Blog

Valencia bezienswaardigheden: wat te doen tijdens je stedentrip

Valencia is perfect voor een stedentrip met strand, cultuur en goed eten. Van de futuristische Ciudad de las Artes tot het oude centrum, Turia-park, stranden, Albufera en natuurlijk paella.

Lynn 8 mei 2026 17 min lezen
Valencia bezienswaardigheden: wat te doen tijdens je stedentrip

Valencia bezienswaardigheden

Valencia is zo’n stad waar strand, stad en eten heel ontspannen samenkomen. Je hebt er futuristische gebouwen, een compact historisch centrum, een enorm park in een oude rivierbedding en natuurlijk paella. Met de juiste keuzes kun je in een paar dagen veel zien zonder dat je stedentrip voelt als een race tegen de klok.

Hier vind je de belangrijkste bezienswaardigheden in en rond Valencia, met praktische tips uit ervaring. Zo kun je makkelijk kiezen wat bij jou past, of je nu vooral komt voor cultuur, strand, eten of een mix van alles.

Ciudad de las Artes y las Ciencias

De Ciudad de las Artes y las Ciencias is het futuristische visitekaartje van Valencia. Het complex ligt in de drooggelegde rivierbedding van de Turia en bestaat uit witte, bijna buitenaards ogende gebouwen van architect Calatrava. Je loopt hier langs spiegelende vijvers, ronde bogen en veel fotogenieke hoeken. Plan hier echt tijd voor in, want zelfs als je alleen buiten rondloopt ben je zo een paar uur verder.

Het bekendste onderdeel is l’Oceanogràfic, het grootste zeeaquarium van Europa. Je loopt door glazen tunnels met haaien, kijkt naar pinguïns en ziet dolfijnen. Vooral met kinderen is dit een succes, maar ook zonder kinderen is het indrukwekkend. Koop je kaartjes vooraf online, zeker in weekenden en schoolvakanties, anders sta je zo een half uur of langer in de rij bij de ingang.

Daarnaast heb je het wetenschapsmuseum, een IMAX-bioscoop en een planetarium. Het wetenschapsmuseum is leuk als je van interactieve dingen houdt: knopjes, proefjes en installaties waar je zelf mee aan de slag kunt. Verwacht geen zware theorie, maar vooral speelse uitleg. Een combiticket voor aquarium en museum is vaak goedkoper dan losse kaartjes, dus check dit even voordat je boekt. Reis je met tieners, dan is de combinatie aquarium plus IMAX vaak een goede match.

Hoeveel tijd heb je hier nodig?

Als je alleen buiten rondloopt, foto’s maakt en langs de vijvers struint, heb je aan twee uur genoeg. Ga je ook het aquarium in, reken dan op minimaal drie uur extra. Met het wetenschapsmuseum erbij zit je zo aan een volle dag. Zelf vind ik het ideaal om in de ochtend naar l’Oceanogràfic te gaan, daarna een simpele lunch te pakken bij een van de cafés in het complex en dan in de namiddag op je gemak door het Turia-park terug te fietsen.

Een leuke extra: rondom de gebouwen kun je waterfietsen huren of in kleine bootjes varen. Niet per se nodig, maar wel leuk als je met kinderen bent of als je gewoon even wilt zitten en mensen kijken. Let wel op de zon: er is veel wit beton en water, dus neem zonnebril, zonnebrand en eventueel een pet mee.

Praktische tips bij Ciudad de las Artes

  • Kom vroeg in de ochtend of later in de middag om de grootste drukte en hitte te vermijden.
  • Combineer een bezoek met een fietstocht door de Jardines del Turia, dan zie je meteen meer van de stad.
  • Neem een flesje water mee; horeca is aanwezig, maar niet goedkoop en soms druk.
  • Reis je met kleine kinderen, neem een buggy mee: de afstanden zijn groter dan ze lijken.

Vanaf het complex ben je met de bus of taxi zo weer in het centrum, maar met de fiets is het eigenlijk het leukst. Je rijdt dan via het Turia-park in 15 tot 20 minuten terug naar bijvoorbeeld Plaza del Ayuntamiento of de wijk Ruzafa.

Oude centrum, kathedraal en El Carmen

Het oude centrum van Valencia is compact en goed te lopen. De kathedraal, de gezellige pleinen en de wijk El Carmen liggen allemaal dicht bij elkaar. Begin je dag vroeg in het centrum, dan heb je de smalle straatjes nog een beetje voor jezelf en is het licht mooi voor foto’s.

Start bijvoorbeeld bij de Catedral de Santa María, ook wel La Seu genoemd. Binnen zie je een mix van stijlen en een klein museum met werken van onder andere Goya. Volgens de overlevering staat hier ook de Heilige Graal. Of dat echt zo is, laat ik in het midden, maar het is leuk om even te zien. Koop bij de ingang meteen een ticket inclusief toegang tot de toren, dan hoef je later niet opnieuw in de rij.

Naast de kathedraal staat de klokkentoren El Miguelete. De trap is smal en draait, en het kan druk zijn, dus ga liever niet midden op de dag in de hitte. Vroeg in de ochtend of aan het eind van de middag is een stuk prettiger. Boven heb je uitzicht over de daken van El Carmen, Plaza de la Virgen en verder richting de Turia.

Plaza de la Virgen en El Carmen

Plaza de la Virgen is een van de gezelligste pleinen van de stad. Je zit hier tussen locals, toeristen, straatmuzikanten en de fontein in het midden. Het is geen goedkoop plein om te eten, maar voor een koffie, horchata of drankje is het prima. Wil je beter en vaak goedkoper eten, loop dan een paar straatjes El Carmen in, richting bijvoorbeeld Calle Caballeros.

De wijk El Carmen is het oude volksdeel van de stad, met smalle straatjes, street art, kleine boetiekjes en veel barretjes. Hier vind je ook de oude stadspoorten en verschillende kerken. ’s Avonds komt de wijk echt tot leven, met tapasbars en terrassen. Sommige straatjes voelen wat donker en rommelig, dat hoort bij de wijk. Let gewoon goed op je spullen, net als in elke andere stad.

Een kerk die je snel over het hoofd ziet, is de Parroquia de San Nicolás de Bari. Van buiten vrij onopvallend, maar binnen is het plafond compleet bedekt met barokke fresco’s. Koop een combiticket met het zijdemuseum als je beide wilt zien, dat scheelt vaak geld en wachttijd. Combineer dit bijvoorbeeld met een wandeling langs Plaza de la Reina en de kleine pleintjes in El Carmen.

Handige looproute door het centrum

  • Start bij Plaza del Ayuntamiento en loop via smalle straatjes naar Plaza de la Reina.
  • Bezoek de kathedraal en beklim El Miguelete.
  • Loop door naar Plaza de la Virgen voor een drankje.
  • Verken El Carmen, inclusief San Nicolás en de stadspoorten.
  • Sluit af met tapas in een van de barretjes in El Carmen.

Met deze route heb je in een halve tot hele dag een goed beeld van het oude centrum, zonder dat je alles hoeft te plannen per uur.

Jardines del Turia en fietsen door de stad

De Jardines del Turia zijn misschien wel het fijnste deel van Valencia. Waar vroeger de rivier Turia stroomde, ligt nu een langgerekt park van zo’n 9 kilometer. Het loopt van de Ciudad de las Artes y las Ciencias helemaal door tot aan de dierentuin Bioparc. Je vindt er sportvelden, speeltuinen, tuinen, fonteinen en brede paden voor fietsers en wandelaars.

De leukste manier om het park te ontdekken is op de fiets. Valencia is een van de betere fietssteden van Spanje, met veel fietspaden en relatief vlakke wegen. Je kunt zelf een fiets huren of meegaan met een fietstour met Nederlandstalige gids. Zo’n tour is handig als het je eerste keer in Valencia is: in drie tot vier uur krijg je een goed beeld van de stad, inclusief tips voor restaurants en minder bekende plekken zoals de wijk Ruzafa of de buurt rond Mercado de Colón.

Handige tips voor fietsen in Valencia

  • Huur een fiets bij een verhuurder in of vlak bij het centrum, bijvoorbeeld rond Plaza del Ayuntamiento, Estació del Nord of in El Carmen.
  • Plan een route via het Turia-park naar Ciudad de las Artes y las Ciencias en eventueel door naar het strand.
  • Vermijd de warmste uren van de dag in de zomer; begin vroeg of ga eind van de middag.
  • Let op bij kruisingen: auto’s zijn je niet altijd gewend, ook al is er een fietspad.
  • Gebruik een goed slot en zet je fiets vast aan een rek, zeker bij het strand en in El Carmen.

Met de fiets naar het strand is goed te doen. Vanaf het centrum ben je in ongeveer 20 tot 30 minuten bij Playa de la Malvarrosa of Las Arenas. Onderweg fiets je deels door het Turia-park en deels door de stad, langs bijvoorbeeld de wijk Cabanyal. Neem een handdoek en zwemkleding mee in een lichte rugzak, dan kun je spontaan besluiten een duik te nemen.

Heb je geen zin om zelf te navigeren, dan is een georganiseerde fietstour een fijne optie. Vaak start je dan in het centrum, fiets je via Turia naar Ciudad de las Artes, langs het stadion Mestalla en weer terug. Boek een tour bij voorkeur op je eerste of tweede dag, dan kun je de rest van je stedentrip gebruikmaken van de tips die je krijgt.

Markten, pleinen en lokale sfeer

Een van de leukste plekken om de stad echt te voelen, is de Mercado Central. Dit is de overdekte versmarkt in het oude centrum, vlak bij de Lonja de la Seda. De markt is vooral ’s ochtends levendig. Je loopt langs kraampjes met hammen, kazen, fruit, groenten, vis en noten. Het gebouw zelf is ook de moeite waard, met veel licht, glas en tegels.

Koop hier wat fruit voor later op de dag, een broodje met jamón of een paar tapas om staand op te eten. De prijzen zijn meestal beter dan op de terrassen eromheen. Let wel op met verse producten als je nog lang gaat lopen in de hitte; neem geen dingen mee die snel bederven als je geen koelkast hebt. Kom voor 13.00 uur, want daarna loopt de markt langzaam leeg.

Andere mooie pleinen en gebouwen

Naast Plaza de la Virgen is Plaza del Ayuntamiento een bekend plein, met het stadhuis en een grote fontein. Dit plein voelt wat formeler en minder knus, maar het is een handig oriëntatiepunt en vaak vertrekpunt voor bussen en taxi’s. In de buurt vind je ook station Estació del Nord, een mooi gebouw met veel tegels en details in modernistische stijl. Loop hier zeker even naar binnen, ook als je geen trein hoeft te hebben.

Loop ook langs de Lonja de la Seda, de oude zijdebeurs uit de 15e eeuw. Van binnen zie je hoge zuilen en een grote hal waar vroeger handel werd gedreven. Het is geen plek waar je uren blijft hangen, maar voor een korte, rustige stop midden in de drukte is het fijn. Combineer dit met een bezoek aan de Mercado Central, want die ligt er praktisch naast. Een logische volgorde is: eerst koffie op Plaza del Ayuntamiento, dan de markt, dan de Lonja en daarna via de smalle straatjes van El Carmen weer verder.

Wil je nog een andere sfeer proeven, loop dan ook eens langs Mercado de Colón in de wijk Eixample. Dit is een gerestaureerde markthal met vooral cafés en restaurants, populair bij locals voor een drankje in de namiddag. Hier merk je goed het verschil tussen het toeristische centrum en de meer lokale wijken.

Stranden, haven en natuur bij Albufera

Een groot voordeel van Valencia is dat je stad en strand makkelijk combineert. De stranden Las Arenas en Playa de la Malvarrosa liggen op ongeveer een kwartier rijden van het centrum, of zo’n 20 tot 30 minuten fietsen. De stranden zijn breed, schoon en hebben een lange boulevard met restaurants en barretjes. In de zomer is het er druk, maar omdat het strand zo groot is, voelt het zelden echt vol.

Langs de boulevard kun je goed vis en paella eten. De bekende rij restaurants bij Las Arenas zijn prima, maar de prijzen liggen hier wat hoger dan in de stad. Wil je rustiger en vaak beter eten, ga dan een straat achter de boulevard of kies voor een restaurant dat wat eenvoudiger oogt en waar je meer locals ziet dan toeristen. Reserveren is in het weekend slim, zeker rond Spaanse lunchtijd (ongeveer 14.00 tot 15.30 uur).

Boottochten en haven

Vlak bij het strand ligt de haven van Valencia. Vanaf hier vertrekken verschillende boottochten, vaak met een catamaran. Dit is leuk aan het eind van de middag, als de zon wat lager staat. Neem een dun jasje mee, op het water kan het snel fris worden, ook al is het aan land nog warm. Let op of drankjes en snacks bij de prijs zijn inbegrepen, dat verschilt per aanbieder.

Heb je meer tijd, dan is een uitstapje naar Nationaal Park Albufera echt de moeite waard. Dit natuurgebied ligt ongeveer 18 kilometer ten zuiden van de stad en bestaat uit een groot meer, rijstvelden, vissershuisjes en veel vogels. Je kunt er komen met een georganiseerde bustour, met de fiets of met het openbaar vervoer (bijvoorbeeld bus 25) en dan nog een stukje lopen. Een boottocht bij zonsondergang over het meer is hier de klassieker. De lucht kleurt prachtig boven het water en de rijstvelden, vooral in de lente en herfst.

Vergeet niet dat het in de zomer flink warm kan zijn bij Albufera. Neem voldoende water, zonnebrand en een pet mee, zeker als je ook wilt wandelen langs de rijstvelden. Combineer je Albufera met een stranddag, plan dan eerst het strand en ga later op de dag richting het meer, zodat je de ergste hitte ontwijkt.

Musea, paleizen en bijzondere gebouwen

Valencia heeft geen eindeloze lijst grote musea zoals Madrid of Barcelona, maar er zijn wel een paar plekken die echt leuk zijn als je van kunst of mooie gebouwen houdt. Een opvallend voorbeeld is het Palacio del Marqués de Dos Aguas. Dit 18e-eeuwse paleis heeft een extreem gedecoreerde gevel en binnen zie je rijk ingerichte kamers in rococostijl. In het gebouw zit het keramiekmuseum, maar eerlijk gezegd draait het voor de meeste mensen vooral om het paleis zelf.

Een ander museum dat de moeite waard is, is het Museo de Bellas Artes, met klassieke schilderkunst. Het is er vaak rustiger dan in de drukkere bezienswaardigheden en daardoor een fijne plek als je even aan de hitte of drukte wilt ontsnappen. Verwacht hier geen hippe installaties, maar gewoon goede schilderijen in een rustig gebouw. Combineer dit bijvoorbeeld met een wandeling langs de rivier en een koffie in de buurt van de bruggen Puente de la Trinidad of Puente del Real.

Praktische museumtips

  • Check openingstijden vooraf; sommige musea sluiten midden op de dag of zijn op maandag dicht.
  • Koop een Valencia Tourist Card als je meerdere musea en monumenten wilt bezoeken. Je krijgt vaak gratis of korting op entree en je mag gratis met het openbaar vervoer, inclusief de metro naar het vliegveld.
  • Plan musea liever in de heetste uren van de dag, dan zit je lekker koel binnen.
  • Bewaar de drukkere buitenbezienswaardigheden voor de ochtend of late namiddag.

Naast de musea zijn ook de oude stadspoorten Torres de Serranos en Torres de Quart leuk om te bezoeken. Je kunt de poorten beklimmen voor uitzicht over de stad en het Turia-park. Het zijn geen grote attracties waar je lang blijft, maar ze geven wel een goed beeld van hoe de oude stadsmuren er vroeger uitzagen. Een handige volgorde is om vanuit El Carmen eerst naar Torres de Serranos te lopen, daar omhoog te gaan en daarna via het Turia-park verder te wandelen of fietsen.

Ben je meer van moderne architectuur, dan is een extra rondje langs de futuristische bruggen in het Turia-park de moeite waard. Denk aan de witte brug Puente de l’Assut de l’Or bij Ciudad de las Artes en de meer klassieke Puente de las Flores met zijn bloemen. Zo zie je in korte tijd hoe verschillend de stad kan aanvoelen per wijk.

Bioparc, Mestalla en dagtochten buiten de stad

Helemaal aan het einde van het Turia-park ligt de Bioparc, de dierentuin van Valencia. Deze dierentuin staat bekend om de manier waarop de verblijven zijn ingericht: zo natuurlijk mogelijk, met veel ruimte en zonder zichtbare hekken. Vooral de Afrikaanse savanne en de zones met gorilla’s en leeuwen zijn indrukwekkend. Reken op een halve dag als je het rustig wilt bekijken. Koop je tickets online, dan kun je vaak een wachtrij overslaan.

Ben je voetbalfan, dan is een rondleiding door het Mestalla-stadion van Valencia CF leuk om te doen. Het stadion ligt niet ver van het centrum en tijdens een tour kom je in de kleedkamers, langs het veld en op de tribunes. Check vooraf de speelschema’s; als er een thuiswedstrijd is, is een tour soms niet mogelijk, maar misschien kun je dan juist een wedstrijd meepakken. Boek tickets voor wedstrijden ruim op tijd, zeker tegen grote clubs.

Leuke dagtochten vanuit Valencia

Blijf je langer dan drie dagen, dan is het leuk om iets van de omgeving te zien. Een paar goede opties:

  1. Montanejos: warmwaterbronnen met helderblauw water, net buiten het bergdorpje Montanejos. Je kunt hier zwemmen tussen de rotsen en wandelen langs de rivier. Ga met een georganiseerde excursie als je geen auto hebt; de weg ernaartoe is bochtig en parkeren kan in het hoogseizoen lastig zijn.
  2. Grotten van San José: hier vaar je per boot over de langste bevaarbare ondergrondse rivier van Europa. Het is koel in de grot, dus neem een dun truitje mee, ook in de zomer. Combineer dit eventueel met een korte stop in een dorpje in de buurt, zodat je niet alleen de grot ziet.
  3. Bergen van Calderona: met een jeepsafari rijd je de bergen in en heb je uitzicht vanaf bijvoorbeeld uitkijkpunt El Garbi. Handig als je wel de natuur in wilt, maar geen zin hebt om zelf te rijden of routes uit te zoeken.

Voor dit soort uitstapjes geldt: boek niet op het allerlaatste moment, zeker niet in het hoogseizoen. Groepen zitten dan snel vol en de kans is groot dat je moet uitwijken naar een andere dag dan je eigenlijk wilde. Kijk ook even hoe laat je terug bent, zodat je niet te laat in de avond nog een heel eind terug naar je accommodatie moet zoeken.

Eten, drinken en de smaak van Valencia

Valencia is de geboorteplaats van de paella, en dat merk je overal. De meest traditionele versie is de Paella Valenciana, met kip, konijn, sperziebonen en soms slakken. Daarnaast heb je paella de marisco (met zeevruchten) en paella mixta (een mix van vlees en vis). Eet paella het liefst als lunch, niet ’s avonds laat. Dat is hoe de locals het doen en vaak is de kwaliteit rond lunchtijd beter.

Goede paella vind je bijvoorbeeld bij restaurants aan het strand van Malvarrosa, maar ook in de stad zijn genoeg adressen. Vermijd plekken waar grote foto’s van paella op het terras hangen en waar ze het de hele dag door aanbieden. Een goede paella wordt op bestelling gemaakt en heeft tijd nodig, dus reken op minstens 30 tot 40 minuten wachttijd. Zie je een pan paella al klaarstaan bij de ingang, loop dan liever door.

Lokale drankjes en foodtours

Naast paella zijn er nog een paar dingen die typisch Valenciaans zijn. Horchata is een melkachtig drankje gemaakt van aardamandelen (chufa). Het wordt ijskoud gedronken en is vooral op warme dagen lekker verfrissend. Je koopt het bij speciale horchatería’s in de stad, bijvoorbeeld rond Calle de Santa Catalina. Verwacht een vrij zoete, nootachtige smaak; het is even wennen, maar wel leuk om te proberen.

Voor iets sterkers heb je Agua de Valencia, een mix van onder andere cava en sinaasappel. Dit drink je meestal in een kan om te delen, dus pas op: het gaat makkelijk naar binnen, maar het tikt wel aan. Bestel dit liever bij een bar waar je ook wat te eten hebt, zodat je niet na twee glazen wankelend door de stad loopt. In El Carmen en rond Plaza de la Reina vind je genoeg plekken waar dit op de kaart staat.

Als je graag proeft en tegelijk meer wilt leren over de stad, is een foodtour of een paella-workshop een leuke toevoeging aan je stedentrip. Tijdens een foodtour loop of fiets je met een gids langs verschillende barretjes en proef je lokale hapjes zoals fideuà (een soort paella met pasta) of buñuelos in het najaar. Bij een paella-workshop ga je zelf aan de slag met rijst, bouillon en de juiste pan. Handig als je thuis ook eens een poging wilt wagen en wilt weten hoe het nou echt hoort, inclusief tips over welke rijst je moet gebruiken en hoe je die knapperige bodem krijgt.

Meer praktische reisinfo over reizen door Spanje vind je in de Spanje vakantieland wiki.

Ben je tevreden over dit artikel?

Je feedback helpt ons onze content te verbeteren.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *