Wat te doen in Alicante: bezienswaardigheden, stranden en tips
Alicante is een fijne mix van stad en strand. Lees over het kasteel Santa Bárbara, de Explanada, het oude centrum, Playa del Postiguet, musea, eten en dagtrips in de regio.
Alicante bezienswaardigheden
Alicante is zo’n stad waar je makkelijk langsrijdt richting de Costa Blanca, maar waar het juist de moeite waard is om even te blijven. Je hebt er strand, een oud centrum, een kasteel op de heuvel en genoeg terrasjes om dagenlang te testen. Als je een stedentrip wilt combineren met strand, is dit een hele relaxte keuze.
Vanaf het vliegveld sta je in een kwartier in het centrum en kun je eigenlijk direct de boulevard op. De sfeer is ontspannen, het weer is bijna het hele jaar zacht en alles ligt redelijk compact bij elkaar. Hieronder vind je de belangrijkste bezienswaardigheden in Alicante, plus praktische tips uit ervaring.
Stedentrip naar Alicante: wat voor stad is het?
Alicante ligt aan de Costa Blanca, in de regio Valencia, en heeft ruim 320.000 inwoners. Groot genoeg voor musea, uitgaan en winkels, maar klein genoeg om in een paar dagen goed te leren kennen. Het grootste pluspunt: je combineert stad en strand zonder gedoe met bussen of taxi’s.
De stad heeft een grote haven, maar als bezoeker merk je vooral de levendige boulevard, de jachthaven en de stranden. Vanuit Nederland vlieg je er in ongeveer 2,5 uur naartoe. Het vliegveld ligt op zo’n 12 kilometer van het centrum. De C6-bus rijdt de hele dag door naar de stad en stopt onder andere bij Plaza de los Luceros en bij de haven. Een taxi kost meestal vergelijkbaar met een rit van 15 tot 20 minuten in Nederland.
Waar je in Valencia of Barcelona soms flink moet lopen tussen de highlights, ligt in Alicante veel bij elkaar: het Castillo de Santa Bárbara op de Monte Benacantil, het oude centrum (Casco Antiguo), de Explanada de España en het stadsstrand Playa del Postiguet. Dat maakt de stad ook fijn als je met kinderen reist of gewoon geen zin hebt in hele dagen sjouwen.
Beste periode om Alicante te bezoeken
Door het mediterrane klimaat kun je bijna het hele jaar door naar Alicante. Zomers zijn warm en droog, met in juli en augustus makkelijk 30 graden of meer. In mei, juni, september en begin oktober is het vaak ideaal: veel zon, rond de 24 tot 28 graden en de zee is dan ook lekker om in te zwemmen.
De winters zijn zacht. In december en januari ligt de middagtemperatuur meestal rond de 16 tot 18 graden en zit je met een trui gewoon op een terras. Verwacht dan geen lange stranddagen met zwemmen, maar wel fijne wandeltemperaturen. Als je vooral wilt slenteren, musea bezoeken en terrasjes pakken, zijn voor- en najaar het prettigst.
Ben je rond 24 juni in de buurt, dan valt het Hogueras de San Juan-festival. Dan staan er grote beelden in de stad die uiteindelijk in brand gaan, met veel vuurwerk en optochten. Erg leuk om mee te maken, maar houd rekening met drukte, lawaai tot laat en hogere hotelprijzen.
Handige eerste keuzes bij het plannen
Voor je boekt, is het handig om even stil te staan bij wat je precies wilt in Alicante. Dat scheelt later gedoe.
- Vooral strand: kies een hotel bij Playa del Postiguet of richting Playa de San Juan, bijvoorbeeld rond halte Costa Blanca van de tram.
- Stad en eten: ga voor een verblijf in of rond de Casco Antiguo, bij Plaza del Ayuntamiento of Mercado Central.
- Met kinderen: kies iets op loopafstand van de boulevard en het strand, zodat je geen kinderwagen hoeft te slepen in het openbaar vervoer.
- Budget: kijk net achter de Rambla de Méndez Núñez of richting de wijk Benalúa, daar zijn vaak goedkopere opties.
Zelf vind ik een hotel tussen de Rambla en het strand ideaal. Je loopt dan in vijf tot tien minuten naar zowel de Explanada de España als naar Playa del Postiguet.
Castillo de Santa Bárbara: het kasteel boven de stad
Het Castillo de Santa Bárbara zie je overal in Alicante terug. Het ligt bovenop de 166 meter hoge Monte Benacantil en is echt de blikvanger van de stad. Voor mij is dit de nummer één bezienswaardigheid in Alicante, vooral door het uitzicht over de zee, de haven en de daken van de stad.
De basis van het kasteel werd gelegd door de Moren, later werd het verder uitgebouwd door Spaanse koningen. Binnen vind je het kleine museum MUSA (Museo de la Ciudad de Alicante), waar je meer leert over de geschiedenis van het kasteel en de stad. Verwacht geen enorm interactief museum, maar wel een paar interessante zalen en archeologische vondsten. Handig als je toch boven bent en even uit de zon wilt.
Hoe kom je bij het kasteel?
Je kunt op verschillende manieren naar boven. Kies wat past bij je conditie en het weer:
- Te voet via Parque de la Ereta: een groene route met uitzichtpunten. Reken op ongeveer een uur lopen vanaf bijvoorbeeld Plaza del Ayuntamiento als je het rustig aan doet. Fijn in de ochtend.
- Over de oude vestingmuren: iets steiler, met veel trappen. Leuk als je van uitzicht houdt en geen probleem hebt met klimmen. Start bijvoorbeeld vanuit Barrio Santa Cruz.
- Met de lift: de makkelijkste optie als je geen zin hebt om te klimmen of met kinderen reist. De ingang van de tunnel naar de lift ligt aan de Calle Jovellanos, vlak bij Playa del Postiguet. Je betaalt een klein bedrag voor de lift, de toegang tot het kasteel zelf is meestal gratis.
Midden op de dag kan het boven flink warm worden, zeker in juli en augustus. Ga bij voorkeur in de ochtend of aan het eind van de middag. Neem altijd een flesje water mee, want niet alle horeca boven is de hele dag open.
Wat mag je boven niet missen?
Vanaf het kasteel zie je goed hoe compact Alicante is. Je kijkt uit op Playa del Postiguet, de haven Puerto Deportivo en de Explanada de España. Op heldere dagen kun je zelfs richting Santa Pola en de kustlijn verderop kijken.
- Loop helemaal door naar de hoogste uitkijkpunten, daar heb je het beste zicht op de stad en de bergen landinwaarts.
- Kijk bij de kanonnen en de oude gevangenisruimtes, vooral leuk als je met kinderen bent.
- Blijf als je kunt tot de zon ondergaat. Het gouden licht over de zee en de daken van de stad is echt de moeite waard.
Veelgemaakte fout: te laat op de dag omhoog gaan zonder water en zonder pet. Het lijkt misschien maar een klein heuveltje, maar in de zon voelt het anders. Begin gewoon op tijd, dan heb je boven ook nog energie om rustig rond te kijken.
Explanada de España en de haven: wandelen langs zee
De Explanada de España is de bekendste boulevard van Alicante. Je herkent hem meteen aan het golvende mozaïekpatroon in rood, wit en zwart. Langs de boulevard staan rijen palmbomen en kraampjes, en je loopt er in een rechte lijn langs de zee richting de haven. Dit is de plek waar de stad ’s avonds echt tot leven komt.
Overdag is de Explanada fijn voor een rustige wandeling met een ijsje of koffie. In de avond schuiven de locals aan op de terrasjes en hoor je straatmuzikanten spelen. Vooral in de weekenden kan het hier gezellig druk worden. De boulevard loopt parallel aan Playa del Postiguet, dus je combineert een stranddag makkelijk met een avondwandeling hier.
Puerto Deportivo: de moderne haven
Aan het eind van de boulevard kom je bij de Puerto Deportivo, de jachthaven van Alicante. Hier liggen grote jachten, maar ook zeilboten en catamarans die tochten de zee op maken. Rondom de haven zitten restaurants, bars, een casino en een paar clubs. In de zomer is dit een populaire plek om uit te gaan, vooral in de buurt van Muelle de Levante.
Een paar dingen om rekening mee te houden:
- Prijzen liggen hier wat hoger dan in de kleine straatjes van het oude centrum. Voor een drankje met uitzicht op de boten betaal je gewoon wat extra.
- Het wordt vooral na 22.00 uur druk. Spaanse eet- en uitgaanstijden liggen later dan we in Nederland gewend zijn.
- Met kinderen is het leuk om hier voor zonsondergang te wandelen en naar de boten te kijken. Daarna kun je beter richting Casco Antiguo voor een wat rustigere sfeer.
In de haven ligt ook een grote houten piratenboot, Barco Restaurante El Trinidad. Dat is vooral leuk als je met kinderen reist, al is het eten niet per se beter dan in de kleinere restaurants in het centrum. Verder vind je in de haven een gratis museum over de Volvo Ocean Race, handig als je even uit de zon wilt of een uurtje binnen wilt doorbrengen.
Praktische tips voor de boulevard
De Explanada en de haven zijn plekken waar je waarschijnlijk elke dag wel even komt. Met een paar simpele keuzes maak je het net wat relaxter:
- Ga voor koffie en ontbijt naar een van de cafés in de zijstraten richting Rambla de Méndez Núñez. Daar is het vaak goedkoper en minder toeristisch.
- Voor een boottocht kun je ter plekke kijken wat er vertrekt, maar in het hoogseizoen is het slim om een catamarantrip of tocht naar Tabarca-eiland een dag van tevoren te boeken.
- Let op je tas in de drukste stukken van de boulevard, vooral rond de kraampjes en bij straatoptredens.
Zelf vind ik het fijn om hier aan het eind van de middag even te gaan zitten met een drankje, bijvoorbeeld bij een van de terrassen tegenover de jachthaven. Je kijkt dan mooi uit over de boten en ziet de stad langzaam oplichten.
Oude centrum en Barrio Santa Cruz
Het oude centrum van Alicante, de Casco Antiguo, is niet heel groot maar wel sfeervol. Denk aan smalle straatjes, pleintjes met sinaasappelbomen en balkons vol bloemen. Dit is de wijk waar je het dagelijkse leven het beste meekrijgt, zeker als je net achter de drukkere straten kijkt.
Een paar plekken die je niet wilt missen zijn Plaza del Ayuntamiento met het barokke stadhuis en de Mercado Central, de overdekte versmarkt. Op de markt koop je verse vis, ham, kazen, fruit en lokale producten. Ga hier het liefst in de ochtend, dan is de sfeer het leukst en zijn alle kramen open. Combineer het met een koffie bij een barretje in de buurt van de markt, bijvoorbeeld aan de Calle Poeta Quintana.
Rond de straten Calle Castaños en Calle San Francisco (met de grote paddenstoelen) vind je veel restaurants en bars. Dit is een goede omgeving om ’s avonds te eten als je een mix van lokale en toeristische plekken zoekt. Let wel op de menukaarten: hoe meer foto’s en vertalingen in tien talen, hoe groter de kans dat je beter een straatje verder kunt kijken.
Barrio Santa Cruz: de volkswijk tegen de heuvel
Loop je vanuit het centrum richting de Monte Benacantil, dan kom je vanzelf in Barrio Santa Cruz. Dit is de oude volkswijk, ook wel El Barrio genoemd. Denk aan witgekalkte huisjes, veel trappen, bloempotten tegen de muren en waslijnen boven je hoofd. Het voelt hier nog echt Spaans en niet overdreven toeristisch.
Een paar tips uit ervaring:
- Draag goede schoenen, want je loopt veel trappen en steile straatjes. Slippers zijn hier niet handig.
- Ga bij voorkeur in de ochtend of aan het eind van de middag. Midden op de dag is het er warm en fel in de zon.
- Respecteer dat mensen hier gewoon wonen: geen luide muziek, geen foto’s door ramen of deuren en houd je stem een beetje laag.
In de avonduren vind je in en rond El Barrio ook veel kleine bars en tapasplekjes. Denk aan simpele bars waar je voor een paar euro een drankje met een tapa krijgt. Het is leuk om hier een tapasrondje te doen: bij de ene bar een glas wijn met een stukje tortilla, bij de volgende een biertje met calamares of kroketjes.
Vergeet ook de Basílica de Santa María niet, vlak bij Plaza de Santa María. Dit is de oudste kerk van de stad, gebouwd op de resten van een moskee. Binnen zie je een gouden altaar en verschillende kunstwerken. Het is geen enorme kerk, maar wel een mooie stop als je toch in de buurt bent, bijvoorbeeld als je van het MACA-museum terugloopt richting centrum.
Handige looproute door het centrum
Als je maar één dag hebt, kun je deze volgorde aanhouden:
- Begin bij Mercado Central voor koffie en een rondje markt.
- Loop via Rambla de Méndez Núñez naar Plaza del Ayuntamiento.
- Ga door naar Basílica de Santa María en het MACA.
- Klim via Barrio Santa Cruz een stukje de heuvel op voor uitzicht.
- Daalt af richting Explanada de España en eindig bij de haven.
Zo zie je in één dag de belangrijkste stukken van de stad, zonder dat je de hele tijd hoeft te haasten. Heb je langer de tijd, rek dan vooral de momenten op de pleinen en terrasjes wat op.
Strand in de stad: Playa del Postiguet en omgeving
Een van de grootste pluspunten van Alicante vind ik het stadsstrand Playa del Postiguet. Je loopt er zo naartoe vanaf de boulevard en het ligt letterlijk aan de voet van de kasteelheuvel. Voor een stedentrip waarbij je ook echt aan het strand wilt liggen, is dit ideaal.
Het strand is ongeveer 900 meter lang, met fijn zand en meestal rustig water. Er zijn douches, toiletten en je kunt ligbedden en parasols huren. In de zomer is het hier druk, vooral in de middag als ook de locals komen. Kom je vroeg in de ochtend, dan is het vaak nog rustig en kun je lekker langs de waterlijn wandelen of een eerste duik nemen.
Langs het strand zitten verschillende chiringuitos (strandtentjes) en cafés. Voor een simpele lunch zit je hier prima: een bord patatas bravas, een salade of een broodje met calamares en je kunt weer vooruit. Wil je wat rustiger liggen, dan kun je ook uitwijken naar andere stranden in de buurt, zoals Playa de San Juan of Playa de la Albufereta, beide bereikbaar met de tram vanuit het centrum.
Praktische strandtips
Ook al ligt het strand midden in de stad, een paar dingen maken je stranddag net wat fijner:
- Neem altijd zonnebrand mee, ook als het wat bewolkt lijkt. De zon is hier sterker dan je denkt, ook in april en oktober.
- In het hoogseizoen is een parasol geen overbodige luxe. Huur er een of koop er eentje bij een van de winkels rond de Rambla.
- Let op je spullen als je gaat zwemmen. Laat geen telefoons en portemonnees zichtbaar op je handdoek liggen.
- Met kleine kinderen is het stuk strand dichter bij de kasteelheuvel vaak wat rustiger dan het deel bij de haven.
Veelgemaakte fout: alleen in juli en augustus willen gaan omdat het dan “echt zomer” is. In mei en september is het water vaak al of nog prima, maar is het strand een stuk rustiger en de temperatuur veel aangenamer.
Andere stranden in de buurt
Als je langer blijft, is het leuk om ook een ander strand mee te pakken. Playa de San Juan is een lang zandstrand ten noorden van de stad, met een brede boulevard en veel ruimte. Je komt er met de tram (TRAM L3 of L4) vanaf halte Mercado of Luceros in ongeveer 25 minuten.
Playa de la Albufereta ligt iets dichterbij en voelt wat lokaler, met appartementen direct aan zee. Voor een dagje afwisseling is een ritje met de tram langs de kust echt de moeite waard. Je ziet meteen meer van de omgeving dan alleen het centrum.
Musea en cultuur: MACA en MARQ
Als je naast strand en terras ook wat cultuur wilt meepakken, dan zijn vooral twee musea in Alicante de moeite waard: het MACA en het MARQ. Ze zijn heel verschillend, dus je kunt kiezen wat het beste bij je past of ze allebei doen als je tijd hebt.
MACA: moderne kunst in een oud pand
Het Museo de Arte Contemporáneo de Alicante (MACA) ligt aan Plaza de Santa María, vlak bij de basiliek. Het museum zit in een 17e-eeuws barok woonhuis, het oudste burgerlijke gebouw van de stad. Alleen al het gebouw is leuk om te zien. Binnen vind je moderne kunst uit de 20e eeuw, met werken van onder andere Pablo Picasso, Joan Miró, Juan Gris en Juana Francés.
Het MACA is overzichtelijk en daardoor ook geschikt als je niet uren in een museum wilt rondlopen. Plan hier ongeveer een tot anderhalf uur voor. Combineer het met een bezoek aan de basiliek en een koffie op het plein, dan heb je een fijne culturele ochtend. In de zomer is het ook een goede plek om even af te koelen.
MARQ: archeologie met verhaal
Het archeologisch museum MARQ ligt iets buiten het directe centrum, richting de wijk Pla. Het vertelt de geschiedenis van Alicante en de omgeving, van de prehistorie tot de Romeinen, Moren en latere Spaanse periode. Je leert er meer over het Castillo de Santa Bárbara en vindplaatsen in de regio, zoals de Guadalestvallei.
De opzet is modern, met veel aandacht voor hoe mensen vroeger leefden. Als je een beetje geïnteresseerd bent in geschiedenis, is dit echt een aanrader. Zeker op een warme dag is het fijn om hier een paar uur binnen te zijn. Met kinderen is het MARQ vaak leuker dan ze vooraf denken, omdat er veel te zien is en het niet alleen maar vitrines met potten zijn.
Beide musea liggen niet ver van het centrum en zijn goed te combineren met een wandeling door de stad. Check ter plekke even de actuele openingstijden, die kunnen per seizoen wat verschillen. Vaak zijn de ochtenden rustiger dan de middagen, zeker in het weekend.
Nog meer cultuur in de stad
Naast MACA en MARQ zijn er nog een paar plekken die leuk zijn als je van cultuur houdt. Het Museo de Bellas Artes Gravina (MUBAG) richt zich op schilderkunst en ligt vlak bij de haven. Ook het Teatro Principal aan Plaza Ruperto Chapí is een mooi gebouw om even langs te lopen, en je kunt er soms voor weinig geld een voorstelling of concert meepakken.
Tip: als je meerdere musea wilt bezoeken, kijk dan of er een combiticket of kortingspas beschikbaar is bij het toeristenbureau aan de Explanada. Dat scheelt soms net een paar euro per persoon.
Dagtrips en de regio rond Alicante
Heb je een paar dagen extra of een huurauto, dan is de omgeving van Alicante echt de moeite waard. De regio Valencia heeft een mix van kust, bergen, grotten en kleine stadjes. Vanaf Alicante kun je makkelijk dagtochten maken, zelf of georganiseerd.
Leuke uitstapjes vanuit Alicante
- Tabarca-eiland: een klein eiland op ongeveer 15 kilometer van Alicante. Je vaart er in ongeveer drie kwartier naartoe, bijvoorbeeld vanuit de haven van Alicante of Santa Pola. Het eiland is beschermd natuurgebied, ideaal om te snorkelen. Er is een klein dorpje, een strand en een paar restaurants waar je verse vis eet.
- Guadalestvallei en watervallen van Algar: in het binnenland, tussen de bergen. Guadalest is een dorp met een kasteel en uitzicht over een turquoise stuwmeer. De watervallen van Algar zijn leuk om te wandelen en op warme dagen om te zwemmen in het frisse water.
- Canelobre-grotten: grote druipsteengrotten bij Busot. Binnen is het koel en je loopt over paden tussen de stalactieten en stalagmieten. Handig op een snikhete dag.
- Villajoyosa en Altea: Villajoyosa staat bekend om de gekleurde huisjes aan zee, Altea om het oude centrum op de heuvel met witte huisjes en een blauw-witte koepelkerk. Beide zijn goed te combineren met de kusttram vanuit Alicante.
Je kunt dit soort plekken prima met een huurauto bezoeken. De wegen zijn goed en de afstanden zijn kort. Reken bijvoorbeeld op ongeveer een uur rijden naar Guadalest en de Algar-watervallen, en een klein half uur naar Villajoyosa of Altea. Parkeren kost meestal een paar euro per dag, behalve in de kleinste dorpen.
Zelf rijden of excursie boeken?
Heb je geen zin om zelf te rijden, dan zijn er genoeg georganiseerde excursies vanuit Alicante. Handig als je maar kort in de regio bent of gewoon geen gedoe wilt met parkeren. Let er bij het boeken op wat er precies inbegrepen is: zit entree bij de prijs, is er een gids, en hoeveel vrije tijd heb je ter plekke?
Een paar praktische afwegingen:
- Met huurauto: meer vrijheid, handig als je meerdere stops wilt maken op één dag, bijvoorbeeld Guadalest combineren met de Algar-watervallen.
- Met excursie: geen stress over routes en parkeren, maar je zit vast aan de tijden van de groep.
- Met openbaar vervoer: goed te doen naar kustplaatsen als Villajoyosa, Benidorm en Altea met de TRAM. Minder handig voor plekken in de bergen.
Zelf vind ik de kusttram richting Altea en Dénia een aanrader, zelfs als je maar tot Villajoyosa gaat. Je rijdt langs zee en ziet meteen meer van de Costa Blanca dan alleen Alicante.
Eten, uitgaan en winkelen in Alicante
Eten en drinken is in Alicante geen probleem. In en rond het oude centrum vind je overal tapasbars, cafés en restaurants. Vaak krijg je bij je drankje automatisch een kleine tapa, zeker in de wat meer lokale tentjes. De keuken draait veel om vis en schelpdieren, logisch met zo’n ligging aan zee.
Probeer eens een paella met zeevruchten, gegrilde sardientjes of een bordje pulpo a la gallega (octopus met paprika en aardappel). Voor de beste kwaliteit vis zit je meestal goed in de kleinere restaurants net achter de boulevard, bijvoorbeeld in de straten achter de Explanada of rond Plaza de Gabriel Miró, in plaats van direct aan het strand.
Uitgaan en avondleven
Voor een avondje uit kun je twee kanten op: het oude centrum of de haven. In de Casco Antiguo en Barrio Santa Cruz vind je veel kleine bars, tapasplekjes en een paar clubs. De sfeer is hier wat gemoedelijker en meer gemengd, met locals en toeristen door elkaar.
Rond de Puerto Deportivo is het wat meer zien en gezien worden, met grotere terrassen en uitgaansgelegenheden. Hier kun je tot laat terecht, vooral in het weekend. Houd er rekening mee dat het nachtleven pas laat op gang komt. Voor middernacht is het vaak nog rustig, daarna loopt het vol.
Wil je gewoon een drankje doen zonder harde muziek, ga dan eerder richting de straten rond Calle Castaños of de pleinen bij het stadhuis. Daar vind je genoeg plekken waar je nog met elkaar kunt praten.
Winkelen en praktische boodschappen
Qua winkelen zit je goed rond de Rambla de Méndez Núñez en de straten daaromheen. Daar vind je bekende ketens, kleine boetiekjes en schoenwinkels. Voor verse producten is de Mercado Central leuk, en voor een groter winkelcentrum kun je naar Panoramis aan het eind van de boulevard bij de haven. Daar zitten winkels, een bioscoop, restaurants en een speelpark voor kinderen (Aventura Park).
Voor dagelijkse boodschappen kun je terecht bij supermarkten als Mercadona, Consum en Dia, verspreid door de stad. Handig als je in een appartement verblijft of gewoon wat snacks voor op het strand wilt inslaan. Vaak zijn ze tot laat open, maar op zondag zijn sommige filialen dicht of hebben ze beperkte openingstijden.
Zo kun je in Alicante makkelijk je dagen vullen met strand, cultuur, eten en kleine uitstapjes. De stad voelt overzichtelijk en relaxed, waardoor je niet het gevoel hebt dat je van alles mist als je gewoon een middag op een terras blijft hangen.
Meer praktische reisinfo over reizen door Spanje vind je in de Spanje vakantieland wiki.
Ben je tevreden over dit artikel?
Je feedback helpt ons onze content te verbeteren.
Bedankt voor je feedback. We nemen het mee.