Bestemmingen

De Chinese Muur bezoeken vanuit Beijing

De Chinese Muur bezoeken vanuit Beijing? Lees welke sectie bij je past, hoe je er komt, wat het kost en wanneer je het beste gaat. Met eerlijke, praktische tips uit de praktijk.

Lynn 2 mei 2026 17 min lezen
De Chinese Muur bezoeken vanuit Beijing

De Chinese Muur is zo’n plek die je eigenlijk één keer in je leven gezien wilt hebben. Vanuit Beijing kun je makkelijk verschillende stukken bezoeken, van supertoeristisch tot bijna leeg. Met wat voorbereiding kies je een deel dat past bij jouw reisstijl, budget en conditie.

Je hoeft dus niet zomaar de eerste de beste tour te boeken. Als je weet welke stukken er zijn, hoe je er komt en wat je kunt verwachten, haal je veel meer uit je dag op de muur.

Korte geschiedenis en wat je daar nu nog van ziet

De Chinese Muur voelt enorm oud en dat klopt ook. De eerste delen werden al in de Qin-dynastie gebouwd, rond 221 tot 206 voor Christus. Later, vooral tijdens de Ming-dynastie, is de muur verder uitgebouwd, verstevigd en op veel plekken van baksteen voorzien.

De muur was geen decorstuk, maar een serieus verdedigingssysteem tegen vijandige stammen uit het noorden, zoals de Xiongnu en later de Mongolen. Als je er loopt, zie je dat ook echt terug: wachttorens om de paar honderd meter, schietgaten in de muren en steile stukken waar soldaten vroeger patrouilleerden. Het is niet één nette boulevard, maar een aaneenschakeling van functionele, soms keiharde keuzes in het landschap.

Op plekken als Badaling en Mutianyu is de muur strak gerestaureerd. Daar zie je goed hoe imposant het bouwwerk geweest moet zijn: hoge muren, brede paden en stevige treden. Bij Jinshanling en Simatai is het juist deels vervallen en voelt het rauwer. Daar loop je over ongelijke stenen, met stukken waar de muur half is ingestort. Dat oogt minder perfect, maar juist daardoor krijg je meer gevoel voor de leeftijd en de geschiedenis.

Een hardnekkig misverstand: dat je de Chinese Muur vanuit de ruimte kunt zien. Dat is gewoon niet zo. De muur is te smal en gaat qua kleur op in het landschap. Leuk weetje voor thuis, maar verwacht geen ruimtefoto’s van jouw stukje muur.

Waarom elk deel anders aanvoelt

Wat je tijdens je bezoek meteen merkt: de muur is geen rechte lijn. Hij volgt de bergen, duikt dalen in en loopt door stukken steppe en woestijn. Daardoor voelt elke sectie anders. Bij Badaling sta je tussen busladingen dagjesmensen en zie je vooral een strakke, brede muur. Bij Jinshanling loop je soms minuten zonder iemand tegen te komen en voelt het bijna alsof je in een bergtrail terecht bent gekomen.

Rond Mutianyu is het landschap groen en glooiend, met in de herfst prachtige rode en gele bomen. Bij Simatai is het terrein ruiger en steiler, met stukken waar je echt even moet slikken als je niet zo dol bent op hoogtes. Die verschillen zijn precies de reden om vooraf bewust te kiezen welk deel je wilt bezoeken, in plaats van alleen te gaan waar de meeste tours heen rijden.

Waar de Chinese Muur ligt en welke delen handig zijn

De Chinese Muur is in totaal meer dan 21.000 kilometer lang en loopt van oost naar west langs de noordgrens van China. Je gaat daar natuurlijk maar een minuscuul stukje van zien. De meeste reizigers pakken een deel in de buurt van Beijing, omdat je daar toch vaak al bent en die stukken relatief makkelijk bereikbaar zijn.

Rond Beijing liggen een paar bekende secties:

  • Badaling: het bekendste en drukste deel, ongeveer 70 kilometer ten noordwesten van Beijing.
  • Mutianyu: zo’n 75 kilometer ten noordoosten van de stad, rustiger en groener.
  • Jinshanling: ongeveer 130 kilometer van Beijing, deels gerestaureerd, deels ruig.
  • Simatai: rond de 120 kilometer, avontuurlijker en steiler, vaak gecombineerd met Gubei Water Town.

Voor een eerste keer muur is Mutianyu vaak de meest relaxte keuze. Je hebt er kabelbanen, redelijk schone toiletten, eetkraampjes en toch niet die massale drukte van Badaling. Reis je met kinderen of heb je geen zin in een zware klim, dan is Mutianyu gewoon heel praktisch. Vanaf Beijing kun je dit makkelijk als halve of hele dagtrip doen, zonder dat je compleet gesloopt terugkomt.

Wil je het meer als hike-ervaring, dan zijn Jinshanling en Simatai interessanter. Daar loop je echt stukken op en neer, met losse stenen en steile trappen. Je voelt hier veel meer dat je midden in de bergen zit. Het nadeel: het is verder rijden en je bent er al snel een volle dag aan kwijt. Voor een korte stedentrip Beijing is dat soms net te veel, maar als je twee of drie dagen in de stad hebt, is het prima te doen.

Hoe kies je het deel dat bij je past

Je keuze hangt vooral af van drie dingen: hoe druk je het wilt hebben, hoe fit je bent en hoeveel tijd je hebt. Een paar concrete richtlijnen:

  • Kies Badaling als je weinig tijd hebt, met openbaar vervoer wilt gaan of met iemand reist die slecht ter been is.
  • Kies Mutianyu als je een goede mix wilt van gemak, voorzieningen en toch wat rust, bijvoorbeeld met kinderen van 6 tot 14 jaar.
  • Kies Jinshanling als je houdt van hiken, foto’s wilt maken zonder massa’s mensen en een hele dag wilt uittrekken.
  • Kies Simatai als je een avontuurlijker stuk muur zoekt en het leuk vindt om Gubei Water Town mee te pakken, bijvoorbeeld als avondtrip met verlichting.

Veelgemaakte fout: automatisch Badaling boeken omdat dat overal wordt aangeboden. Als je zelf een beetje zoekt of je hotel om advies vraagt, kom je vaak uit bij Mutianyu of Jinshanling, wat voor de meeste reizigers gewoon een fijnere ervaring is.

Hoe je vanuit Beijing bij de Chinese Muur komt

Vrijwel iedereen vertrekt vanuit Beijing naar de muur. Dat is handig, want daar komen de internationale vluchten aan en daar slaap je waarschijnlijk toch al een paar nachten. Hoe je er komt, hangt af van je budget, je geduld en hoeveel je zelf wilt regelen.

Vervoersopties vanuit Beijing

Grofweg heb je drie opties om bij de muur te komen:

  • Georganiseerde tour: je wordt opgepikt bij je hotel of een centraal punt, rijdt in één keer naar de muur en hebt vaak een gids. Dit is handig als je weinig tijd hebt of geen zin hebt om uit te zoeken welke bus waar vertrekt. Let wel op dat sommige tours je halverwege bij jadefabrieken of theewinkels droppen. Vraag dus vooraf naar het programma en check reviews.
  • Openbaar vervoer: naar Badaling en Mutianyu rijden bussen en combinaties van trein en bus. Dit is goedkoop, maar kost meer tijd en wat uitzoekwerk. De borden zijn niet overal in het Engels, dus een vertaalapp of een screenshot van de Chinese karakters van je bestemming is geen overbodige luxe.
  • Privéchauffeur of taxi: duurder, maar heel relaxed. Je spreekt een tijd af waarop je weer wordt opgehaald en je hoeft nergens over na te denken. Ideaal als je met een gezin of kleine groep reist en geen zin hebt in overstappen met kinderen en rugzakken.

Zelf heb ik Mutianyu met een privéchauffeur gedaan en Jinshanling met een georganiseerde tour. Die privéchauffeur was echt fijn: we konden vroeg weg, waren er voor de drukte en konden blijven zolang we wilden. Als je maar één dag hebt, zou ik eerder wat meer betalen voor gemak dan een halve dag in bussen zitten.

Praktische tips voor de heen- en terugreis

Wat in de praktijk heel veel uitmaakt: vertrek vroeg. Rond 7.00 uur weg uit Beijing klinkt pittig, maar dan sta je vaak rond 9.00 uur al op de muur, nog vóór de grote groepen. Zeker bij Badaling en Mutianyu scheelt dat enorm in drukte en in wachttijd bij de kabelbaan.

Neem voor de terugweg niet de laatste bus of trein van de dag. Als die vol zit of uitvalt, sta je daar. Plan liever een verbinding eerder, zodat je wat speling hebt. En zorg dat je het adres van je hotel in het Chinees op je telefoon of op een kaartje hebt staan. Taxi’s in Beijing zijn een stuk makkelijker als je iets kunt laten zien in plaats van in het Engels uit te leggen waar je heen wilt.

Reken voor Badaling en Mutianyu op ongeveer 1,5 tot 2 uur reistijd enkele reis, afhankelijk van verkeer. Voor Jinshanling en Simatai zit je al snel op 2,5 tot 3 uur. Plan je avond dus niet te vol, zeker niet als je met kinderen reist of de volgende ochtend een vroege trein of vlucht hebt.

De bekendste routes: Badaling en Mutianyu

De meeste mensen kiezen voor Badaling of Mutianyu. Ze zijn goed bereikbaar en je hoeft niet superfit te zijn om er iets van te kunnen zien. Toch verschillen ze flink qua sfeer, drukte en hoe “natuurlijk” het aanvoelt.

Badaling: makkelijk en druk

Badaling is het deel dat je op veel standaardfoto’s en in reisbrochures ziet. Het is breed, stevig gerestaureerd en heeft leuningen en redelijk gelijkmatige treden. Er zijn kabelbanen, snackkraampjes, souvenirwinkels en grote parkeerplaatsen. Als je met een georganiseerde groepsreis naar China gaat, is de kans groot dat je hier terechtkomt.

Het voordeel: je bent er relatief snel, ook met openbaar vervoer. Vanaf station Beijing North rijden er treinen richting Badaling, en vanaf het treinstation pak je een shuttlebus of loop je een stukje. De paden zijn overzichtelijk en je hebt al snel uitzicht dat echt indrukwekkend is. Voor gezinnen met jonge kinderen of mensen die slecht ter been zijn, is dit vaak de meest haalbare optie.

Het nadeel: de drukte. In weekenden en tijdens Chinese feestdagen kan het hier echt filelopen op de trappen. Denk aan selfie-sticks, luidruchtige groepen en wachtrijen bij de kabelbaan. Wil je toch naar Badaling, ga dan echt vroeg in de ochtend of juist later in de middag. Midden op de dag is het gewoon te vol.

Mutianyu: rustiger en groener

Mutianyu ligt wat verder van Beijing, maar voelt meteen een stuk relaxter. De muur slingert hier door groene heuvels en het uitzicht is prachtig, vooral in de herfst als de bomen verkleuren. De muur zelf is netjes gerestaureerd, maar oogt minder massaal dan Badaling.

Je kunt met een kabelbaan omhoog en met een rodelbaan naar beneden, wat het ook leuk maakt als je met kinderen reist. Er zijn verschillende op- en afstappunten, dus je kunt zelf kiezen hoe lang je wilt lopen. Mutianyu is een fijne middenweg: goed geregeld, maar niet zo hysterisch druk als Badaling.

Een praktische tip: loop, als je boven bent, eerst een stuk weg van de kabelbaan. De meeste mensen blijven in de buurt hangen voor de foto’s. Als je een kwartiertje doorloopt richting de hogere torens, wordt het al veel rustiger en heb je stukken muur bijna voor jezelf.

Handige keuzes ter plekke

Bij zowel Badaling als Mutianyu moet je vaak nog een shuttlebus nemen vanaf de parkeerplaats naar de voet van de muur. Reken daar wat tijd en een paar extra yuan voor. Koop je kabelbaantickets meteen bij de ingang, zodat je niet boven nog in een extra rij hoeft te staan.

Twijfel je tussen omhoog lopen of de kabelbaan nemen? Mijn ervaring: neem de kabelbaan omhoog en loop rustig naar beneden. Dan heb je nog genoeg energie om onderweg te stoppen voor foto’s en kleine omweggetjes naar wachttorens te maken, zonder dat je halverwege denkt: waar ben ik aan begonnen.

Rustige en avontuurlijke delen: Jinshanling en Simatai

Heb je iets meer tijd en vind je het leuk om echt te wandelen, dan zijn Jinshanling en Simatai de moeite waard. Dit zijn de stukken waar je het gevoel hebt dat je een beetje wegkomt van de standaardroute en waar je foto’s maakt zonder overal mensen in beeld.

Jinshanling: deels gerestaureerd, deels ruig

Jinshanling ligt op zo’n 130 kilometer van Beijing en voelt meteen anders dan Badaling of Mutianyu. Minder kraampjes, minder groepen, meer stilte. De muur is hier deels gerestaureerd, maar niet zo strak als bij Badaling. Je ziet nog veel originele stenen, afgebrokkelde randen en ongelijke treden.

Je kunt hier mooie hikes maken, bijvoorbeeld van Jinshanling richting Simatai, al wisselt het per periode of die hele route open is. Reken op flinke hoogteverschillen en stukken waar je echt moet klimmen. Dit is geen route voor slippers of gladde sneakers, hier wil je echt stevige schoenen aan. Een lichte dagrugzak met water, snacks en een windjack is hier geen overbodige luxe.

Het uitzicht is fantastisch, zeker bij helder weer. Je ziet de muur als een lint over de heuvels lopen, met torens die opduiken en weer verdwijnen. Onderweg kom je soms een lokale verkoper tegen met flesjes water of instantnoedels, maar reken daar niet op. Neem liever zelf genoeg mee, zeker als je in de zomer gaat.

Simatai: voor wie wat meer uitdaging zoekt

Simatai staat bekend als een van de meer avontuurlijke stukken van de muur. Het is steiler, smaller en op sommige punten best spannend als je niet zo dol bent op hoogtes. Sommige torens en stukken muur zijn nog behoorlijk ruig, met losse stenen en smalle doorgangen.

Je kunt bij Simatai ook in de avond een bezoek brengen aan een verlicht deel van de muur, vaak in combinatie met het nabijgelegen Gubei Water Town. Dat is een nagebouwd traditioneel dorp, behoorlijk toeristisch, maar wel sfeervol als je het leuk vindt om foto’s te maken en ergens wat te eten. Voor een eerste keer muur zou ik Simatai alleen aanraden als je echt van een uitdaging houdt of als je specifiek voor die avondbeleving komt.

Houd er rekening mee dat de regels en toegankelijke stukken bij Simatai nog weleleens veranderen. Soms zijn bepaalde torens dicht voor onderhoud of veiligheid. Check dus vlak voor je bezoek even de actuele situatie, bijvoorbeeld via je hotel, een lokale reisorganisatie of recente reviews.

Extra aandachtspunten bij deze delen

Omdat Jinshanling en Simatai verder van Beijing liggen, is het slim om een paar dingen extra goed te regelen:

  • Vertrek echt op tijd, zodat je niet in het donker terug hoeft te rijden over bergwegen.
  • Neem meer water mee dan je denkt nodig te hebben, zeker in de zomer.
  • Download offline kaarten (bijvoorbeeld van Maps.me) voor het geval je geen bereik hebt.
  • Check vooraf of je tour inclusief entree en kabelbaan is, zodat je niet ter plekke nog moet bijbetalen.

Als je van fotografie houdt, zijn dit trouwens de mooiste stukken. De combinatie van ruige muur, mistige bergen en weinig mensen is goud waard, vooral rond zonsopkomst of in de late middag.

Praktische info: prijzen, tijden en beste reistijd

De entreeprijzen verschillen per sectie en veranderen af en toe, maar grofweg kun je hierop rekenen: voor de bekendere delen zoals Badaling en Mutianyu betaal je meestal rond de 40 tot 60 CNY per persoon. Voor rustigere of avontuurlijkere stukken als Jinshanling en Simatai ligt het vaak iets hoger, tussen de 45 en 90 CNY. Voor kabelbanen, shuttlebussen en rodelbanen betaal je bijna altijd extra, vaak nog eens 60 tot 140 CNY retour per persoon.

De meeste delen van de muur zijn dagelijks geopend van ongeveer 7.30 tot 18.00 uur. In de winter kunnen de openingstijden korter zijn, en bij slecht weer kan een deel tijdelijk dichtgaan. Het is dus slim om de dag voor je bezoek even te checken of alles open is, zeker als je naar een verder gelegen sectie gaat als Jinshanling of Simatai.

Beste periode om te gaan

Qua seizoen zijn april tot en met juni en september tot en met november het prettigst. Dan is het meestal helder, niet te heet en niet ijskoud. In de lente is alles frisgroen, in de herfst heb je mooie herfstkleuren, vooral rond Mutianyu en Jinshanling. Voor foto’s zijn die periodes ook het mooist, omdat de lucht vaak wat helderder is dan in de zomer.

In juli en augustus kan het in Beijing en op de muur echt heet en benauwd zijn. Je loopt veel trappen en staat vol in de zon, dus dat is pittig. In de winter kan het juist flink vriezen en glad zijn door sneeuw of ijs. Dat is wel sfeervol, zeker bij Badaling en Mutianyu waar je makkelijk komt, maar je moet dan echt goede schoenen en warme kleding hebben.

Vermijd als het kan Chinese nationale feestdagen, zoals Golden Week begin oktober en de eerste week van mei. Op die dagen lijkt het soms alsof heel China tegelijk naar de muur gaat. Ook weekenden zijn drukker dan doordeweekse dagen, vooral bij Badaling en Mutianyu. Als je flexibel bent, plan je bezoek dan op een doordeweekse ochtend.

Weer en zicht: wanneer je beter kunt schuiven

Naast seizoen is het weer op de dag zelf belangrijk. Bij smog of dichte mist zie je soms nauwelijks de volgende wachttoren. Als je meerdere dagen in Beijing bent, is het slim om je muurbezoek een beetje flexibel te houden. Zie je dat de lucht morgen helderder wordt, schuif dan liever een museumdag om.

Bij harde wind kunnen kabelbanen tijdelijk stilgelegd worden, vooral in de winter. Check daarom ’s ochtends even de actuele info via de website van de sectie die je bezoekt of via je hotel. Liever een uur later vertrekken dan vastzitten onderaan de muur zonder werkende kabelbaan.

Handige tips voor je bezoek aan de Chinese Muur

Een bezoek aan de muur is geen stadswandeling. Het is echt trap op, trap af, vaak op ongelijke treden. Met een beetje voorbereiding maak je het jezelf een stuk aangenamer en voorkom je dat je halverwege denkt: dit had ik anders moeten aanpakken.

Wat je meeneemt

  • Stevige schoenen: geen slippertjes of gladde zolen. Sportschoenen met grip zijn meestal prima, voor Jinshanling en Simatai zijn lichte wandelschoenen fijner.
  • Laagjes kleding: het kan boven op de muur flink waaien, zeker in het voor- en najaar. Een dun windjack is ideaal.
  • Voldoende water: vooral op rustige stukken is er weinig te koop. Reken op minimaal 1 tot 1,5 liter per persoon voor een halve dag.
  • Snacks: noten, fruit, een broodje of mueslirepen. Je verbrandt meer energie dan je denkt.
  • Zonnebrand, zonnebril en pet of hoed: de zon staat vaak recht op je hoofd, ook als het fris aanvoelt.
  • Kleine EHBO-set: pleisters voor blaren en eventueel een pijnstiller als je snel last hebt van knieën of enkels.

Vergeet ook niet contant geld mee te nemen. Op sommige plekken kun je met kaart of telefoon betalen, maar zeker bij kleine kraampjes, lokale busjes of toiletten is cash nog steeds handig. Een paar biljetten van 10 en 20 CNY zijn genoeg voor noodgevallen.

Drukte, timing en praktische valkuilen

Als je de grootste drukte wilt ontwijken, zijn er twee simpele trucs: ga vroeg en ga doordeweeks. Met een vertrek rond 7.00 uur uit Beijing sta je vaak rond 9.00 uur op de muur, nog voor de meeste tours aankomen. Blijf je tot een uur of 13.00 of 14.00, dan heb je de beste uren gehad en ben je weer terug in de stad voor een vroege avondmaaltijd.

Een andere optie is juist later in de middag gaan, vooral in de zomer als het lang licht is. Dan zijn veel groepen alweer weg en wordt het rustiger. Let dan wel goed op de laatste bus of kabelbaan naar beneden. Je wilt niet als laatste boven staan terwijl beneden alles al dicht is. Vraag bij aankomst meteen naar de laatste tijden en zet een alarm op je telefoon.

Tot slot: onderschat de trappen niet. Ook als je best fit bent, voel je het na een paar uur klimmen wel in je benen. Plan dus geen superstrak schema met daarna nog drie bezienswaardigheden. Geef jezelf de tijd om rustig rond te kijken, foto’s te maken en af en toe even op een muurtje te zitten en gewoon te kijken hoe de muur over de heuvels verdwijnt. Dat is uiteindelijk waar je voor komt.

Lees verder

Ben je tevreden over dit artikel?

Je feedback helpt ons onze content te verbeteren.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *