Cham Islands: tropische eilandjes bij Hoi An
Cham Islands is een kleine eilandgroep bij Hoi An met helder water, koraal, rustige stranden en eenvoudige vissersdorpjes. Ideaal voor een dagtrip of korte overnachting.
Cham Islands
Voor de kust van Hoi An ligt een kleine eilandengroep waar het tempo net wat lager ligt dan op het vasteland. De Cham Islands zijn tropisch, rustig en nog niet helemaal platgelopen door het massatoerisme. Ideaal als je even wilt ontsnappen aan de drukte, maar toch niet dagenlang wilt reizen voor een mooi strand.
Je vindt er helder water, koraal, eenvoudige vissersdorpjes en een verrassend groen binnenland. Het is zo’n plek waar je voor een dagtrip naartoe gaat en dan spijt krijgt dat je niet meteen een overnachting hebt geboekt.
Wat je kunt verwachten van de Cham Islands
De Cham Islands zijn een kleine archipel voor de kust van Centraal-Vietnam, op ongeveer 15 kilometer varen van Hoi An. De groep bestaat uit acht eilandjes, maar alleen het grootste eiland, Hon Lao (vaak geschreven als Han Lao), wordt bewoond. Daar speelt zich alles af: de stranden, de dorpjes, de homestays en de meeste activiteiten.
Het voelt er nog behoorlijk lokaal. Toerisme is aanwezig, maar niet allesbepalend. Vooral in de vissersdorpjes merk je dat het gewone leven gewoon doorgaat: vissersboten die vroeg in de ochtend uitvaren, kinderen die op straat spelen, vrouwen die vis sorteren aan de kade. Verwacht geen luxe resorts of grote clubs, maar simpele accommodaties en strandtentjes met plastic stoelen.
De sfeer is relaxed en een tikje rommelig, op de goede manier. Overdag komen er best wat dagjesmensen uit Hoi An en Da Nang, vooral in het hoogseizoen tussen maart en september. Maar zodra de laatste boten vertrekken, wordt het rustig en voelt het eiland ineens weer klein en dorps. Juist dat contrast maakt het leuk om te blijven slapen.
Praktisch gezien is Cham een makkelijke toevoeging aan je route. Vanuit Hoi An of Da Nang ben je er zo, en je hebt genoeg aan één of twee nachten om de sfeer te proeven, te snorkelen en een beetje rond te dwalen. Het is geen bestemming om een hele week te blijven, maar wel een fijne onderbreking tussen steden als de keizerlijke stad Hue, Hoi An en Da Nang.
Voor wie zijn de Cham Islands geschikt?
De Cham Islands passen goed bij je als je houdt van eenvoudige plekken met natuur en zee, zonder al te veel poespas. Reis je met kinderen, dan is het fijn dat de stranden bij Bai Chong en kleinere baaitjes vaak langzaam aflopen en het water rustig is op goede dagen.
Zoek je juist veel nachtleven, luxe resorts of een groot aanbod aan restaurants, dan kun je beter in An Bang Beach bij Hoi An of in My Khe Beach bij Da Nang blijven. Cham is vooral leuk als je het niet erg vindt om een beetje basic te zitten en je het juist gezellig vindt om in een homestay te slapen.
Duiken bij de Cham Islands
Veel reizigers komen naar de Cham Islands om te duiken. Rond de eilanden ligt een beschermd gebied dat door UNESCO is aangewezen als biosfeerreservaat. Er leven zo’n 135 soorten koraal en een flinke variatie aan vissen. Het water is niet zo kraakhelder als in bijvoorbeeld Thailand in het droge seizoen, maar voor Vietnam is dit een van de betere duikplekken.
Duikscholen en cursussen regelen
Je regelt je duiktrip meestal op het vasteland, in Hoi An. Daar zitten een paar duikscholen die dagelijks met boten naar de Cham Islands varen. Bekende namen wisselen nog wel eens, maar je vindt ze vooral in en rond de oude stad van Hoi An, bijvoorbeeld in de buurt van de Japanse brug en langs de rivier.
De meeste duikscholen bieden:
- Fun dives voor gebrevetteerde duikers, vaak 2 duiken op verschillende locaties
- Introductieduiken als je nog geen certificaat hebt
- Meerdaagse PADI-cursussen, waarbij je theorie in Hoi An doet en je open water duiken bij Cham
Reken voor een dag duiken inclusief lunch op de boot op een prijs die vergelijkbaar is met andere Aziatische duikspots als Nha Trang of de Perhentian Islands in Maleisië. Goedkoop is het niet, maar ook niet extreem duur. Let vooral op veiligheid en materiaal: vraag naar de staat van de uitrusting, groepsgrootte en of er een divemaster per kleine groep mee het water in gaat.
Een praktische tip: loop niet alleen af op de goedkoopste aanbieder. Ga even langs bij twee of drie duikscholen in Hoi An, kijk hoe druk het is, hoe het materiaal eruitziet en of je je op je gemak voelt bij de instructeurs. Als je al eens hebt gedoken in bijvoorbeeld Koh Tao of op de Gili-eilanden, kun je die ervaring gebruiken om te vergelijken.
Wat je onder water ziet
De duikplekken liggen verspreid rond de verschillende eilandjes. Je hebt rotsachtige bodems met zachte en harde koralen, kleine rifvissen, zeesterren, soms een schildpad en af en toe grotere vissen. Verwacht geen mega-spektakel zoals in Raja Ampat, maar gewoon een mooie, afwisselende onderwaterwereld. Vooral als je nog niet op heel veel plekken hebt gedoken, is dit echt leuk.
Een paar praktische dingen uit ervaring:
- Beste periode: grofweg maart tot en met september, met de beste zichtbaarheid vaak rond april tot en met juni.
- In de regentijd (ongeveer oktober tot januari) zijn de zee en het weer onvoorspelbaar en gaan boten soms niet uit.
- Neem zelf een rashguard of dun duikpak mee als je snel afkoelt, het water is warm maar na twee duiken kun je het toch fris krijgen.
- Heb je een eigen duikcomputer of masker, neem die dan mee. Dat zit vaak fijner dan gehuurd materiaal.
Ben je nog nooit onder water geweest en twijfel je of duiken iets voor je is, dan is Cham een prima plek voor een eerste proefduik. De dieptes zijn vaak bescheiden, de sfeer op de boten is meestal relaxed en niet gehaast, en je bent zo weer terug in Hoi An als je het toch niks vindt.
Snorkelen rond de Cham Islands
Als je geen zin hebt in flessen en theorieboeken, is snorkelen een stuk laagdrempeliger. Rond de Cham Islands zijn genoeg plekken waar het water maar een meter of wat diep is en je zo over het koraal heen kijkt. Je ziet dan al veel kleur en leven, zonder dat je een cursus hoeft te doen.
Snorkeltours en zelf regelen
De makkelijkste optie is een georganiseerde dagtrip vanuit Hoi An. Dan word je ’s ochtends opgehaald bij je hotel, ga je met een speedboot of grotere boot naar de eilanden, stop je op een paar snorkelplekken en lunch je op een strand. Daarna heb je vaak nog even vrije tijd op een strand als Bai Chong of een ander baaitje.
Wil je het rustiger aanpakken, dan kun je op Hon Lao zelf ook een bootje huren. In Bai Lang en Bai Huong staan mannen met kleine houten boten die je tegen een vast bedrag naar een snorkelplek brengen. Onderhandelen hoort erbij, maar houd het vriendelijk en bedenk dat benzine ook gewoon geld kost. Spreek vooraf duidelijk af hoe lang je wegblijft en of snorkelmateriaal inclusief is.
Een paar praktische tips:
- Neem zelf een goed passend masker mee als je vaker snorkelt. De gehuurde spullen zijn soms oud en lekken snel.
- Smeer je rug, schouders en benen extra goed in. Op het water verbrand je sneller dan je denkt.
- Gebruik reef-veilige zonnebrand als je die hebt, zodat je het koraal zo min mogelijk belast.
- Neem een licht T-shirt of UV-shirt mee om in te snorkelen als je snel verbrandt.
Verwacht bij de standaardtours vanuit Hoi An wel wat drukte, vooral in het hoogseizoen. Als je daar geen zin in hebt, is een privébootje vanaf het eiland zelf een stuk relaxter en kun je vaak net buiten de drukste plekken liggen. Vraag in je homestay bijvoorbeeld naar een rustige plek net buiten Bai Chong of richting de kleinere eilandjes ten noorden van Hon Lao.
Veilig en verantwoord snorkelen
Het koraal rond de Cham Islands is kwetsbaar. Ga dus niet op het koraal staan, ook niet als je even wilt uitrusten. Blijf drijven en gebruik desnoods een zwemvest als je niet zo’n sterke zwemmer bent.
Let ook op stroming. Bij sommige plekken kan de stroming aantrekken, vooral als je dichter bij de open zee komt. Blijf altijd in de buurt van je boot en spreek met de schipper af waar je precies het water in gaat en waar je weer wordt opgepikt. Dat klinkt logisch, maar op een relaxte dag is het verleidelijk om zomaar een eind weg te dobberen.
De stranden van Hon Lao
Hon Lao heeft een paar stranden die makkelijk bereikbaar zijn en een paar kleinere baaitjes waar je iets meer moeite voor moet doen. De bekendste is Bai Chong Beach, aan de westkant van het eiland, op ongeveer 2 kilometer van Bai Lang. Dit is het klassieke plaatje: wit zand, helder water, palmbomen en een paar eenvoudige strandtentjes.
Overdag is Bai Chong behoorlijk levendig. De meeste dagtochten uit Hoi An lunchen hier, dus tussen pakweg 11.00 en 15.00 uur kan het druk zijn met ligbedden, muziek en speedboten die af en aan varen. Vind je dat niks, kom dan juist vroeg in de ochtend of blijf tot na vijven. Dan wordt het strand ineens een stuk rustiger en heb je bijna een privébaai-gevoel.
Wat kun je doen op de stranden
Verwacht geen uitgebreide watersportcentra, maar wel genoeg om je een dag te vermaken:
- Een ligbed of hangmat huren en gewoon lezen en zwemmen
- Kano’s of kajaks huren om langs de kust te peddelen
- Een potje beachvolleybal met locals of andere reizigers
- Eenvoudige maaltijden eten: gegrilde vis, rijst, noedels, koude kokosnoten
Andere stranden op het eiland zijn kleiner en rustiger, soms vooral gebruikt door de locals. Vraag in je homestay naar een baai in de buurt waar weinig toeristen komen. Vaak wijzen ze je dan naar een kort paadje tussen de bomen door, waar je ineens op een klein strandje uitkomt.
De zonsondergangen zijn hier echt de moeite waard. De zon zakt achter de bergen op het vasteland, en de lucht kleurt langzaam oranje en roze. Dat is ook precies het moment waarop je blij bent dat je een nacht blijft, terwijl de dagjesmensen alweer op de boot terug naar Hoi An zitten.
Handige strandtips
Een paar dingen die het net wat comfortabeler maken:
- Neem een lichte sarong of grote doek mee, handig als handdoek en als extra schaduw.
- Koop in Hoi An alvast snacks en water, de keuze op het eiland is beperkt en duurder.
- Heb je gevoelige voeten, neem dan waterschoenen mee. Op sommige plekken liggen stenen en stukjes koraal in het water.
Reis je in het hoogseizoen, dan is het slim om je stranddag een beetje te plannen. Ga bijvoorbeeld ’s ochtends vroeg naar Bai Chong, lunch in een klein tentje in Bai Lang en zoek later op de dag een rustiger baaitje op. Zo ontwijk je de grootste drukte en heb je de mooiste momenten van de dag te pakken.
Het binnenland van Hon Lao verkennen
Veel mensen blijven vooral aan de kust hangen, maar het binnenland van Hon Lao is verrassend groen. Ongeveer een kwart van het eiland is bedekt met bos en jungle, met lage heuvels en paden die erdoorheen kronkelen. Je hoort er vogels, krekels en af en toe een aap in de verte, al zul je die laatste niet snel zien.
Als toerist mag je niet overal zomaar komen. Scooters huren is officieel verboden en er zijn stukken van het eiland die afgesloten zijn om de natuur te beschermen. In de praktijk betekent dat dat je vooral het pad tussen de twee dorpen, Bai Lang en Bai Huong, gebruikt. Dat is geen straf, want dat is meteen een van de mooiste stukjes van het eiland.
Hoe kom je het binnenland in
Je hebt grofweg drie opties:
- Lopend over het hoofdpad tussen Bai Lang en Bai Huong. Reken op ongeveer 45 tot 60 minuten, afhankelijk van hoe vaak je stopt.
- Achterop bij een local op de scooter. In de dorpjes zijn altijd wel mensen die je voor een klein bedrag willen rondrijden.
- Met een klein busje of pick-up, soms geregeld via je homestay.
Lopend is het het leukst als je de tijd hebt. Je ziet dan goed hoe groen het eiland is, met uitzichtpunten over de zee en kleine akkertjes waar mensen groente verbouwen. Neem wel water en een pet mee, want er is weinig schaduw op sommige stukken.
Een veelgemaakte fout is om midden op de dag te gaan lopen, als de zon het hoogst staat. Ga liever vroeg in de ochtend of tegen het eind van de middag. Dan is het minder heet en is het licht ook mooier voor foto’s.
Wandeltips en kleine omwegen
Onderweg tussen Bai Lang en Bai Huong kom je langs kleine zijpaadjes en uitzichtpunten. Vraag in je homestay of bij een lokaal winkeltje of er een kort paadje is naar een uitzicht over Bai Lang of richting de kleinere eilandjes. Vaak weten zij precies waar je veilig kunt lopen en waar je beter niet heen kunt.
Heb je zin in iets actiefs, neem dan goede sandalen of lichte wandelschoenen mee in plaats van slippers. Het pad is deels verhard, maar er zitten ook stukken met losse stenen tussen. Een fles water en wat snacks in je dagrugzak maken dat je niet afhankelijk bent van de paar stalletjes langs de weg.
De vissersdorpjes Bai Lang en Bai Huong
De twee dorpjes op Hon Lao, Bai Lang en Bai Huong, liggen allebei aan de westkant van het eiland. Ze zijn klein, simpel en heel Vietnamees. Verwacht geen mooie promenade of hippe koffietentjes, maar smalle straatjes, scooters, spelende kinderen en overal vissersnetten en mandboten.
Bai Lang is meestal je aankomstpunt, omdat de meeste boten hier aanleggen. Hier vind je ook het kleine Cham-museum en een paar winkeltjes waar je water, snacks en soms wat strandspullen kunt kopen. Bai Huong ligt iets zuidelijker en voelt nog net wat rustiger en meer dorps.
Slapen en eten in de dorpjes
Overnachten doe je meestal in een homestay. Dat zijn eenvoudige kamers bij families thuis, soms met airco, soms alleen met een ventilator. De badkamers zijn basic, maar schoon genoeg als je niet al te kritisch bent. De charme zit hier niet in luxe, maar in de mensen. Vaak schuif je ’s avonds aan bij het familiediner en eet je mee wat de pot schaft: verse vis, rijst, groenten, soms een soep.
Voorbeelden van dingen die je er meemaakt: vroeg wakker worden van de hanen, een oma die je probeert uit te leggen hoe je een bepaald gerecht eet, kinderen die hun Engels op je uitproberen. Het voelt heel anders dan een hotel in Hoi An of Da Nang.
In beide dorpjes kun je ook een boottochtje regelen met lokale vissers. Dan ga je een uurtje of twee de zee op, soms om te vissen, soms gewoon om rond te varen langs de kust. Spreek vooraf duidelijk af wat je wilt doen en wat het kost. Contant betalen is hier de norm.
Respectvol omgaan met de lokale cultuur
De dorpjes zijn geen openluchtmuseum, maar gewoon woonwijken. Loop dus niet zomaar overal naar binnen om foto’s te maken. Vraag even met een glimlach of het oké is als je iemand of een situatie wilt fotograferen.
Let ook op kleding. Een korte broek en T-shirt zijn prima, maar loop liever niet in alleen je bikini of zwembroek door de straten. Een dun shirt of jurkje over je zwemkleding is zo aangetrokken en voelt voor de locals een stuk respectvoller. Dat maakt het contact ook meteen veel leuker.
Hai Tang Pagode en de eetbare vogelnesten
Een van de opvallendste plekken op Hon Lao is de Hai Tang Pagode, in de buurt van Bai Huong. Deze tempel stamt uit 1848 en is gewijd aan de goden die volgens de verhalen de eerste eetbare vogelnesten op het eiland hebben laten vinden. Dat klinkt misschien wat vreemd, maar in Vietnam zijn die vogelnesten een serieuze zaak.
De nesten zijn van gierzwaluwen en worden gebruikt voor vogelnestsoep, een luxe gerecht dat vooral in Azië populair is. De nesten worden hoog in grotten verzameld en leveren veel geld op. Voor de bewoners van Cham is dit al heel lang een belangrijke inkomstenbron, naast de visserij.
Bij de pagode zelf is het rustig. Je ziet er klassieke Vietnamese tempelarchitectuur, met houten pilaren, kleurrijke details en offers van fruit en wierook. Het is een fijne plek om even uit de zon te zijn en iets mee te krijgen van de spirituele kant van het eilandleven. Bedek je schouders en knieën als je naar binnen gaat en loop niet met je schoenen de tempel in.
Op het eiland en in Hoi An kun je soms vogelnestsoep proeven. Verwacht geen smaakexplosie, het gaat meer om de structuur en het idee dan om een sterke smaak. Het is wel een bijzondere ervaring om dit gerecht te eten op een plek waar de nesten daadwerkelijk vandaan komen.
Lokale producten en kleine aankopen
In de buurt van de pagode en in de dorpjes worden soms kleine lokale producten verkocht, zoals gedroogde vis, eenvoudige snacks of souvenirs met verwijzingen naar de vogelnesten. Koop je iets, dan steun je direct de families die hier wonen.
Let er wel op dat je geen producten koopt die duidelijk van beschermd koraal of schelpen zijn gemaakt. Twijfel je, dan kun je het beter laten liggen. Zo help je mee om de natuur rond de Cham Islands een beetje te beschermen.
Hoe je naar de Cham Islands reist
De Cham Islands liggen op ongeveer 15 kilometer van de kust bij Hoi An. Vanuit Hoi An zelf of vanuit Da Nang kun je makkelijk een dagtrip of meerdaagse trip regelen. Je hebt grofweg twee opties: met een georganiseerde tour of op eigen gelegenheid met de ferry.
Georganiseerde tour vanuit Hoi An
In de oude stad van Hoi An zie je overal bureautjes en hotels die tours naar Cham aanbieden. Meestal is dat een pakket met:
- Pick-up bij je hotel in Hoi An
- Boottocht (speedboot of grotere boot) naar de eilanden
- Snorkelen of duiken, afhankelijk van je keuze
- Lunch op een strand, vaak Bai Chong
- Een paar uurtjes vrije tijd op het strand
Voordeel: je hoeft zelf niks uit te zoeken, alles is geregeld. Nadeel: je zit vast aan een schema en je bent er maar kort. Als je echt van de rust en de avonden op het eiland wilt genieten, is één of twee nachten blijven veel fijner.
Kom je vanuit Da Nang, dan kun je vaak via je hotel een vergelijkbare tour boeken. Je wordt dan eerst naar Hoi An of direct naar de haven van Cua Dai gebracht en stapt daar op de boot. Reken op een extra reistijd van ongeveer een uur per enkele reis.
Op eigen houtje met de ferry
Wil je zelfstandig gaan, dan pak je de publieke boot of ferry vanaf de haven bij Hoi An (Cua Dai). Die doet er ongeveer twee uur over naar Hon Lao. De vertrektijden kunnen wisselen en zijn niet altijd strak geregeld, dus ga op tijd naar de haven en informeer ter plekke. In het hoogseizoen is er vaak een snellere boot, in het laagseizoen soms minder afvaarten.
Een paar praktische tips voor de overtocht en je verblijf:
- Neem contant geld mee, er zijn geen of nauwelijks pinautomaten op het eiland.
- Boek je homestay vooraf in het hoogseizoen, bijvoorbeeld in Bai Lang of Bai Huong.
- Vertel je accommodatie hoe en wanneer je aankomt, soms kunnen ze je helpen met de boot of je opwachten in de haven.
- Check het weer. Bij harde wind of slecht weer kunnen boten worden geannuleerd en zit je vast op het eiland of juist op het vasteland.
- Neem een lichte trui of sjaal mee voor op de boot, de wind kan fris zijn, zeker in de ochtend.
Als je de tijd hebt, is minimaal één overnachting eigenlijk ideaal. Je hebt dan de drukte van de dagtrips niet, kunt rustig snorkelen, een stukje wandelen tussen de dorpjes en aan het eind van de dag met een biertje of kokosnoot naar de zonsondergang kijken. Cham Islands werkt het best als je het tempo een beetje laat zakken en je niet te veel plant.
Meer praktische reisinfo over reizen door Vietnam vind je in de Vietnam vakantieland wiki.
Ben je tevreden over dit artikel?
Je feedback helpt ons onze content te verbeteren.
Bedankt voor je feedback. We nemen het mee.