Blog

Isaan: authentiek noordoost-Thailand vol rijstvelden en tempels

Isaan is het rustige noordoosten van Thailand: rijstvelden, bergen, Khmer-tempels, Mekong-dorpen en pittig eten. Minder toeristen, meer dagelijks leven en pure natuur.

Lynn 2 mei 2026 16 min lezen
Isaan: authentiek noordoost-Thailand vol rijstvelden en tempels

Isaan is het noordoosten van Thailand: een uitgestrekte regio vol rijstvelden, dorpjes en tempels waar het dagelijks leven nog rustig zijn gang gaat. Je vindt er weinig grote resorts, maar juist veel lokale markten, eenvoudige eettentjes en landschappen waar bijna geen toerist komt. Ideaal als je Thailand net wat dieper wilt leren kennen dan alleen de bekende highlights.

Omdat nog geen tien procent van de Thailand-reizigers naar Isaan gaat, voelt het vaak alsof je een ander land binnenrijdt. Minder glitter, meer platteland. En vooral: veel vriendelijke mensen die oprecht nieuwsgierig zijn naar wie jij bent en wat je komt doen.

Wat je moet weten over Isaan

Met Isaan bedoelt men de negentien provincies in het noordoosten van Thailand, tussen de Mekong-rivier en de grenzen met Laos en Cambodja. Denk aan provincies als Udon Thani, Khon Kaen, Nakhon Ratchasima (Korat), Loei en Ubon Ratchathani. De regio is enorm, dus je kunt niet “even” alles in twee weken zien.

Het landschap wordt gedomineerd door rijstvelden, kleine dorpen en lage bergketens. Je ziet buffels in modderpoelen, houten paalhuizen, kinderen die langs de weg spelen en overal kleine tempeltjes. In vergelijking met Phuket of Koh Samui is de infrastructuur eenvoudiger, maar nog steeds goed genoeg om prima rond te reizen. Bussen en minibusjes rijden zelfs naar behoorlijk afgelegen plaatsen, al moet je soms een paar keer overstappen.

Omdat Isaan de armste regio van Thailand is, zie je minder luxe malls en hippe koffiebars. Daar staat tegenover dat prijzen voor eten en overnachtingen lager liggen dan in de bekende toeristengebieden. In een stad als Khon Kaen of Ubon Ratchathani heb je al een nette kamer met airco voor wat je in Bangkok soms voor een dormbed betaalt. In kleinere plaatsen zoals Phimai of Chiang Khan slaap je vaak nog goedkoper in simpele maar schone guesthouses.

De sfeer is een belangrijke reden om Isaan te bezoeken. Mensen zijn nieuwsgierig en vaak extra behulpzaam, juist omdat er minder buitenlanders komen. In een dorp bij Loei werd ik bijvoorbeeld spontaan uitgenodigd voor een familiefeest. Niemand sprak echt Engels, maar met handen en voeten, glimlachen en veel eten kom je verrassend ver. Reken er wel op dat je soms aangestaard wordt, zeker buiten de steden. Niet onvriendelijk, gewoon nieuwsgierig.

Hoeveel tijd heb je nodig?

Door de afstanden is het slim om te kiezen. Voor een eerste keer Isaan is 7 tot 14 dagen een mooie richtlijn, bijvoorbeeld in combinatie met Bangkok. Wil je ook rustig langs de Mekong reizen en meerdere steden aandoen, dan zit je al snel op drie weken.

Een paar realistische combinaties:

  • 5 tot 7 dagen: Bangkok – Khao Yai – Phimai – terug naar Bangkok.
  • 10 tot 14 dagen: Bangkok – Khao Yai – Korat – Khon Kaen – Udon Thani – Nong Khai.
  • 2 tot 3 weken: Bangkok – Khao Yai – Phimai – Khon Kaen – Udon Thani – Nong Khai – Loei – Chiang Khan.

Probeer niet elke dag te verkassen. In steden als Khon Kaen of Udon Thani is het juist leuk om een extra dag te blijven en gewoon wat rond te slenteren, een lokale markt te bezoeken en een middag in een park of koffietentje te hangen.

Khao Yai National Park: regenwoud en wildlife

In het zuidwesten van Isaan, op ongeveer twee tot drie uur rijden van Bangkok, ligt Khao Yai National Park. Dit is het oudste nationale park van Thailand en staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Verwacht dicht regenwoud, graslanden, uitzichtpunten en watervallen, plus een flinke kans om dieren te zien.

In de vroege ochtend of tegen zonsondergang kun je wilde olifanten langs de weg zien oversteken. Verder leven er gibbons, neushoornvogels, grote varanen en met heel veel geluk zelfs luipaarden en tijgers, al is de kans daarop echt minimaal. Ga altijd met een lokale gids op pad; die herkent dierengeluiden, weet waar olifanten vaak oversteken en kan je vertellen welke paden veilig zijn.

Waar verblijf je en hoe kom je er?

De meeste reizigers slapen in of rond Pak Chong, een plaatsje aan de rand van het park. Vanuit Bangkok reis je hier makkelijk heen met de trein vanaf Hua Lamphong of met een minibus vanaf bijvoorbeeld Mo Chit. Vanuit Pak Chong kun je dagtours boeken waarbij je vroeg het park in gaat, verschillende uitzichtpunten en watervallen bezoekt en vaak een avond- of nachtsafari doet.

Een fijne combinatie voor één volle dag:

  • Ochtend: wandeling met gids door het bos, kans op gibbons en neushoornvogels.
  • Middag: bezoek aan een waterval, bijvoorbeeld Haew Suwat of Haew Narok.
  • Laatste deel van de dag: rondrijden langs open graslanden om olifanten te spotten.

Zelf vond ik de Haew Suwat-waterval leuk om even te zien, ook omdat hij in de film The Beach voorkwam, maar de rustigere viewpoints waren eigenlijk mooier. Vraag je gids naar minder bezochte plekken; vaak sta je daar met maar een paar andere mensen.

Praktische tips in het park

Een paar dingen die het verschil maken tussen een leuke en een vermoeiende dag:

  • Neem een trui of vest mee: in de vroege ochtend en ’s avonds kan het echt fris zijn, zeker op de hoger gelegen stukken.
  • Draag dichte schoenen met profiel; paden kunnen modderig zijn en bloedzuigers houden van blote enkels.
  • Gebruik goede antimuggenspray, vooral bij stilstaand water en in de schemering.
  • Neem voldoende water en een kleine snack mee; niet overal zijn kraampjes.

Heb je meer tijd, dan kun je in het park overnachten in eenvoudige bungalows of op campings. Dat is vooral leuk als je graag bij zonsopkomst meteen de natuur in wilt. Reserveer deze slaapplekken op tijd, zeker in Thaise weekenden en vakanties, want dan trekken veel locals het park in om te kamperen.

Phimai en de Khmer-tempels

Phimai is een klein stadje in de provincie Nakhon Ratchasima, maar je komt hier vooral voor het Phimai Historical Park. Dit tempelcomplex is een van de mooiste voorbeelden van Khmer-architectuur in Thailand. Het is kleiner dan Angkor Wat in Cambodja, maar qua stijl, torens en reliëfs zie je meteen de gelijkenis.

Zo’n 800 jaar geleden was Phimai via een directe weg verbonden met Angkor. De stad lag op een belangrijke handelsroute van het Khmer-rijk, en dat zie je terug in de rijk versierde poorten en torens. De Prasat Phimai, de centrale tempel, is prachtig gerestaureerd en je kunt overal tussendoor lopen, trappen op en kleine hoekjes ontdekken. In de ochtend of late middag heb je mooi zacht licht voor foto’s.

Je bezoek slim opbouwen

Het fijne aan Phimai is dat het een stuk rustiger is dan Ayutthaya of Sukhothai. Vaak loop je er samen met een paar Thaise schoolklassen en wat losse reizigers rond. Daardoor heb je alle tijd om details te bekijken zonder dat je in een mensenmassa staat.

Handige volgorde voor je bezoek:

  1. Begin bij de hoofdingang en loop via de brug met naga-slangen het complex binnen.
  2. Neem de tijd in de centrale toren om reliëfs en beelden van dichtbij te bekijken.
  3. Loop daarna langs de buitenste muren voor mooie doorkijkjes en overzichtsfoto’s.
  4. Ga aan het eind even zitten in de schaduw van de bomen aan de rand van het terrein.

Na het tempelcomplex is het leuk om nog even naar het Phimai National Museum te gaan. Daar liggen beelden, inscripties en andere vondsten uit de regio. Het is geen enorm museum, maar wel een fijne aanvulling als je de geschiedenis van het gebied iets beter wilt begrijpen.

Hoe kom je in Phimai?

Phimai bereik je het makkelijkst via Nakhon Ratchasima (Korat). Vanuit Korat rijden regelmatig bussen en songthaews (pick-up taxi’s) naar Phimai. Reken op een dagtrip als je in Korat slaapt: heen in de ochtend, terug aan het eind van de middag. Wil je het rustiger aan doen, blijf dan een nacht in een simpel guesthouse in Phimai zelf.

Een praktische combinatie is: vanuit Bangkok met de trein of bus naar Korat, daar één of twee nachten blijven voor de stad en streetfood, en dan een dag of nacht naar Phimai. Zo hoef je niet alles in één keer te proppen en heb je ook tijd om gewoon wat rond te lopen door de oude straten van Phimai.

Eten in Isaan: pittig, fris en veel streetfood

De keuken van Isaan is anders dan wat je waarschijnlijk kent van Thaise restaurants in Nederland. Gerechten zijn vaak pittiger, frisser en minder romig. Er wordt veel gewerkt met limoen, vissaus, geroosterde rijst en verse kruiden. Langs de Mekong proef je duidelijk de invloed van Laos, bijvoorbeeld in steden als Nong Khai en Mukdahan.

Een paar typische gerechten die je bijna overal tegenkomt:

  • Som tam: groene papajasalade met limoen, chili, vissaus en pinda’s. In Isaan meestal een stuk pittiger dan in Bangkok.
  • Gai yang: gegrilde kip van de barbecue, vaak gemarineerd in knoflook en korianderwortel, geserveerd met een pittige dipsaus en sticky rice.
  • Khao niao: kleefrijst die je met je handen eet, ideaal om sauzen mee op te vegen.
  • Larb of laap: salade van gehakt (vaak kip of varkensvlees) met limoen, munt, chili en geroosterde rijst.

Op night markets in steden als Udon Thani, Khon Kaen en Ubon Ratchathani zie je ook veel gefrituurde insecten, zoals zijderupsen, sprinkhanen en kevers. Als je dat wilt proberen, kies dan een druk kraampje waar veel locals kopen, dan weet je dat de omloopsnelheid hoog is. Begin bijvoorbeeld met krokante sprinkhanen; die zijn qua structuur nog het meest “veilig” als je twijfelt.

Eten op night markets en in dorpjes

In bijna elke stad in Isaan is er ’s avonds wel een night market. Dat is dé plek om van alles te proeven zonder dat je meteen een groot bord hoeft te bestellen. In Khon Kaen kun je bijvoorbeeld langs de Ton Tann Night Market lopen, in Udon Thani is de night market bij het station leuk, en in Loei heb je een kleinere maar gezellige markt met veel lokale snacks.

In kleinere dorpen eet je vaak bij eenvoudige eetstalletjes langs de weg. De menukaart hangt soms alleen in het Thais, maar met een paar woorden kom je al ver:

  • Pet nit noi: een beetje pittig (handig bij som tam).
  • Khao niao: sticky rice, standaard bij veel Isaan-gerechten.
  • Mai sai prik: zonder chili, als je het echt rustig aan wilt doen.

Reken op lage prijzen: voor een bord som tam en gegrilde kip met kleefrijst betaal je vaak minder dan wat je in Bangkok kwijt bent voor een drankje in een rooftopbar. Laat je niet afschrikken door plastic stoelen en tl-licht; juist daar heb ik het lekkerst gegeten. Let vooral op waar veel locals zitten, dat is meestal een goed teken.

Chiang Khan en Nong Khai: leven langs de Mekong

Langs de Mekong-rivier, op de grens met Laos, liggen een paar van de sfeervolste plaatsen van Isaan. Chiang Khan in de provincie Loei is daar een mooi voorbeeld van. Het is een slaperig stadje met houten huizen langs de rivier, een autoluwe hoofdstraat en een paar kleinschalige guesthouses. Geen grote resorts, geen harde muziek, maar gewoon een ontspannen dorpsgevoel.

In Chiang Khan kun je ’s ochtends vroeg monniken zien die hun bedelronde lopen, terwijl het dorp langzaam wakker wordt. Later op de dag huur je een fiets en rijd je langs de rivier, of je gaat met een bootje de Mekong op. De zonsondergang is hier echt de moeite waard: de lucht kleurt oranje en roze boven de heuvels aan de overkant in Laos.

Nong Khai en Sala Kaew Ku

Verder naar het oosten, bij het stadje Nong Khai, vind je een van de vreemdste en leukste bezienswaardigheden van Isaan: het Sala Kaew Ku Sculpture Park. Dit beeldenpark ligt net buiten de stad en staat vol enorme betonnen sculpturen, sommige wel 25 meter hoog. De beelden zijn geïnspireerd op hindoeïstische en boeddhistische mythologie: je ziet Shiva, Boeddha, Vishnu, maar ook slangen, dieren en bizarre fantasietaferelen.

Het park is aangelegd door een excentrieke monnik/kunstenaar, en dat zie je aan alles. Je loopt tussen gigantische beelden door, langs trappen, boogjes en kleine altaren. Het voelt een beetje surrealistisch, zeker als je er in de vroege ochtend of tegen sluitingstijd bent en het rustig is. Neem de tijd om hier rond te dwalen, want elk beeld heeft weer andere details.

Vanuit Nong Khai is het ongeveer een half uur fietsen naar Sala Kaew Ku. Je kunt een tuktuk nemen, maar de fiets is leuker: je rijdt door woonwijken, langs kleine winkeltjes en eindigt bij het park. Op de terugweg kun je langs de Mekong terugfietsen en ergens stoppen voor een simpele maaltijd met uitzicht op Laos. In Nong Khai zelf zijn genoeg guesthouses langs de rivier, vaak met een terras waar je ’s avonds met een biertje naar de lichtjes aan de overkant kunt kijken.

Rustig reizen langs de rivier

Als je tijd hebt, is het mooi om langs de Mekong van Chiang Khan naar Nong Khai te reizen, bijvoorbeeld via Loei. De bus doet er wat langer over dan de directe hoofdweg, maar je ziet onderweg kleine dorpen, markten en uitzichtpunten over de rivier. In Loei kun je een dag extra blijven om de koele ochtenden in de heuvels mee te pakken.

Een praktische tip: plan hier bewust wat lege dagen. De charme van de Mekong zit juist in langzaam reizen, een extra koffie drinken met uitzicht en niet te veel plannen per dag.

Reizen naar en door Isaan

Vanuit Nederland vlieg je meestal naar Bangkok. KLM, EVA Air en China Airlines hebben directe vluchten vanaf Amsterdam, maar vaak is een vlucht met overstap goedkoper. Als je flexibel bent met data, kun je soms rond de 425 euro retour vinden, al zijn dat echt de betere aanbiedingen. Vluchten met overstap in steden als Doha, Dubai of Helsinki zijn vaak gunstig geprijsd.

Vanaf Bangkok is Isaan verrassend goed bereikbaar. Voor Khao Yai National Park reis je bijvoorbeeld eerst naar Pak Chong, wat met de trein of bus zo’n twee tot drie uur duurt. Voor steden als Khon Kaen, Udon Thani of Ubon Ratchathani kun je kiezen tussen bus, trein of een binnenlandse vlucht. Thai Airways, AirAsia en Nok Air vliegen op verschillende steden in Isaan, vaak meerdere keren per dag.

Openbaar vervoer of eigen vervoer

Eenmaal in Isaan zelf kun je bijna overal komen met het busnetwerk. Zelfs kleine dorpjes worden bediend door lokale bussen of songthaews. De keerzijde: aansluitingen zijn niet altijd ideaal en dienstregelingen zijn soms vaag of alleen in het Thais. Plan daarom niet te strak en reken extra tijd in voor overstappen of vertragingen.

Wil je meer vrijheid, dan is een huurauto of motor een fijn idee. Vanuit Bangkok kun je een auto huren en via Khao Yai doorrijden naar bijvoorbeeld Korat, Khon Kaen en verder richting de Mekong. De hoofdwegen zijn over het algemeen goed en duidelijk aangegeven. Let er wel op dat:

  • Je in Thailand links rijdt en rotondes dus andersom neemt.
  • Je een internationaal rijbewijs nodig hebt, naast je Nederlandse rijbewijs.
  • In dorpen onverwacht scooters, honden en tractors de weg op kunnen schieten.

Een praktische route kan zijn: Bangkok – Khao Yai – Korat – Phimai – Khon Kaen – Udon Thani – Nong Khai. Heb je meer tijd, dan kun je via Loei en Chiang Khan langs de Mekong terug zakken richting centraal Thailand. Probeer niet te veel in te plannen; de charme van Isaan zit juist in rustig rondrijden en spontaan stoppen bij een markt, tempel of uitzichtpunt.

Overnachten: waar kies je voor?

In de grotere steden als Khon Kaen, Udon Thani en Ubon Ratchathani heb je ruime keuze uit hotels en guesthouses, van simpele kamers tot nette middenklassehotels. In kleinere plaatsen zoals Phimai, Chiang Khan en Nong Khai zijn vooral kleinschalige guesthouses en homestays populair.

Handige keuzes per type reiziger:

  • Backpackers: kies voor guesthouses rond het centrum of de night market, dan kun je alles lopend doen.
  • Reizigers met huurauto: zoek een accommodatie met eigen parkeerplaats, bijvoorbeeld net buiten het centrum.
  • Rustzoekers: in Chiang Khan en langs de Mekong bij Nong Khai zijn veel kleine plekjes direct aan de rivier, ideaal voor een paar rustige dagen.

Boek in Thaise feestdagen en weekenden liever vooruit, zeker in populaire plekken als Khao Yai en Chiang Khan. Buiten die periodes kun je vaak nog prima ter plekke iets zoeken.

Beste reistijd voor Isaan

Isaan heeft een landklimaat en ligt relatief dicht bij de evenaar. Dat betekent hete, droge zomers en een duidelijk regenseizoen. De periode van maart tot en met juni is vaak erg heet en droog. Temperaturen kunnen dan makkelijk boven de 35 graden uitkomen, zeker in laaggelegen gebieden zoals rond Udon Thani en Khon Kaen. Als je niet goed tegen hitte kunt, is dit niet de fijnste periode om door Isaan te reizen.

De beste reistijd is over het algemeen van oktober tot en met februari. Dit zijn de koelere wintermaanden. Overdag is het dan meestal aangenaam warm, terwijl het in de avonden en nachten flink kan afkoelen, vooral in de bergen rond Loei of in hoger gelegen delen bij Khao Yai. Neem dus een vest of dun jasje mee als je in deze periode gaat en van plan bent om in de natuur te overnachten.

Een extra pluspunt van reizen in deze maanden: de natuur staat er mooi bij. Na het regenseizoen zijn rijstvelden groen, bloemen staan in bloei en de lucht is vaak helder. In de vroege ochtend hangt er soms nog mist in de valleien, die langzaam optrekt als de zon opkomt. Sta minstens één keer heel vroeg op, bijvoorbeeld bij een viewpoint in Khao Yai of in de heuvels rond Loei, om dat mee te maken.

Regen en seizoensverschillen

Het regenseizoen loopt grofweg van juni tot en met september. Dat betekent niet dat het de hele dag regent, maar je kunt stevige buien verwachten, vaak aan het eind van de middag. Wegen kunnen dan glad zijn en onverharde paden modderig. Aan de andere kant zijn watervallen in deze periode juist spectaculairder en is de natuur extra groen.

Als je in het regenseizoen reist, let dan op een paar dingen:

  • Check lokaal het weer voordat je de bergen in gaat of lange stukken gaat rijden.
  • Neem een lichte regenjas of poncho mee, vooral als je met de scooter reist.
  • Plan buitenactiviteiten liever in de ochtend, dan is de kans op regen vaak kleiner.

In de warmste maanden (maart tot juni) is airconditioning in je accommodatie geen overbodige luxe. In steden als Udon Thani en Khon Kaen kan het dan echt drukkend warm zijn. Als je toch in deze periode gaat, plan dan wandelingen en tempelbezoeken vroeg op de dag en zoek in de middag de schaduw op, bijvoorbeeld in een café, winkelcentrum of bij een guesthouse met een tuin.

Reis je juist in december of januari, houd er dan rekening mee dat het ’s nachts in de regio Loei en in hoger gelegen delen bij Khao Yai verrassend fris kan zijn. Een lange broek en dichte schoenen zijn dan geen overbodige luxe als je ’s ochtends vroeg op pad wilt voor mistige uitzichten over de rijstvelden.

Lees verder

Ben je tevreden over dit artikel?

Je feedback helpt ons onze content te verbeteren.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *