turquoise poeltjes kunt zwemmen. Trek goede sandalen of sportschoenen aan, want hogerop wordt het pad glibberig en ongelijk. Neem een droge set kleding mee, plus een waterdichte zak voor je telefoon. Andere opties zijn Sai Yok National Park of een kajaktocht over de rivier, als je net wat minder toeristische natuur zoekt.

Handige combinaties in Kanchanaburi

  • Dag 1: aankomst, brug over de River Kwai, Thailand-Burma Railway Centre en oorlogsbegraafplaats, afsluiten met diner aan de rivier.
  • Dag 2: Erawan watervallen (het liefst vroeg), eventueel gecombineerd met een korte treinrit over de dodenspoorlijn.
  • Dag 3: extra natuur, bijvoorbeeld een kajaktocht, een grot bezoeken of een fietsrit langs dorpjes.

Veel reizigers proberen Kanchanaburi in één dagtrip vanuit Bangkok te doen. Dat kan, maar dan zit je vooral in de bus. Twee nachten in Kanchanaburi geeft veel meer rust en ruimte om de geschiedenis en natuur echt te ervaren.

Phuket: strand, zee en drukte opzoeken of ontwijken

Phuket wordt vaak de parel van het zuiden genoemd. Je vindt er lange stranden, helderblauw water en overal palmbomen. Tegelijk is het ook een van de drukste strandbestemmingen van Thailand, dus waar je slaapt maakt enorm veel uit.

Rond Patong Beach draait alles om uitgaan: bars, clubs, neon en drukte tot laat in de nacht. Leuk als je van stappen houdt, maar minder handig met kinderen of als je vroeg wilt slapen. In dat geval zijn Kata en Karon Beach betere keuzes. Nog steeds genoeg restaurants en winkeltjes, maar een stuk relaxter. Aan de noordkant, bij Mai Khao of Nai Yang, is het rustiger en meer gericht op natuur en resorts, ideaal als je vooral wilt uitrusten.

Phuket Town is de moeite waard als je even iets anders wilt dan strand. Je loopt er langs kleurrijke Sino-Portugese huizen, kleine koffietentjes en lokale eettentjes. In straten als Thalang Road hangt ’s avonds een gezellige sfeer, zeker tijdens de weekendmarkt. De grote Boeddha op de heuvel tussen Chalong en Kata is een bekende bezienswaardigheid, vooral voor het uitzicht over de baaien.

Qua activiteiten kun je alle kanten op: parasailen in Patong, een kookcursus in Kata of snorkelen bij kleine eilandjes voor de kust. Boottochten naar bijvoorbeeld de Phi Phi-eilanden of Phang Nga Bay zijn populair. Boek boottochten bij een betrouwbare organisatie en vraag naar het maximaal aantal mensen per boot. Goedkope tours zitten vaak propvol, waardoor je weinig tijd op de eilanden hebt en vooral in de rij staat.

Praktische tips voor Phuket

Het klimaat is het hele jaar door warm, vaak tussen de 24 en 32 graden, met een zeebriesje erbij. In het regenseizoen, grofweg van mei tot oktober, kan de zee ruiger zijn en zijn sommige boottrips beperkt. Check altijd de vlaggen op het strand voor je gaat zwemmen; de stroming kan verraderlijk zijn, zeker bij rode vlaggen.

  • Reis je met kinderen, kies dan voor een strand als Kata of Kamala met rustigere zee en meer familievriendelijke hotels.
  • Wil je duiken of snorkelen, dan zijn de maanden december tot en met april meestal het beste qua zicht.
  • Gebruik op de scooter altijd een helm en rij niet in het donker over onbekende wegen.

Houd er rekening mee dat sommige dierenattracties, zoals tijgertempels of olifantenshows, niet diervriendelijk zijn. Kies liever voor een ethisch olifantenopvangcentrum op het vasteland of in het noorden, waar je de dieren op afstand kunt bekijken zonder ritjes of kunstjes.

Chiang Mai: tempels, markten en festivals in het noorden

Chiang Mai wordt ook wel de roos van het noorden genoemd. De stad is een stuk rustiger dan Bangkok, maar levendig genoeg om je dagenlang te vermaken. In de oude stad liggen tientallen tempels op loopafstand van elkaar, zoals Wat Chedi Luang en Wat Phra Singh. Je hoeft ze echt niet allemaal te zien; kies er een paar uit en neem de tijd.

Een van de bekendste bezienswaardigheden is Wat Phra That Doi Suthep, de tempel op de berg net buiten de stad. Je bereikt hem via een trap met zo’n 300 treden, bewaakt door twee draken. Ga vroeg in de ochtend, dan is het nog niet zo heet en heb je meer kans op helder uitzicht over Chiang Mai. Boven vind je een gouden pagode waar pelgrims uit heel Thailand naartoe komen en vaak bloemen en wierook offeren.

Chiang Mai staat ook bekend om zijn nachtmarkten. De Night Bazaar aan Chang Klan Road is groot en toeristisch, maar wel leuk voor zijden sjaals, houtsnijwerk en souvenirs. Op de Sunday Walking Street in de oude stad is de sfeer wat gezelliger, met veel eten en live muziek. Reken op drukte, maar ook op heel veel keuze aan snacks, van mango sticky rice tot gegrilde worstjes uit het noorden.

De stad heeft een eigen karakter met eigen gebruiken, festivals en zelfs een eigen dialect. In februari is het Bloemenfestival, waarbij de stad vol staat met bloemenwagens en optochten. In april wordt Songkran gevierd, het Thaise nieuwjaar, dat in Chiang Mai uitloopt op een gigantisch watergevecht in en rond de oude stadsgracht. In november is Loi Krathong, wanneer mensen kleine bootjes met kaarsjes te water laten. Reis je rond een festival, boek dan je accommodatie ruim van tevoren en houd rekening met drukkere vluchten en treinen.

Natuur rond Chiang Mai

Net buiten de stad begint de natuur. Aan de voet van Doi Inthanon, de hoogste berg van Thailand, ligt de Mae Klang waterval, een van de meest gefotografeerde watervallen van het land. Je kunt hier goed een dagtrip van maken vanuit Chiang Mai, gecombineerd met uitzichtpunten, de tweelingpagodes en kleine dorpjes in de bergen. Neem een vest mee, want hoger in de bergen kan het verrassend fris zijn, zeker vroeg in de ochtend.

Andere opties zijn een dagtrip naar Pai voor wie de tijd heeft, of een bezoek aan warmwaterbronnen bij San Kamphaeng. Let bij jungletochten of bezoeken aan bergdorpen op de aanbieder: kies voor kleinschalige organisaties die respectvol omgaan met de lokale bevolking en natuur, en vermijd tours waarbij je duidelijk voelt dat het dorp vooral een soort openluchtmuseum is.

Eilanden in de Golf van Thailand: Koh Samui en Koh Chang

Thailand heeft tientallen eilanden, maar Koh Samui en Koh Chang springen er allebei uit, elk op hun eigen manier. Ze liggen in de Golf van Thailand en zijn goed te combineren met een rondreis door het land, zeker als je Bangkok als startpunt hebt.

Koh Samui ligt zo’n vijfhonderd kilometer ten zuiden van Bangkok en is een van de populairste eilanden. Je vindt er veel stranden, van drukke stukken bij Chaweng tot rustigere baaien bij Lamai, Bophut of Maenam. Allemaal met wit zand, koraalriffen en vaak een vissersdorpje in de buurt. Zoek je rust, kies dan voor een kleinschalige accommodatie aan een kleinere baai in plaats van aan het hoofdstrand van Chaweng.

Het binnenland van Koh Samui is groener dan veel mensen denken. Je rijdt langs kokosplantages en kleine dorpjes en kunt watervallen bezoeken, zoals de achttien meter hoge Na Muang waterval. Aan de voet kun je zwemmen in een natuurlijk bassin, heerlijk na een warme rit. Aan de zuidkust, bij Laem Set, ligt een vlindertuin waar je rustig kunt rondlopen tussen de vlinders en tropische planten.

Voor wie van duiken of kajakken houdt, is het Ang Thong Marine National Park een hoogtepunt. Dit zeereservaat bestaat uit tientallen eilandjes met kalkstenen kliffen, verborgen lagunes en uitzichtpunten. Vanaf Koh Samui vertrekken dagelijks boten voor dagtrips. Je kunt er snorkelen, kajakken en in sommige gevallen zelfs een nacht blijven in een eenvoudige bungalow op Ko Wua Talap, het hoofdeiland. Neem zeeziekpilletjes mee als je gevoelig bent voor golven, want de zee kan soms onrustig zijn.

Koh Chang is het op een na grootste eiland van Thailand en ligt dichter bij de Cambodjaanse grens. Ongeveer 70 procent van het eiland bestaat uit regenwoud en maakt deel uit van een National Marine Park. Het is een fijne plek als je natuur en strand wilt combineren. Aan de westkust liggen stranden als White Sand Beach, Klong Prao en Lonely Beach, waar je accommodaties vindt van simpele bungalows tot luxere resorts.

Op Koh Chang kun je goed wandelen in de jungle, watervallen bezoeken zoals Klong Plu, of een scooter huren om het eiland rond te rijden. Snorkeltrips vertrekken vaak naar kleinere eilandjes in de buurt, zoals Koh Rang en Koh Wai. Let bij het huren van een scooter op je verzekering en draag altijd een helm; de wegen zijn bochtig en kunnen glad zijn na regen, vooral rond de heuvels tussen de stranden.

Handige keuzes voor de eilanden

  • Reis je in onze zomer (juli/augustus), dan is de Golf van Thailand (Koh Samui, Koh Phangan, Koh Tao) vaak beter qua weer dan de westkust.
  • Wil je vooral snorkelen en rustig strand, dan zijn kleinere plekken als Maenam op Koh Samui of Klong Prao op Koh Chang een goede keuze.
  • Check altijd hoe je van en naar het eiland reist: sommige ferry’s varen minder vaak in het regenseizoen.

Ayutthaya en Sukhothai: oude koningssteden en tempelruïnes

Als je iets wilt begrijpen van de geschiedenis van Thailand, zijn Ayutthaya en Sukhothai mooie tussenstops. Beide waren ooit hoofdsteden en staan vol met tempelruïnes en Boeddhabeelden. Ze lijken een beetje op elkaar, maar de sfeer is anders en het loont om te kiezen welke beter in jouw route past.

Ayutthaya ligt op ongeveer twee uur rijden van Bangkok en is daardoor ideaal als dagtrip of als tussenstop richting het noorden. De stad ligt op een eiland tussen rivieren en staat vol met tempels en ruïnes. Je kunt het historische park goed per fiets verkennen. Huur een fiets bij je guesthouse of bij een van de verhuurders rond het park en fiets van tempel naar tempel. Bekende plekken zijn Wat Mahathat, met het Boeddhahoofd tussen de boomwortels, en Wat Chaiwatthanaram aan de rivier.

Je kunt Ayutthaya ook vanaf het water bekijken met een boottocht rond het eiland, vooral mooi rond zonsondergang. Dan zie je de tempels langzaam oplichten en is de hitte van de dag weg. Tegenover het historische park ligt het Chao Sam Phraya National Museum. Daar zie je bronzen Boeddhabeelden en gouden sieraden die bij opgravingen zijn gevonden. Dat maakt de ruïnes buiten net wat levendiger in je hoofd.

Sukhothai ligt verder naar het noorden en voelt rustiger en landelijker. Het historische park is ruim opgezet met vijvers, bomen en verspreide tempels. Ook hier is een fiets handig, zeker als je meerdere zones wilt zien. Sukhothai is perfect te combineren met een route tussen Bangkok en Chiang Mai, bijvoorbeeld met een nachtje in New Sukhothai en een dag in het park. De centrale zone met Wat Mahathat en de grote zittende Boeddha is een goede start.

Veelgemaakte fouten bij tempelsteden

  • Te weinig tijd: in één middag alles willen zien. Plan liever een volle dag in Ayutthaya of Sukhothai, zodat je niet alleen maar van punt naar punt fietst.
  • Geen rekening houden met de zon: midden op de dag is er weinig schaduw. Neem een pet, zonnebrand, genoeg water en eventueel een dun sjaaltje mee.
  • Onhandige kleding: korte shorts en hemdjes zijn niet handig bij tempels. Kies voor luchtige, bedekkende kleding die ook je schouders en knieën bedekt.

Een handige keuze is om Ayutthaya als dagtrip vanuit Bangkok te doen en Sukhothai te bewaren voor een langere route naar het noorden. Zo krijg je twee verschillende indrukken van de oude koninkrijken zonder dat je het gevoel hebt dat je steeds hetzelfde ziet.

Nationale parken en natuur: van Khao Sok tot Ang Thong

Thailand is niet alleen stranden en steden. De nationale parken zijn juist de plekken waar je het land op een andere manier leert kennen. Je ziet er jungle, kalksteenrotsen, watervallen en met wat geluk ook dieren als gibbons, neushoornvogels of zelfs wilde olifanten.

Khao Sok National Park, in het zuiden, is een van de mooiste natuurgebieden van Thailand. Je vaart er over het Cheow Lan-meer tussen hoge rotsen en slaapt op drijvende huisjes op het water. Overdag kun je wandelen in de jungle, grotten bezoeken of met een kajak het meer verkennen. Hou er rekening mee dat het hier vochtig en warm is; lichte, sneldrogende kleding en een dun regenjasje zijn geen overbodige luxe.

Dichter bij Bangkok ligt Khao Yai National Park, waar je kans hebt om wilde olifanten te spotten, vooral bij zonsopkomst en zonsondergang langs open grasvlaktes. Er zijn ook watervallen en uitzichtpunten die je met een gids of op eigen houtje kunt bezoeken. Een gids is handig als je meer wilt leren over dieren en planten en niet alleen een rondje wilt rijden. Vanuit plaatsen als Pak Chong worden veel tours aangeboden.

In het noorden vind je Doi Inthanon National Park, met de hoogste berg van Thailand. Hier is het koeler, soms zelfs fris, zeker in de vroege ochtend. Je kunt korte wandelingen maken naar watervallen en rijstterrassen, en de koninklijke pagodes bezoeken met uitzicht over de bergen. Combineer dit park bijvoorbeeld met een verblijf in Chiang Mai of een rondje Mae Hong Son als je meer tijd hebt.

Op zee zijn er ook beschermde gebieden, zoals het eerder genoemde Ang Thong Marine National Park bij Koh Samui. Rond de Similan-eilanden, voor de westkust bij Khao Lak, vind je een van de beste duikgebieden van Thailand, met helder water en veel leven onder water. Voor de meeste mensen is een snorkeltrip al genoeg om te zien hoe mooi het is. Respecteer altijd de regels in nationale parken: niet voeren, niets meenemen en geen afval achterlaten.

Voorbereiding voor een bezoek aan een nationaal park

  1. Check het seizoen: sommige parken zijn (deels) gesloten in het regenseizoen of hebben paden die onbegaanbaar zijn.
  2. Neem dichte schoenen mee voor wandelingen, geen slippers. Lichte wandelschoenen of stevige sportschoenen zijn vaak genoeg.
  3. Bescherm jezelf tegen muggen, vooral rond zonsopkomst en zonsondergang. Gebruik een middel met DEET of een lokaal product.
  4. Neem contant geld mee voor entreegelden, lokale gidsen en simpele eetstalletjes.
  5. Verwacht geen luxe: in veel parken zijn de faciliteiten basic. Een eigen lakenzak en zaklamp zijn handig.

Als je natuur in je route wilt opnemen, kun je bijvoorbeeld Khao Sok combineren met Phuket of Krabi, Khao Yai met Bangkok, en Doi Inthanon met Chiang Mai. Zo krijg je in één reis zowel stad, strand als echte jungle mee, zonder dat je overal uren voor hoeft te reizen.

Lees verder

Ben je tevreden over dit artikel?

Je feedback helpt ons onze content te verbeteren.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *