Bestemmingen

De 20 mooiste plekken van Peru

Peru is meer dan Machu Picchu. Van Cusco en de Heilige Vallei tot Titicacameer, Arequipa, Amazone, Paracas en de noordkust: zo kies je de mooiste plekken en maak je een logische route.

Lynn 5 mei 2026 17 min lezen
De 20 mooiste plekken van Peru

De 20 mooiste plekken van Peru

Peru is een land van uitersten: hoge Andespieken, diepe kloven, jungle, woestijn en een ruige kust. Juist omdat er zoveel te zien is, kan het lastig zijn om te kiezen. Met deze 20 plekken krijg je een goed beeld van wat Peru te bieden heeft en kun je een route plannen die logisch, haalbaar en vooral heel mooi is.

Je vindt hier de bekende hoogtepunten, maar ook minder bekende plekken die je reis net even anders maken. Denk aan koloniale steden, kleine bergdorpjes, ruige kustlijnen en verborgen ruïnes. Zo kun je stap voor stap bepalen wat bij jou past, in plaats van alles in één reis te willen proppen.

Machu Picchu en de Inca Trail

Machu Picchu is de plek waar bijna iedereen Peru mee associeert, en dat is niet voor niets. De ruïnestad ligt ingeklemd tussen steile, groene bergen en als de ochtendmist optrekt, voelt het alsof je in een andere wereld staat. Plan hier genoeg tijd, zodat je niet in één gehaast rondje alles moet zien en daarna meteen weer naar beneden moet.

Blijf bij voorkeur een nacht in Aguas Calientes, het dorp onder Machu Picchu. Dan kun je de eerste bus omhoog pakken en ben je er als het nog relatief rustig is. In de vroege ochtend is het licht zacht, de temperatuur aangenaam en heb je de grootste kans op een beetje stilte tussen de groepen door. Wil je meer uitdaging, koop dan een extra ticket voor Huayna Picchu of Machu Picchu Mountain. De trappen zijn steil en soms glibberig, maar het uitzicht over de hele site is echt de moeite waard.

Het weer bij Machu Picchu is onvoorspelbaar. Neem altijd een licht regenjack, een warme trui en iets luchtigs mee in je dagrugzak. In één ochtend kun je van zon en 25 graden naar mist en regen gaan. Een simpele poncho die je in Aguas Calientes koopt, is geen overbodige luxe.

De Inca Trail in de praktijk

De klassieke Inca Trail is een vierdaagse trektocht van de omgeving van Ollantaytambo naar Machu Picchu. Onderweg loop je door nevelwoud, langs oude Incaruïnes zoals Runkurakay en Sayacmarca en over hoge bergpassen. De hoogste pas, Dead Woman’s Pass, ligt ruim boven de 4.000 meter. Hoogte is hier echt een ding, dus zorg dat je al een paar dagen in Cusco of de Heilige Vallei bent geweest voordat je start.

Wat vaak misgaat: mensen boeken te laat, onderschatten de kou ’s nachts of nemen veel te veel mee. Voor de Inca Trail zijn per dag maar 500 permits beschikbaar, inclusief gidsen en dragers. In juli en augustus zijn die vaak maanden van tevoren uitverkocht. ’s Nachts kan het richting het vriespunt gaan, zelfs als jij overdag in een T-shirt loopt. Een warme slaapzak en thermokleding maken dan het verschil tussen slapen en de hele nacht liggen rillen.

  • Boek je permit minimaal 3 tot 6 maanden vooruit, zeker in het droge seizoen (mei tot en met september).
  • Laat je grote backpack in Cusco en neem alleen een dagrugzak mee met laagjes, snacks en water.
  • Neem goede snacks mee: noten, energierepen, gedroogd fruit en iets zouts tegen de hoogte.

Is de Inca Trail vol of hou je niet van kamperen, kijk dan naar alternatieven zoals de Salkantay-trek of de Lares-trek. De Salkantay-trek brengt je langs de besneeuwde Salkantay-berg en turquoise meren, vaak met eenvoudige lodges in plaats van tenten. De Lares-trek gaat meer door traditionele dorpjes, waar je mensen in kleurrijke kleding ziet die nog met alpaca’s werken. Je eindigt alsnog bij Machu Picchu, vaak met een treinrit via Aguas Calientes.

Cusco en de Heilige Vallei

Cusco is de stad waar veel reizen door Peru echt beginnen te leven. Je voelt hier meteen de mix van Inca-geschiedenis en Spaanse koloniale invloeden. Op het Plaza de Armas kijk je uit op kerken en arcades, terwijl in de wijk San Blas kleine cafés, ateliers en uitzichtpunten verstopt zitten. Plan hier minimaal drie nachten, zowel om de stad te ontdekken als om te wennen aan de hoogte.

Loop zeker naar de ruïnes van Sacsayhuamán boven de stad. Vanaf daar zie je goed hoe Cusco in de vallei ligt en hoe groot het eigenlijk is. De enorme stenen muren zijn indrukwekkend, vooral als je bedenkt dat ze zonder moderne machines zijn gebouwd. Andere fijne stops zijn de Qorikancha (de voormalige zonnetempel waar nu een klooster op staat) en de San Pedro-markt, waar je stapels fruit, aardappels en kazen ziet. In San Blas kun je ’s avonds gezellig eten, bijvoorbeeld bij een klein restaurantje met uitzicht over de stad.

De Heilige Vallei verkennen

De Heilige Vallei tussen Cusco en Machu Picchu is ideaal om dagtochten te maken of een paar nachten te blijven. Plaatsen als Pisac, Urubamba en Ollantaytambo zijn niet alleen handige uitvalsbases, maar ook zelf de moeite waard. In Pisac heb je een kleurrijke markt en indrukwekkende ruïnes boven het dorp, waar je langs terrassen en tempels wandelt. In Ollantaytambo loop je door smalle straatjes met waterkanaaltjes die nog uit de Incatijd stammen.

Een paar concrete stops in de Heilige Vallei:

  • De zoutterrassen van Maras, met honderden witte bassins tegen de bergwand.
  • Moray, met ronde terrassen die lijken op een amfitheater en mogelijk als landbouwlaboratorium dienden.
  • Chinchero, een dorp met weefdemonstraties en uitzicht op besneeuwde toppen als de Veronica.

Veel reizigers proberen hier te veel in één dag te proppen. De afstanden lijken kort, maar door bochtige wegen en hoogte kost alles meer tijd en energie. Combineer maximaal twee grote stops per dag en kies een vaste chauffeur of tour vanuit Cusco of Urubamba. Zo heb je tijd om echt even ergens te zitten, een koffie te drinken en de sfeer op te nemen, in plaats van alleen maar uit de bus te springen voor een foto.

Als je met kinderen reist, is de Heilige Vallei een fijne plek om een paar dagen te blijven. Kies bijvoorbeeld een kleinschalige lodge bij Urubamba met tuin en alpaca’s, en maak van daaruit korte uitstapjes naar Pisac of Maras. Zo verdeel je de indrukken beter en voorkom je dat iedereen na drie dagen compleet overprikkeld is.

Lima en de noordkust

Lima voelt in eerste instantie als een drukke, grijze metropool, maar als je iets beter kijkt, zie je hoe veelzijdig de stad is. Het historische centrum heeft pastelgekleurde gebouwen, houten balkons en pleinen zoals Plaza Mayor en Plaza San Martín. Plan minstens één volle dag als je vlucht het toelaat, zodat je niet alleen de luchthaven en een hotelkamer ziet.

De meeste reizigers slapen in Miraflores of Barranco. Miraflores is moderner, met parken langs de kliffen, winkelcentra als Larcomar en uitzicht op de oceaan. Je kunt er veilig ’s avonds wandelen en een fiets huren voor een rit langs de Malecón. Barranco is creatiever en wat bohemien, met street art, kleine barretjes en live muziek. De Brug der Zuchten en de omliggende straatjes zijn leuk om ’s avonds doorheen te slenteren.

De Peruaanse keuken proeven

Peru is meerdere keren uitgeroepen tot beste culinaire bestemming ter wereld, en Lima is daar het hart van. Je vindt er alles: van simpele cevicheria in de wijk La Victoria tot toprestaurants in Miraflores. Typische gerechten zijn ceviche (rauwe vis in limoensap), lomo saltado (roergebakken rundvlees met ui en tomaat) en aji de gallina (romige kipstoof met gele peper).

Handige eet-tips in Lima:

  • Eet ceviche vooral tijdens de lunch, dan is de vis het meest vers en zijn de beste cevicheria’s open.
  • Probeer een pisco sour in Barranco of Miraflores, maar houd het bij een of twee, zeker als je de volgende dag vroeg vliegt.
  • Heb je een gevoelige maag, begin dan met gekookte of gebakken gerechten en bouw langzaam op naar rauwe vis.

Reis je door naar de noordkust, dan kom je in kustplaatsen als Máncora, Vichayito en Los Órganos. Máncora is het bekendste surfdorp, met lange stranden, eenvoudige strandbarretjes en een relaxte sfeer. In Vichayito en Los Órganos vind je rustigere stranden en kleinschalige hotels, vaak direct aan zee. Ideaal als je na een intensieve route door de Andes een paar dagen wilt bijkomen.

Let op dat de zon hier extreem fel is. Zelfs op een bewolkte dag verbrand je zo. Neem een pet, zonnebril en factor 50 mee en zoek tussen 12.00 en 15.00 uur wat vaker de schaduw op. Met kinderen is een UV-shirt echt geen overbodige luxe.

Titicacameer en de omgeving van Puno

Het Titicacameer is het hoogste bevaarbare meer ter wereld en dat merk je aan alles. De lucht is dun, de zon is fel en het water is bijna onnatuurlijk blauw. Vanuit de stad Puno ga je het meer op, langs de drijvende rieteilanden van de Uros en grotere eilanden zoals Taquile en Amantani. Neem hier rustig de tijd, want de hoogte van rond de 3.800 meter kan best pittig zijn.

De rieteilanden van de Uros zijn fascinerend, maar ook erg toeristisch. Je stapt uit, krijgt uitleg over hoe de eilanden zijn gebouwd en maakt vaak een kort ritje in een rieten boot. Wil je een wat echtere ervaring, kies dan voor een overnachting bij een familie op Amantani of Taquile. Je slaapt dan simpel, vaak met een extra deken in plaats van een dikke deken, maar je krijgt wel een beter beeld van het leven op het meer. Verwacht aardappelsoep, quinoa, gegrilde forel en thee van coca-bladeren.

Praktische tips voor hoogte en kou

Een veelgemaakte fout is om van zeeniveau in Lima in één keer door te reizen naar Puno. Je lichaam kan dan flink protesteren. Beter is om via Arequipa of de Colca Canyon langzaam omhoog te gaan. Luister naar je lijf: hoofdpijn, misselijkheid en slapeloosheid zijn signalen dat je het rustiger aan moet doen.

Handige dingen om mee te nemen naar het Titicacameer:

  • Warme kleding voor de avond, ook in de Peruaanse zomer, inclusief muts en handschoenen.
  • Zonnebrand en een zonnebril, de zon is extreem fel op deze hoogte.
  • Contant geld in kleine biljetten voor souvenirs, bootjes en fooien op de eilanden.

Puno zelf is niet de mooiste stad van Peru, maar wel praktisch. Je vindt er pinautomaten, eenvoudige restaurants en tourbureautjes die dagtrips en overnachtingen op de eilanden regelen. Verwacht geen sfeervol koloniaal centrum zoals in Arequipa of Cusco, maar zie het als een handige uitvalsbasis. Als je weinig tijd hebt, is één volle dag en een nacht vaak genoeg.

Reis je met kinderen of ben je gevoelig voor hoogte, plan dan een extra rustdag na je bezoek aan het meer. Een nacht in een lager gelegen plaats, bijvoorbeeld op weg naar Arequipa of Cusco, helpt je lichaam om weer even bij te komen.

Arequipa, Colca Canyon en de Cordillera Blanca

Arequipa is een van de fijnste steden van Peru om even bij te komen. De stad is grotendeels gebouwd van witte vulkanische steen, waardoor het centrum licht en ruim aanvoelt. Op het Plaza de Armas zit je op een terras met uitzicht op de kathedraal en de vulkaan Misti op de achtergrond. Blijf hier minstens twee nachten, zodat je ook tijd hebt voor het Santa Catalina-klooster met zijn felgekleurde steegjes.

In Arequipa kun je makkelijk een dag vullen met slenteren langs het klooster, de lokale markt San Camilo en kleine cafés. De sfeer is relaxter dan in Lima of Cusco. Veel reizigers gebruiken Arequipa ook als opstap naar de Colca Canyon. Vanuit hier vertrekken bussen en tours naar Chivay en Cabanaconde, de dorpen aan de rand van de kloof.

De Colca Canyon is twee keer zo diep als de Grand Canyon en staat bekend om de condors die je bij Cruz del Condor kunt zien zweven. Je kunt kiezen uit dagtochten langs uitzichtpunten of een tweedaagse hike naar een oase als Sangalle. Reken op stevige afdalingen en klimmetjes, vooral op de terugweg. Wandelstokken zijn geen overbodige luxe als je knieën snel protesteren.

Hiken in de Cordillera Blanca

Ben je gek op bergen, dan is de Cordillera Blanca rond Huaraz een droom. Meer dan 700 gletsjers, turquoise meren en toppen boven de 6.000 meter maken dit een van de mooiste berggebieden van Zuid-Amerika. Bekende daghikes zijn Laguna 69 en Laguna Parón. Beide zijn prachtig, maar ook zwaar door de hoogte. Acclimatiseer een paar dagen in Huaraz voordat je aan de zwaardere tochten begint.

Voorbeelden van mooie tochten:

  • Laguna 69: daghike met een steile laatste klim, maar een felblauw meer en ijswanden als beloning.
  • Santa Cruz-trek: meerdaagse trek van 3 à 4 dagen langs valleien, passen en kleine kampplaatsen.

Veel reizigers onderschatten hier de kou. Overdag kan het zonnig en warm zijn, maar ’s nachts in een tent op 4.000 meter kan het flink vriezen. Een goede slaapzak (comfort rond -5), muts en handschoenen zijn geen luxe. Neem ook voldoende contant geld mee naar Huaraz, want pinautomaten doen het niet altijd en tours worden vaak contant afgerekend.

Als je niet zo’n fan bent van kamperen, kun je in Huaraz ook kiezen voor dagtochten en ’s avonds terug naar je hotel. Zo heb je wel de uitzichten op plekken als Pastoruri-gletsjer en Llanganuco-meren, maar slaap je gewoon in een bed met warme douche.

Woestijn, kust en wildlife: Paracas, Huacachina en de Ballestaseilanden

Ten zuiden van Lima verandert het landschap ineens in woestijn. Hier vind je Paracas, Huacachina en de Ballestaseilanden: een fijne combinatie van strand, zandduinen en dieren. Deze regio is ideaal als je in relatief korte tijd veel variatie wilt zonder binnenlandse vluchten.

Paracas is een rustig kustplaatsje aan een beschutte baai. Vanuit hier bezoek je het Paracas National Reserve, met rode zandstranden zoals Playa Roja, kliffen en uitzichtpunten over de oceaan. Je kunt met een taxi of tour langs de belangrijkste stops rijden en onderweg op eigen tempo foto’s maken en even uitwaaien. Veel hotels liggen direct aan zee, met een zwembad en hangmatten, waardoor het een fijne plek is voor een rustdag.

Ballestaseilanden en Huacachina

Vanaf Paracas kun je met een boottocht naar de Ballestaseilanden. Dit wordt soms “Galápagos voor arme mensen” genoemd, maar dat doet het eigenlijk tekort. Je ziet er zeeleeuwen, Jan-van-genten, soms pinguïns en enorme kolonies zeevogels. De tocht duurt meestal twee tot drie uur en gaat alleen bij rustig weer door. Neem een winddichte jas mee, want op de boot is het fris, ook als het op de kade warm is.

Huacachina is een oasedorpje bij Ica, midden in de zandduinen. Het is klein, toeristisch en een beetje surrealistisch: een meertje met palmbomen, omringd door hostels, bars en hoge duinen. De meeste mensen komen hier voor sandboarden en buggytours. Reken op veel zand in je schoenen, haren en tas. Ga bij voorkeur voor een late namiddag- of sunsettour, dan is het licht mooi en is het minder heet.

Een handige volgorde voor deze regio is:

  1. Lima → Paracas (Ballestas en Paracas National Reserve)
  2. Paracas → Huacachina (buggytour en sandboarden)
  3. Huacachina → Nazca (voor de Nazca-lijnen)

Bussen tussen deze plekken zijn comfortabel en goed geregeld, bijvoorbeeld met Cruz del Sur of Oltursa. Koop je ticket een dag van tevoren, zeker in het hoogseizoen en in weekenden. Reis je met kinderen, kies dan voor een ochtendbus, dan zijn de wegen rustiger en is iedereen nog fris.

Jungle, Nazca, Caral en Chan Chan

Naast bergen, meren en woestijn heeft Peru ook een groot stuk Amazone. Vanuit steden als Iquitos in het noorden en Puerto Maldonado in het zuiden ga je de jungle in. Denk aan kano’s over bruine rivieren, geluiden van krekels en kikkers ’s nachts en kans op dieren zoals tapirs, reuzenotters en papegaaien. Kies je lodge bewust: hoe verder van de stad, hoe meer junglegevoel, maar ook hoe eenvoudiger de voorzieningen.

Bij Iquitos kun je hoog door de boomtoppen lopen via hangbruggen en heb je uitzicht over het regenwoud. De stad zelf is druk en chaotisch, met veel mototaxi’s en markten langs de rivier. In Puerto Maldonado zijn de lodges vaak wat makkelijker bereikbaar en combineer je boottochten met wandelingen naar kleilikken waar ara’s en papegaaien zich verzamelen. Voor gezinnen is een lodge met vaste gidsen en duidelijke programma’s vaak het meest ontspannen.

Oude culturen en mysterieuze lijnen

Verder naar het zuiden, bij Nazca, vind je de beroemde Nazca-lijnen. Die zie je pas echt goed vanuit een klein vliegtuigje. Je vliegt dan over figuren als een aap, kolibrie en spin, in het zand getekend. De vlucht duurt meestal een half uur tot drie kwartier. Heb je snel last van wagen- of zeeziekte, neem dan een reispilletje: de piloot maakt veel bochten zodat iedereen de figuren goed kan zien.

Caral, op zo’n 200 kilometer ten noorden van Lima, is een van de oudste steden van Amerika. Je loopt er tussen piramides en ruïnes die uit de derde eeuw voor Christus stammen. Het is er vaak rustig, waardoor je de plek bijna voor jezelf hebt. Aan de noordkust, bij Trujillo, ligt Chan Chan: een enorme lemen ruïnestad met negen paleizen. Het Tschudi-complex kun je bezoeken, met pleinen en zalen die nog duidelijk herkenbaar zijn.

Trujillo zelf heeft een kleurrijk koloniaal centrum met een geel gemeentehuis en blauwe herenhuizen rond Plaza de Armas. In de buurt liggen ook de tempels van de Maan en de Zon (Huaca de la Luna en Huaca del Sol), met goed bewaarde muurschilderingen. Plan hier minstens één volle dag als je geïnteresseerd bent in pre-Inca culturen. De combinatie van stad, strand (bijvoorbeeld Huanchaco) en oude sites maakt dit deel van Peru heel anders dan de bekende Andesroute.

Steden, dorpen en het dagelijkse leven in Peru

Wat Peru zo leuk maakt, is niet alleen de natuur, maar ook het dagelijkse leven dat je overal tegenkomt. Ongeveer 30 miljoen mensen wonen er, met een mix van inheemse gemeenschappen, mestiezen en mensen met Europese of Aziatische roots. In steden als Cusco, Arequipa en Lima merk je die mix in taal, kleding en eten. Neem de tijd om gewoon rond te lopen en te kijken hoe het leven gaat, in plaats van alleen maar highlights af te vinken.

In Arequipa zie je vrouwen in traditionele kleding op de markt San Camilo, terwijl jongeren in hippe koffietentjes zitten te werken. In Cusco lopen toeristen en locals door elkaar op het Plaza de Armas, en in kleine dorpjes in de Heilige Vallei zie je mensen met ezels en schapen door de straten gaan. Een praatje maken lukt vaak prima met een paar woorden Spaans en een glimlach. De meeste Peruanen zijn vriendelijk en behulpzaam, zeker als je respect toont voor hun cultuur en niet zomaar foto’s maakt zonder te vragen.

Rust, strand en surfen

Heb je na al die indrukken behoefte aan een paar dagen niets, dan zijn kustplaatsen als Máncora in het noorden of Paracas in het zuiden ideaal. Máncora is het bekendste surfdorp van Peru, met lange golven, eenvoudige strandbarretjes en een relaxte sfeer. Verwacht geen ultieme luxe, maar wel zon, zee en veel vis op het menu. In het nabijgelegen Vichayito vind je iets rustigere stranden en kleinschalige lodges, fijn als je het wat minder druk wilt.

Paracas is rustiger en meer gericht op natuur, met het nationale park en de Ballestaseilanden dichtbij. In beide plaatsen is het fijn om een accommodatie te kiezen met een zwembad, zeker als je met kinderen reist. Boek in het weekend op tijd, want Peruanen zelf trekken ook graag naar de kust en populaire hotels zitten dan sneller vol.

  • Laat altijd wat ruimte in je planning, zodat je kunt schuiven bij vertragingen of hoogteklachten.
  • Plan na intensieve trajecten (zoals de Inca Trail of Colca Canyon) bewust een rustdag in een fijne stad of aan de kust.
  • Gebruik lange busritten tussen plekken als Lima, Arequipa en Cusco als “reisdagen” en plan die niet vol met activiteiten.

Waar je ook gaat in Peru, probeer af en toe gewoon op een bankje op het Plaza de Armas te zitten en te kijken hoe het leven om je heen doorgaat. Een ijsje in Arequipa, een koffie in Cusco of een simpele lunch op de markt zegt vaak meer over een land dan het zoveelste uitzichtpunt. Dat zijn meestal de momenten die je later het beste onthoudt.

Meer praktische reisinfo over reizen door Peru vind je in de Peru vakantieland wiki.

Ben je tevreden over dit artikel?

Je feedback helpt ons onze content te verbeteren.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *