Bestemmingen

Begur aan de Costa Brava: dorp, baaien en fijne slaapplekken

Begur is een sfeervol dorp aan de Costa Brava met kleine baaien, een kasteel op de heuvel, wandelpaden langs de kust en fijne accommodaties. Ideaal als rustige uitvalsbasis om de Empordà en omliggende stranden te ontdekk

Lynn 8 mei 2026 20 min lezen
Begur aan de Costa Brava: dorp, baaien en fijne slaapplekken

Doen in Begur: pareltje aan de Costa Brava

Begur is zo’n plek waar je het gevoel hebt dat alles net een tandje rustiger gaat. Een Catalaans dorp op een heuvel, met uitzicht op zee, een kasteelruïne en kleine baaien om de hoek. Ideaal als je de Costa Brava wilt ontdekken zonder midden in de drukte te zitten.

Je zit hier niet pal aan een boulevard, maar juist iets landinwaarts. Daardoor voelt Begur meer als een echt dorp dan als een resort. Vanuit het centrum rijd of wandel je zo naar verschillende stranden, wandelpaden en leuke plaatsen in de omgeving.

Waar ligt Begur precies?

Begur ligt in het noordoosten van Spanje, in Catalonië, provincie Girona. Op de kaart zie je het ongeveer halverwege de Costa Brava, iets landinwaarts tussen het middeleeuwse Pals en Palamós. Je zit hier in de Empordà, een streek met glooiende heuvels, wijngaarden en middeleeuwse dorpen zoals Pals en Peratallada.

Vanaf het dorp rijd je in een paar minuten naar de kust. Richting Sa Riera en Aiguablava gaat het via kronkelweggetjes naar beneden. Reken altijd wat extra tijd voor die kleine weggetjes, zeker in juli en augustus, want dan schuif je soms stapvoets achter andere auto’s aan.

Handige afstanden om Begur te plaatsen:

  • Girona stad – Begur: ongeveer 55 kilometer, zo’n 50 minuten rijden
  • Girona Airport – Begur: ongeveer 60 kilometer
  • Barcelona – Begur: ongeveer 130 kilometer, 1,5 tot 2 uur rijden afhankelijk van verkeer
  • Pals – Begur: ongeveer 10 tot 15 minuten rijden

Begur zelf is compact en overzichtelijk. Het centrum rond Plaça de la Vila verken je makkelijk te voet. De stranden en baaitjes liggen verspreid langs de kust, meestal op 5 tot 15 minuten rijden. Vanuit bijna elke straat zie je het kasteel boven het dorp uitsteken, dat helpt goed met oriënteren.

Zo voelt Begur een beetje als twee bestemmingen in één: een rustig dorp in de heuvels en een kust met kleine stranden en rotsachtige baaien. Als je niet houdt van massale boulevards en grote resorts, zit je hier goed.

Beste tijd om naar Begur te gaan

Je kunt Begur het hele voorjaar en najaar goed bezoeken, maar de sfeer verschilt per maand. In juli en augustus is alles open, maar ook het drukst en duurst. In mei, juni, september en begin oktober is het vaak nog warm genoeg om te zwemmen, terwijl de stranden rustiger zijn.

  • Mei en juni: fijn voor wandelen en dagtripjes, zee nog wat frisser
  • Juli en augustus: levendig, warm, drukker bij de baaien en op de parkeerplaatsen
  • September: vaak ideaal, warm water en minder drukte

Reis je met kleine kinderen of heb je een hekel aan volle stranden, kies dan liever voor juni of september. Dan kun je vaak nog prima tot laat in de avond buiten eten op een terras in Begur.

Hoe kom je in Begur?

Er zijn grofweg drie manieren om in Begur te komen: vliegen, met de bus of met de auto. Wat het handigst is, hangt af van hoe lang je gaat en hoeveel je wilt rondrijden langs de kust en in het binnenland.

Vliegen naar Girona of Barcelona

Het dichtstbijzijnde vliegveld is Girona-Costa Brava, op ongeveer een uur rijden van Begur. In het zomerseizoen zijn er vaak rechtstreekse vluchten vanuit Nederland. Een alternatief is Barcelona El Prat, op zo’n 1,5 tot 2 uur rijden.

Vanaf de luchthaven kun je:

  • Een auto huren: het meest praktisch als je de baaitjes rond Begur en dorpjes als Pals, Peratallada en Llafranc wilt bezoeken. De stranden liggen verspreid en het openbaar vervoer is beperkt.
  • Met de bus reizen: vanaf Girona en Barcelona rijden bussen richting de Costa Brava, vaak met een overstap in Palafrugell of een andere plaats in de buurt. Dit is goedkoper, maar kost meer tijd en je bent ter plekke minder flexibel.

Zelf merk ik dat een huurauto hier echt verschil maakt. Je kunt dan ’s ochtends naar Aiguablava, ’s middags nog even naar Sa Tuna en ’s avonds in Begur eten, zonder gedoe met bustijden of lange wachttijden in Palafrugell.

Met de bus vanuit Nederland

Als je geen zin hebt om zelf te rijden of te vliegen, kun je ook met een langeafstandsbus naar de Costa Brava. Er zijn aanbieders, zoals Interbus, die rechtstreeks vanuit Nederland naar Begur en omliggende plaatsen rijden, bijvoorbeeld naar campings bij Sa Riera of richting Pals.

Let op bij busreizen: check goed waar de halte precies is en hoe je vanaf daar bij je accommodatie komt. Soms is het nog een taxi- of transferritje naar het centrum of je camping. Vraag je accommodatie vooraf naar de makkelijkste route en richtprijs voor een taxi, zodat je niet ter plekke hoeft te puzzelen.

Met de auto vanuit Nederland

Vanaf Rotterdam is het ongeveer 1.400 kilometer naar Begur. Reken op zo’n 14 uur rijden zonder lange stops. Veel mensen knippen de rit in tweeën en overnachten rond Lyon of in de buurt van de Franse grens, bijvoorbeeld bij Perpignan.

  • Rijd via de tolwegen in Frankrijk; dat gaat het snelst, maar houd rekening met tol- en brandstofkosten.
  • Reserveer in het hoogseizoen je overnachting onderweg, want hotels langs de snelweg zitten in de zomer vaak vol.
  • In Begur zijn de straatjes smal en kan parkeren in het centrum lastig zijn. Check vooraf of je accommodatie een eigen parkeerplek heeft.

Rijd je door naar stranden als Sa Riera, Aiguablava of Platja Fonda, dan kom je vaak uit op kleine parkeerplaatsen die in juli en augustus snel vol staan. Ga dan vroeg op de dag of juist later in de middag. Bij Sa Riera kun je soms nog langs de weg parkeren, maar houd rekening met een stukje lopen.

Slenteren door het centrum van Begur

Het centrum van Begur is precies groot genoeg om gezellig te zijn, maar klein genoeg om niet overweldigend te voelen. Smalle straatjes, oude stenen huizen, kleurrijke luiken en hier en daar een balkon vol bloemen. Je wandelt alles makkelijk bij elkaar, zonder dat je de hele tijd op een kaart hoeft te kijken.

Het hart van het dorp is het plein Plaça de la Vila. Hier zitten barretjes en terrassen waar je zo een uur blijft hangen met een koffie of glas wijn. Op woensdag is hier de wekelijkse markt, van ongeveer 8.00 tot 14.00 uur. Dan staan de kramen vol met groente, fruit, kleding en lokale producten.

Wat doe je in het dorp zelf?

Je kunt makkelijk een halve dag vullen met gewoon rondlopen. Handig als je een stranddag wilt afwisselen met iets rustigers.

  • Door de straatjes rondom Plaça de la Vila slenteren en kleine boetiekjes inlopen
  • Een koffie drinken op een terras met uitzicht op het plein
  • Foto’s maken van de oude huizen en de kerktoren
  • Langzaam omhoog lopen richting het kasteel via verschillende straatjes

In de zomer hangt er een ontspannen vakantiesfeer. Niet zo hysterisch als in Lloret of Platja d’Aro, maar gewoon gezellig druk. Voor gezinnen met kinderen is het ook prettig: het centrum is overzichtelijk en veel straatjes zijn autoluw, zeker rond het plein.

Zo’n middag in het dorp combineer je makkelijk met een strandbezoek. Bijvoorbeeld: ’s ochtends naar Sa Riera, rond lunchtijd terug naar Begur voor een menu del dia, daarna wat slenteren door de straatjes en aan het eind van de middag nog even naar het kasteel.

Praktische tips voor eten en drinken

In en rond het centrum vind je genoeg restaurants met typisch Spaanse gerechten en tapasbars. In het hoogseizoen is reserveren voor het diner slim, zeker in het weekend. Veel keukens gaan pas rond 20.00 uur echt draaien, dus als je met kinderen reist kun je beter iets vroeger aanschuiven op een terras dat al open is.

  • Neem een vestje mee voor de avond; op de heuvel kan het na zonsondergang net wat frisser zijn dan aan het strand.
  • Vraag naar lokale gerechten zoals suquet de peix (visstoofpot) of rijstgerechten uit de Empordà, die je vaak per twee personen bestelt.

Heb je een appartement, dan is de markt op woensdag handig om groente, fruit en kaas in te slaan. Voor grotere supermarkten kun je uitwijken naar Palafrugell of Pals, op korte rijafstand.

Koloniale huizen en het Cuba-verhaal

Wat Begur bijzonder maakt, zijn de grote koloniale huizen die je verspreid door het dorp ziet. Deze worden ook wel Casas de Indianos genoemd. Het zijn statige woningen met balkons, sierlijke gevels en vaak een tropisch aandoende tuin. Ze vallen echt op tussen de kleinere dorpshuizen.

Die huizen vertellen het verhaal van inwoners van Begur die in de 19e eeuw naar Cuba trokken. Veel Catalaanse ondernemers vertrokken toen naar de Cariben om daar hun geluk te beproeven. Een deel van hen kwam later terug, met geld, en bouwde deze grote huizen in hun geboortedorp. De bijnaam voor deze terugkeerders is ‘Indianos’.

Fira d’Indians: Cuba in Catalonië

De band tussen Begur en Cuba wordt elk jaar gevierd tijdens het festival Fira d’Indians, in het eerste weekend van september. Dan verandert het dorp in een soort mini-Cuba, met muziek, kraampjes, rumcocktails en mensen in witte kleding. Het hele centrum doet mee, van Plaça de la Vila tot de straatjes richting het kasteel.

  • Neem een setje witte kleding mee; bijna iedereen loopt in het wit, dat hoort echt bij het feest.
  • Boek je accommodatie ruim op tijd, want dit weekend is populair bij zowel locals als toeristen.
  • Reken op drukte in de straatjes en op het plein, maar ook op een gezellige sfeer tot laat in de avond.

Reis je met kinderen, dan is het goed om te weten dat het ’s avonds laat echt vol kan zijn. Plan dan bijvoorbeeld een vroege ronde langs de kraampjes en muziek, en ga later terug naar je accommodatie.

Koloniale huizen spotten

Buiten het festival om zijn de koloniale huizen ook de moeite waard. Loop bijvoorbeeld een rondje door de straten net buiten het plein en let op de details: tegels, balkons, oude deuren en soms palmbomen in de tuin. In combinatie met het kasteel op de heuvel en het uitzicht op zee geeft dat Begur een eigen karakter dat je niet in elk kustdorp vindt.

Tip: maak een korte fotowandeling in de vroege ochtend of vlak voor zonsondergang. Het licht is dan zacht en de kleuren van de huizen komen mooi uit. Start bijvoorbeeld bij Plaça de la Vila, loop via Carrer de Vera naar boven en eindig bij het pad naar het kasteel.

Het kasteel van Begur en het uitzicht

Het silhouet van Begur wordt bepaald door het kasteel bovenop de heuvel: Castell de Begur. Verwacht geen compleet kasteel met torens en zalen. Het zijn vooral ruïnes, maar de plek zelf is het waard om naartoe te lopen, vooral voor het uitzicht.

Vanaf het centrum loop je in een korte wandeling omhoog. Het pad is niet heel lang, maar wel wat steil op sommige stukken. Trek dus geen gladde slippers aan; sandalen of sneakers lopen hier echt fijner. Onderweg kijk je al uit over de daken van het dorp en zie je de kustlijn in de verte.

Wat zie je vanaf het kasteel?

Boven aangekomen heb je een breed uitzicht:

  • Over het dorp Begur zelf, met de kerk en de koloniale huizen
  • Richting de kust, met verschillende baaien en stranden zoals Sa Riera en Aiguablava
  • Op heldere dagen zelfs tot aan de Medes-eilanden voor de kust bij L’Estartit

Ga bij voorkeur in de ochtend of aan het eind van de middag. Midden op de dag is het er warm en is het licht fel, wat voor foto’s minder mooi is. Neem een flesje water mee, er is boven geen kiosk of schaduwplek.

De ruïnes zelf zijn snel bekeken, maar het uitzicht nodigt uit om even te blijven zitten. Het is een fijne plek om je dag te starten of juist af te sluiten, bijvoorbeeld na een stranddag bij Sa Tuna of Aiguablava. Met kinderen is dit ook goed te doen, zolang ze een stukje omhoog kunnen lopen. Het is geen lange hike, meer een korte klim vanuit het centrum.

Combineren met een avond in het dorp

Wat leuk werkt, is eerst naar het kasteel lopen en daarna in het dorp eten. Je ziet dan van boven alvast waar de meeste terrasjes zitten. In de zomer kun je na zonsondergang nog prima buiten zitten op Plaça de la Vila of in een zijstraatje met lichtslingers en kleine tafeltjes.

Stranden en baaitjes rond Begur

Begur heeft geen lang, breed zandstrand zoals Platja d’Aro of Lloret de Mar. In plaats daarvan vind je hier een reeks kleinere stranden en baaitjes, elk met een eigen sfeer. Juist dat maakt het leuk: je kunt elke dag een andere plek uitproberen en kijken wat bij je past.

In de omgeving van Begur liggen onder andere deze stranden en baaien:

  • Aiguablava
  • Fornells
  • Platja Fonda
  • Sa Tuna
  • Aiguafreda
  • Sa Riera
  • Illa Roja
  • Platja del Racó

Welke baai kies je wanneer?

Elke plek heeft zo zijn eigen pluspunten. Handig als je met verschillende wensen reist, bijvoorbeeld met kinderen of met vrienden.

  • Aiguablava: helder, vaak kalm water en een beschutte baai. Fijn met kinderen of als je graag zwemt en dobbert. Er zijn wat voorzieningen en eetplekjes direct aan het strand.
  • Sa Tuna: een klein vissersbaaitje met gekleurde huisjes en een mix van zand en kiezels. Heel sfeervol, zeker buiten het hoogseizoen. Minder ruimte, dus ga vroeg als je een goed plekje wilt.
  • Platja Fonda: donkerder zand en een wat ruigere uitstraling, omringd door rotsen. Minder voorzieningen, maar daardoor ook rustiger. Je komt er via een trap, dus niet ideaal met een buggy.
  • Sa Riera: een van de grotere stranden bij Begur, met meer ruimte, wat restaurants en bars. Fijn als je een dagje echt op het strand wilt hangen en tussendoor ergens wilt lunchen.
  • Illa Roja: bekend als naaktstrand, met een opvallende rode rots in zee. Hou daar rekening mee als je met kinderen bent of dat niet zoekt.

Let op parkeren: bij veel van deze baaien zijn de parkeerplaatsen klein en snel vol in juli en augustus. Ga vroeg op de dag of kies voor de latere namiddag. Soms moet je een stukje lopen vanaf de auto naar het strand, vaak via trappen of een pad langs de rotsen.

Neem waterschoenen mee als je gevoelige voeten hebt. Niet elk strand heeft fijn zand; bij plekken als Sa Tuna en Aiguafreda kom je ook kiezels en rotsen tegen. Voor snorkelen zijn die rotsachtige stukken juist weer ideaal, zeker rond Sa Tuna en Aiguablava, waar je vaak vissen tussen de rotsen ziet.

Handige strandchecklist

Voor een relaxte stranddag rond Begur is dit handig om in te pakken:

  • Waterschoenen voor kiezelstranden en rotsen
  • Snorkelset of duikbril, vooral bij Sa Tuna en Aiguablava
  • Eigen parasol of strandtentje, niet elk strand heeft verhuur
  • Voldoende water en wat snacks, zeker bij rustigere baaien als Platja Fonda
  • Contant geld of een pinpas voor strandbars en parkeermeters

Reis je met kleine kinderen, kies dan eerder voor Aiguablava of Sa Riera. Die zijn wat toegankelijker, hebben meer voorzieningen en vaak rustiger water dan de kleinere rotsbaaien.

Wandelen over de Camí de Ronda

Als je van wandelen houdt, is Begur een goede uitvalsbasis. Langs de kust loopt de Camí de Ronda, een oud kustpad van zo’n 200 kilometer lang dat vroeger werd gebruikt om de kustlijn te bewaken en smokkel tegen te gaan. Rond Begur kun je verschillende stukken lopen, zonder dat je meteen een hele dag op pad hoeft.

Er zijn drie delen rond Begur die verschillende baaien en stranden met elkaar verbinden: Camí de Ronda Nord, Est en Sud. Je hoeft echt niet het hele traject te doen; een kort stuk tussen twee baaien is al leuk en goed te combineren met een duik in zee.

Voorbeelden van mooie stukken

Een paar trajecten die goed te doen zijn, ook als je geen fanatieke wandelaar bent:

  • Sa Riera – Illa Roja – Platja del Racó: een afwisselend stuk langs de kust, met uitzicht op zee en verschillende strandjes. Niet heel zwaar, maar wel wat trappen. Leuk om te starten bij Sa Riera en te eindigen bij Platja del Racó, waar je eventueel verder kunt naar Platja de Pals.
  • Sa Tuna – Aiguafreda: een korter traject, maar erg mooi langs de rotsen. Fijn voor een wandeling aan het eind van de middag, als de zon wat lager staat. Je loopt hier dicht langs het water, met uitzicht op kleine bootjes in de baai.
  • Aiguablava – Fornells: een fotogeniek stukje met uitzicht op de baai en de rotsachtige kustlijn. Combineer dit met een lunch in Aiguablava of een drankje in Fornells.

Neem altijd water, zonnebrand en goede schoenen mee. Ook al voelt het als een klein wandelingetje, de zon kan hier flink branden en de paden zijn soms ongelijk of glibberig door stof en zand. Een pet of hoed is geen overbodige luxe, zeker in de zomer.

Wat prettig is aan de Camí de Ronda, is dat je wandelen makkelijk combineert met zwemmen. Je loopt een stuk, duikt ergens het water in, droogt op in de zon en loopt weer verder. Ideaal als je niet de hele dag alleen op een handdoek wilt liggen en toch een beetje actief wilt zijn.

Praktische valkuilen bij de wandelpaden

Een paar dingen waar je rekening mee kunt houden:

  • Hitte: vermijd de heetste uren van de dag, zeker met kinderen. Start vroeg of ga na 16.00 uur op pad.
  • Onverwachte trappen: sommige stukken hebben meer trappen dan je denkt. Niet ideaal met een buggy of als je slecht ter been bent.
  • Terugweg: bedenk vooraf hoe je terug wilt. Loop je heen en weer hetzelfde stuk, of pak je de auto bij het eindpunt?

Als je met meerdere mensen reist, spreek dan af wat iedereen wil. De ene helft kan bijvoorbeeld een stuk wandelen van Sa Tuna naar Aiguafreda, terwijl de andere helft alvast een plekje op het strand zoekt.

Leuke plekken in de omgeving van Begur

Begur is een fijne uitvalsbasis om meer van de Costa Brava en de Empordà te zien. Binnen een kwartier tot half uur rijden heb je meerdere dorpen en stadjes die echt de moeite waard zijn. Zo hoef je niet elke dag naar hetzelfde strand en zie je ook iets van het binnenland.

Middeleeuws Pals

Op nog geen 15 minuten rijden ligt Pals, een middeleeuws dorpje op een heuvel. Denk aan geplaveide straatjes, oude stadsmuren en uitzicht over de rijstvelden van de Empordà. Je kunt hier makkelijk een paar uur rondlopen, een ijsje halen en foto’s maken van de oude toren.

Combineer Pals bijvoorbeeld met een strandbezoek aan Platja de Pals of Platja del Racó. Dan heb je cultuur en strand op één dag. Ga bij voorkeur in de ochtend naar Pals, dan is het nog relatief rustig in de smalle straatjes en kun je de auto makkelijker kwijt net buiten het centrum.

Peratallada en andere dorpen

Nog zo’n mooi dorpje is Peratallada. Dit ligt iets verder het binnenland in, maar nog steeds op korte rijafstand. Het is een doolhof van smalle straatjes, pleintjes en oude stenen huizen, vaak met klimop en bloemen. ’s Avonds is het er sfeervol met terrasjes in de kleine steegjes, vergelijkbaar met Pals maar dan nog wat knusser.

Verder kun je vanuit Begur makkelijk een dagje naar:

  • Palafrugell: een wat grotere plaats met winkels, een markt en meer voorzieningen. Handig voor supermarkten en praktische dingen.
  • Llafranc en Calella de Palafrugell: twee charmante kustplaatsjes met kleine strandjes en een mooie boulevard. Leuk voor een avondwandeling en een etentje aan zee.
  • Girona: als je een dagje stad wilt, met een oude stadsmuur, kathedraal en sfeervolle straatjes langs de rivier Onyar. Vanaf Begur rijd je er in ongeveer 50 minuten naartoe.

Met een huurauto haal je hier echt meer uit je vakantie, omdat je dan makkelijk meerdere plekken op één dag kunt combineren. Zonder auto ben je afhankelijk van bussen, die niet overal even vaak rijden en vaak via Palafrugell gaan.

Wijn en lokale producten in de Empordà

De streek rond Begur staat ook bekend om zijn wijnen en olijfolie. Als je van lokale producten houdt, is het leuk om een bodega of boerderijwinkel te bezoeken. In de omgeving van Pals en Palafrugell vind je verschillende wijnhuizen waar je kunt proeven en een fles mee kunt nemen voor op je terras in Begur.

Vraag bij je accommodatie of in een restaurant naar wijnen uit de DO Empordà. Vaak hebben ze een paar lokale opties op de kaart, bijvoorbeeld een frisse witte wijn die goed past bij visgerechten in Llafranc of Calella de Palafrugell.

Fijne accommodaties in en rond Begur

Begur en omgeving hebben van alles: van campings en ecoresorts tot appartementen met zeezicht. Het is geen gebied van enorme hotelkolossen, eerder kleinschaligere plekken in het groen of tegen de heuvels. Dat past goed bij de sfeer van het dorp.

Talaia Plaza EcoResort

Een bekende plek in de buurt is Talaia Plaza EcoResort, vlak bij het strand van Sa Riera. Dit resort ligt in een dennenbos, op ongeveer 400 meter van zee. Je slaapt hier niet in standaard hotelkamers, maar in lodges, tiny houses en tipi’s.

Het voelt een beetje als kamperen, maar dan comfortabeler. Handig als je wel dat buitengevoel wilt, maar geen eigen tent of caravan meeneemt. Vanaf hier rijd je zo naar Begur dorp, maar je kunt ook lopend of met een korte rit naar het strand van Sa Riera. Voor gezinnen is het fijn dat je strand, zwembad en natuur bij elkaar hebt.

Apartaments Cap Sa Sal en dorp vs. kust

Reis je met een groep of familie, dan zijn Apartaments Cap Sa Sal interessant. Deze appartementen liggen aan de kust en zijn er in verschillende groottes, tot ongeveer 8 personen. Fijn als je samen reist en een eigen keuken en woonkamer wilt, bijvoorbeeld als je met opa en oma of twee gezinnen gaat.

Bij het kiezen van een accommodatie rond Begur kun je jezelf een paar vragen stellen:

  • Locatie: wil je vooral in het dorp zitten, of liever dicht bij een bepaald strand zoals Sa Riera of Aiguablava?
  • Parkeren: check of er een parkeerplek bij zit, zeker als je in het hoogseizoen gaat.
  • Seizoen: juli en augustus zijn druk en duurder. In juni en september is het vaak rustiger en nog steeds warm genoeg om te zwemmen.

Zelf vind ik een accommodatie net buiten het centrum prettig: rustig, maar nog wel op loopafstand van de restaurants en het plein. Aan de kust slaap je mooier, met uitzicht op zee zoals bij Cap Sa Sal, maar ben je voor boodschappen en uit eten vaker de auto nodig.

Boektips en veelgemaakte fouten

Een paar dingen die ik vaak zie misgaan bij het boeken:

  • Afstand onderschatten: “dicht bij het strand” blijkt soms een steile heuvel van 15 minuten omhoog. Check altijd reviews en Google Maps op hoogteverschil.
  • Parkeren vergeten: in het hoogseizoen is een eigen parkeerplek echt goud waard, zeker in het centrum van Begur en bij populaire stranden.
  • Te laat boeken: kleinschalige adressen rond Begur zitten in juli en augustus snel vol. Boek ruim op tijd als je iets specifieks zoekt, zoals een huis met zwembad of een appartement met zeezicht.

Ga je buiten het hoogseizoen, dan kun je vaak wat spontaner zijn en ter plekke nog kiezen. In september is de kans groter dat je nog een fijn appartement in het dorp vindt, op loopafstand van Plaça de la Vila en de restaurants.

Meer praktische reisinfo over reizen door Spanje vind je in de Spanje vakantieland wiki.

Ben je tevreden over dit artikel?

Je feedback helpt ons onze content te verbeteren.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *