Montreal: levendige stad met Franse flair
Montreal voelt als een mix van Parijs en Noord-Amerika. Je vindt er een sfeervol oud centrum, een indrukwekkende Notre-Dame, parken, musea en een enorme ondergrondse stad.
Montreal
Montreal voelt als een mix van Parijs en Noord-Amerika. Je hoort overal Frans, zit op terrasjes met goede koffie en staat tegelijk tussen de wolkenkrabbers. Het is een stad waar je in een paar dagen veel kunt zien zonder dat je planning meteen volgepropt voelt.
De stad bestaat uit wijken met elk een eigen sfeer, van historisch en knus tot modern en ondergronds. Als je weet waar je moet zijn en hoe je je verplaatst, haal je verrassend veel uit een korte trip.
Montreal als Franse stad in Canada
Montreal ligt in de provincie Quebec, het Franstalige deel van Canada. Dat merk je direct zodra je het vliegveld uitloopt. Borden zijn in het Frans, menukaarten ook, en in buurten als Hochelaga en delen van Rosemont spreken mensen soms amper Engels. Met een paar basiszinnen Frans kom je echt een stuk verder, al red je je in het centrum meestal prima met Engels.
De sfeer voelt op veel plekken Europees: smalle straatjes in Vieux Montreal, bakkerijen met croissants en baguettes in wijken als Plateau Mont-Royal en een Quartier Latin vol cafés en boekwinkels. Tegelijkertijd is het geen Parijs-kopie. De stad is ruimer opgezet, de wegen zijn breder en de skyline met hoge torens rond Place Ville Marie herinnert je eraan dat je gewoon in Noord-Amerika bent.
Montreal is na Toronto de tweede stad van Canada. Dat klinkt groot, maar voor jou als bezoeker valt het mee. De belangrijkste bezienswaardigheden liggen redelijk compact rond het centrum, Vieux Montreal en de ondergrondse stad. Voor een eerste bezoek is 3 tot 4 dagen ideaal. Dan heb je tijd voor het oude centrum, een park, een museum, een avond in Quartier Latin en een middag in de Ville Souterrain.
Beste reistijd en weer
Het weer in Montreal kan extreem zijn. In de winter zijn -15 tot -20 graden geen uitzondering, zeker in januari en februari. De gevoelstemperatuur ligt door de wind vaak nog lager, vooral langs de rivier en op open pleinen zoals Place d’Armes.
In de zomer is het juist warm en soms benauwd, met temperaturen rond de 25 tot 30 graden. In juli en augustus hangt er regelmatig een vochtige hitte in de stad, vooral in wijken met weinig groen zoals delen van Downtown. Voor een eerste keer zou ik mei, juni of september kiezen: dan is het levendig, maar niet bloedheet of ijskoud.
- Reis je in de winter, neem dan thermo-ondergoed, een dikke sjaal en schoenen met goed profiel mee.
- In de zomer zijn een lichte jas, zonnebrand en een hervulbare waterfles geen overbodige luxe.
- In het voor- en najaar kan het per dag wisselen tussen jas en T-shirt, dus laagjes werken het best.
Let ook op feestdagen en festivals. In juni en juli zijn er vaak grote evenementen, zoals het Montreal International Jazz Festival rond Place des Arts. Leuk om mee te pakken, maar houd rekening met drukkere hotels en hogere prijzen.
Vieux Montreal: het historische hart
Vieux Montreal is het deel waar je waarschijnlijk als eerste naartoe gaat. Hier vind je geplaveide straten, oude pakhuizen en pleinen waar je zo een paar uur blijft hangen. Het is toeristisch, maar niet op een vervelende manier. Zeker als je de kleine zijstraatjes pakt, voelt het al snel knus en lokaal.
Een fijne start is Place Jacques-Cartier, een levendig plein met terrassen, straatartiesten en uitzicht richting de oude haven. Vanaf hier loop je in een paar minuten naar de Vieux-Port, langs de St. Lawrence rivier. Je ziet er oude pakhuizen, de klokkentoren bij de Quai de l’Horloge en in de zomer vaak foodtrucks en tijdelijke attracties.
Vieux Montreal te voet verkennen
Dit deel van de stad doe je het beste gewoon lopend. De straatjes zijn smal, de keien ongelijk en auto’s rijden hier vaak langzaam. Trek comfortabele schoenen aan, zeker als je in de winter gaat. Dan kunnen de stenen glad zijn door sneeuw en ijs, vooral rond Rue Saint-Paul en de kade.
Leuke plekken om langs te lopen zijn onder andere Rue Saint-Paul met zijn historische gevels en kleine galerietjes, en Place d’Armes, het plein bij de Notre-Dame basiliek. In de avond worden veel gebouwen mooi uitgelicht en is de sfeer rustiger dan overdag. Loop dan bijvoorbeeld een rondje van Place d’Armes via Rue Saint-Sulpice naar de rivier en weer terug.
Een veelgemaakte fout is dat mensen alleen de hoofdstraten doen en denken: “Is dit het nou?” Loop juist ook de kleinere zijstraatjes in, zoals Rue Saint-Amable of Rue Saint-Vincent. Daar vind je vaak leukere boetiekjes, minder drukke cafés en net wat meer lokale sfeer dan op de grote looproutes.
Praktische tips voor Vieux Montreal
- Plan minimaal een halve dag voor Vieux Montreal, inclusief koffie- of lunchpauze.
- Ga vroeg in de ochtend als je foto’s zonder massa’s mensen wilt, vooral rond de haven en bij de basiliek.
- In de winter: warm je tussendoor op in een café, bijvoorbeeld rond Rue Saint-Paul of bij de Vieux-Port.
Combineer je bezoek aan Vieux Montreal makkelijk met de ondergrondse stad. Vanaf de oude haven loop je in ongeveer 15 tot 20 minuten naar winkelcentra als Complexe Desjardins of Centre Eaton, waar je zo de Ville Souterrain in duikt.
Notre-Dame basiliek: niet die van Parijs, wel indrukwekkend
De Notre-Dame basiliek van Montreal ligt aan Place d’Armes, midden in Vieux Montreal. Van buiten ziet het er vrij strak en klassiek uit, maar zodra je binnenstapt verandert alles. Donkerblauw plafond, gouden details, veel hout en overal kleur. Het is een van de meest indrukwekkende kerken die ik in Noord-Amerika heb gezien.
De huidige kerk is gebouwd in de 19e eeuw en je merkt dat Montreal hier trots op is. Er zijn rondleidingen, regelmatig concerten en natuurlijk diensten. Als je de kans hebt, probeer een bezoek te plannen tijdens een orgelconcert of kooroptreden. De akoestiek is fantastisch en je ervaart de ruimte heel anders dan wanneer je alleen even rondloopt.
Praktische tips voor je bezoek
De basiliek is populair, vooral in het hoogseizoen, in weekenden en rond Kerst. Kom bij voorkeur vroeg in de ochtend of juist later in de middag om de grootste drukte te vermijden. Er staat vaak een rij bij de ingang, maar die schuift meestal redelijk door.
Er wordt meestal entree gevraagd als je buiten de diensten om naar binnen gaat. Betalen kan vaak met pin, maar neem voor de zekerheid wat contant geld mee. Fotograferen mag doorgaans, maar zonder flits. Respecteer ook dat het een gebedshuis is: praat zacht, zet je telefoon op stil en loop niet luid pratend rond als er mensen aan het bidden zijn.
- Check vooraf de openingstijden, die kunnen afwijken bij speciale diensten of concerten.
- Neem een extra laag kleding mee, binnen kan het fris zijn, zeker in de winter.
- Combineer je bezoek met een rondje langs Place d’Armes, Rue Notre-Dame en Rue Saint-Sulpice.
Vanaf de basiliek loop je in een paar minuten naar de Vieux-Port voor uitzicht over de rivier, of juist de andere kant op richting het moderne centrum en de ondergrondse stad. Zo voelt het niet als een los uitje, maar als een logisch onderdeel van je route.
Parc Jean-Drapeau: groen, strand en bijzondere architectuur
Parc Jean-Drapeau ligt op twee eilanden in de St. Lawrence rivier, vlak bij het centrum. Het park is aangelegd voor de Wereldtentoonstelling van 1967 en dat zie je nog steeds terug in de architectuur. Je vindt er stadsstranden, zwembaden, een casino en zelfs het Formule 1-circuit Gilles Villeneuve.
Op een zonnige dag is dit een fijne plek om even weg te zijn van de drukte van Downtown en Vieux Montreal. Je kunt er wandelen langs het water, fietsen over het circuit, picknicken in het gras of gewoon wat rondslenteren. In de zomer worden hier grote festivals georganiseerd, zoals Osheaga, waardoor het park soms deels is afgezet.
De Montreal Biosphere en andere highlights
De opvallendste blikvanger in Parc Jean-Drapeau is de Montreal Biosphere, een grote bolvormige constructie die ooit het paviljoen van de Verenigde Staten was tijdens de Wereldtentoonstelling. Nu zit er een museum in over water en milieu. Reis je met kinderen of vind je duurzaamheid interessant, dan is dit een leuke, compacte stop.
Vanaf de Biosphere loop je in een kwartiertje naar Jean-Doré Beach, het stadsstrand van Montreal. In de zomer is dit een populaire plek bij locals. Je ziet er gezinnen met koelboxen, vriendengroepen met volleybalnetten en mensen die gewoon met een boek in de schaduw liggen. Aan de andere kant van het eiland ligt het Circuit Gilles Villeneuve, waar je buiten raceweekenden vaak gewoon overheen kunt fietsen of wandelen.
- Neem zwemspullen en een handdoek mee als je bij mooi weer gaat, er is niet altijd handdoekverhuur.
- Vergeet geen zonnebrand en eventueel een pet, er is op sommige stukken weinig schaduw.
- Koop snacks en drinken in de stad, het aanbod in het park is beperkt en duurder.
Je bereikt Parc Jean-Drapeau makkelijk met de metro, halte Jean-Drapeau op de gele lijn. Vanaf daar loop je zo het park in. Een deelfiets (BIXI) kan ook, vooral in de zomer, maar houd rekening met de bruggen en de wind langs het water.
Musée des beaux-arts de Montreal: kunst in alle soorten
Als je één museum wilt doen in Montreal, is het Musée des beaux-arts een hele goede kanshebber. Het is het oudste kunstmuseum van Canada en de collectie is breed: van oude meesters tot moderne kunst en design. Je ziet er werken van onder andere Rembrandt, El Greco, Cézanne, Monet, Matisse en Rodin, maar ook hedendaagse Canadese en Amerikaanse kunstenaars.
Het museum bestaat uit meerdere gebouwen aan Rue Sherbrooke, in een nette buurt met statige huizen en ambassades. Plan hier minstens twee tot drie uur voor in, zeker als je rustig wilt kijken en tussendoor even in het café wilt zitten. In de buurt liggen ook de Golden Square Mile en winkelstraten als Rue Crescent, waardoor je museumbezoek makkelijk te combineren is met een wandeling of lunch.
Hoe haal je het meeste uit je museumbezoek
De grootste valkuil is dat je alles wilt zien en na een uur al museummoe bent. Beter is om vooraf te kiezen. Ben je gek op klassieke schilderkunst, ga dan gericht naar die zalen en sla zonder schuldgevoel een deel van de moderne kunst over. Hou je juist van installaties en hedendaagse kunst, begin dan in de moderne vleugel en kijk later of je nog energie hebt voor de rest.
Een paar praktische tips:
- Kom vroeg op de dag, dan is het meestal nog relatief rustig en kun je beter bij de werken staan.
- Neem een pauze in het museumcafé zodra je merkt dat je hoofd vol zit, dat maakt je bezoek echt leuker.
- Check online of er tijdelijke tentoonstellingen zijn die je aanspreken, die zijn soms het hoogtepunt.
Als je na het museum nog puf hebt, loop dan via de Golden Square Mile richting Mont Royal. Je komt langs oude herenhuizen, kleine parken en uitzichtpunten. Zo maak je van een museumdag meteen een afwisselende stadswandeling.
Botanische tuinen: groene oase in de stad
De Botanische Tuinen van Montreal behoren tot de grootste ter wereld. Alleen Kew Gardens in Londen zijn groter qua oppervlakte. Het terrein is enorm, met meer dan 30 thematuinen en 10 kassen. Je kunt hier makkelijk een halve dag rondlopen zonder je te vervelen, zeker als je van natuur en rust houdt.
Je vindt er onder andere een grote Chinese tuin, de grootste buiten China, een Japanse tuin, een tuin met giftige planten en natuurlijk een Canadese tuin met inheemse soorten. Op warme dagen is dit een van de fijnste plekken van de stad, omdat je veel in de schaduw loopt en even weg bent van het verkeer.
Handige route door de tuinen
Omdat het terrein zo groot is, is het slim om een plan te hebben. Bij de ingang kun je een plattegrond pakken. Handig is om een lus te lopen langs de delen die je het meest aanspreken, in plaats van alles kriskras af te gaan en halverwege moe te zijn.
Een mogelijke volgorde:
- Begin bij de Chinese tuin, met bruggetjes, paviljoens en vijvers. Vooral in de herfst, als de lampionnen en kleuren extra opvallen, is dit prachtig.
- Loop door naar de Japanse tuin voor een rustigere, meer minimalistische sfeer met veel steen en water.
- Ga daarna richting de Canadese tuin om te zien welke planten en bomen hier van nature voorkomen.
- Sluit af in een van de kassen, bijvoorbeeld de tropische kas, zeker als het buiten erg warm of juist fris is.
Neem voldoende water mee en draag comfortabele schoenen. De afstanden zijn groter dan je denkt als je eenmaal aan het dwalen bent. Er zijn bankjes en af en toe een klein café, maar niet overal. Plan minimaal een middag in, anders voelt het gehaast en sla je de mooiste stukken over.
De tuinen liggen iets buiten het centrum, in de buurt van het Olympisch Park. Je komt er makkelijk met de metro, halte Pie-IX of Viau. Als je het leuk vindt, kun je je bezoek combineren met een korte wandeling langs het Olympisch Stadion en het Montreal Tower Observatory.
Ville Souterrain: de ondergrondse stad
Een van de meest bijzondere dingen aan Montreal is de Ville Souterrain, de ondergrondse stad. Dit is een netwerk van tunnels en gangen van ongeveer 32 kilometer lang, vol winkelcentra, hotels, universiteiten en kantoren. In totaal beslaat het zo’n 12 vierkante kilometer. Het is het grootste ondergrondse complex ter wereld.
In de winter is dit echt een uitkomst. Buiten is het dan vaak ijskoud, glad en guur. Onder de grond loop je in een T-shirt langs winkels, koffietentjes en foodcourts. Je kunt je hier uren vermaken zonder ook maar één keer naar buiten te hoeven. Ook op regenachtige herfstdagen is dit ideaal, zeker als je met kinderen reist.
Zo vind je je weg onder de grond
De Ville Souterrain is geen los gebouw, maar een verzameling van met elkaar verbonden complexen. Denk aan winkelcentra zoals Complexe Desjardins, Centre Eaton, Place Ville Marie en Les Cours Mont-Royal. Veel metrostations, zoals McGill en Bonaventure, zijn direct gekoppeld aan dit netwerk, waardoor je vanuit de metro zo de ondergrondse gangen inloopt.
Een paar tips om niet compleet te verdwalen:
- Let op de borden met “RESO” of “Underground City”, die wijzen je de goede kant op.
- Gebruik een offline kaart op je telefoon; gps werkt niet altijd goed onder de grond.
- Spreek een “ankerplek” met jezelf af, bijvoorbeeld een bepaald metrostation of winkelcentrum, waar je altijd naar terug kunt.
Verwacht hier geen charmante kleine boetiekjes. Het is vooral praktisch: grote ketens, foodcourts, koffiezaken. Handig om even te lunchen, te winkelen of op te warmen. Voor sfeer en karakter zou ik altijd weer naar buiten gaan, bijvoorbeeld naar Vieux Montreal, Plateau Mont-Royal of Quartier Latin.
Quartier Latin en uit eten in Montreal
Quartier Latin is een van de gezelligste wijken van Montreal. Van oorsprong een studentenwijk, en dat merk je nog steeds. Je vindt er veel betaalbare eettentjes, cafés, spelletjescafés en tweedehandswinkels. De sfeer is los, jong en een beetje rommelig, maar op een leuke manier.
De wijk ligt grofweg rond Rue Saint-Denis en Rue Sainte-Catherine Est. Overdag kun je er rustig rondlopen, een koffie drinken in een van de vele koffiebars en snuffelen in boekwinkels of vintagezaken. ’s Avonds komt het gebied meer tot leven met volle terrassen en drukke bars, vooral in de zomer.
Eten en drinken in Quartier Latin
Dit is een fijne wijk om ’s avonds te eten. De prijzen liggen hier vaak wat lager dan in de meer toeristische delen van Vieux Montreal. Je vindt er bistro’s met dagschotels, poutine-tentjes (de bekende friet met kaas en jus) en kleine barretjes met lokale bieren. Rond Rue Saint-Denis kun je makkelijk op de gok een restaurant binnenlopen zonder dat je meteen een fortuin kwijt bent.
Een bekende plek in Quartier Latin is het filmmuseum en de bioscopen daaromheen, waar veel aandacht is voor Canadese en internationale films. Als je van film houdt, is dit een leuke afwisseling met kerken en musea. Je zit dan tussen de locals in plaats van alleen maar toeristen.
- Let ’s avonds een beetje op je spullen, vooral rond drukkere kruispunten.
- Zoek voor een rustigere sfeer een zijstraat van Rue Saint-Denis op.
- Combineer Quartier Latin met een wandeling door Plateau Mont-Royal voor de bekende gekleurde huizen met buitentrappen.
Ook buiten Quartier Latin kun je goed eten in Montreal. In Mile End vind je bijvoorbeeld veel leuke koffiebars en bagelzaken, en in Little Italy zit je goed voor pizza en pasta. Zo kun je per avond een andere wijk kiezen en proef je meteen een andere kant van de stad.
Reizen naar en in Montreal
Montreal ligt in het oosten van Canada en is goed bereikbaar per vliegtuig. De meeste internationale vluchten komen aan op Pierre Elliott Trudeau International Airport, ongeveer 20 kilometer ten westen van het centrum. Vanuit Nederland kun je rechtstreeks vliegen met onder andere KLM, vaak in zo’n 7,5 uur. Met een overstap, bijvoorbeeld in Parijs of Londen, kan het soms iets goedkoper zijn.
Reken voor een retourticket grofweg vanaf zo’n 360 euro als je vroeg boekt en een beetje flexibel bent. In de zomer en rond feestdagen liggen de prijzen meestal hoger. Let bij het boeken ook op de aankomsttijd. Kom je laat in de avond aan, dan ben je vaak aangewezen op taxi of Uber, omdat het openbaar vervoer dan minder frequent rijdt.
Van het vliegveld naar de stad
Vanaf het vliegveld kun je met de bus, taxi of ritdienst naar het centrum. De 747-bus rijdt 24 uur per dag tussen de luchthaven en Downtown Montreal, met haltes bij onder andere Berri-UQAM en Lionel-Groulx. Dit is de goedkoopste optie en prima te doen als je niet te veel bagage hebt.
Een taxi is duurder, maar wel comfortabeler, zeker na een lange vlucht. Reken op een vaste prijszone naar het centrum. Een ritdienst via een app kan net iets goedkoper zijn dan een reguliere taxi, afhankelijk van het tijdstip.
Vervoer in de stad
Eenmaal in Montreal kun je veel te voet doen, zeker in en rond Vieux Montreal, Downtown en de ondergrondse stad. Voor grotere afstanden is de metro handig. Het netwerk is overzichtelijk, relatief schoon en veilig. Koop een dagpas als je meerdere keren per dag wilt reizen, dat is vaak goedkoper dan losse kaartjes.
Taxi’s en ritdiensten zijn goed beschikbaar, vooral rond het centrum en de grote hotels. Handig als je ’s avonds laat teruggaat naar je accommodatie of als het buiten echt te koud is. Fietsen is ook een optie: de stad heeft honderden kilometers aan fietspaden. In de zomer is dat een leuke manier om bijvoorbeeld langs de rivier of naar Parc Jean-Drapeau te rijden.
- Vermijd fietsen in de winter als je niet gewend bent aan sneeuw en ijs, het is dan gewoon niet relaxed.
- Gebruik deelfietsen (zoals BIXI) voor korte ritjes; die staan op veel straathoeken in het centrum.
- Check je route op een kaart, sommige straten zijn heuvelachtig en vermoeiender dan ze op de kaart lijken.
Voor een rondreis door Oost-Canada wordt Montreal vaak gecombineerd met steden als Toronto, Ottawa en Quebec City, en natuurgebieden zoals Algonquin Provincial Park of Mont-Tremblant. Dat kan met een huurauto, de trein van VIA Rail of zelfs met een camper. Maar ook als losse stedentrip is Montreal de moeite waard, zeker als je houdt van een mix van cultuur, historie, parken en gewoon lekker rondstruinen.
Meer praktische reisinfo over reizen door Canada vind je in de Canada vakantieland wiki.
Ben je tevreden over dit artikel?
Je feedback helpt ons onze content te verbeteren.
Bedankt voor je feedback. We nemen het mee.