Blog

Wat je beter niet doet op Bali

Bali is heerlijk, maar er zijn ook dingen die je reis onnodig duur of stressvol maken. Dit zijn de belangrijkste don’ts op Bali, met nuchtere tips uit de praktijk.

Lynn 16 augustus 2026 15 min lezen
Wat niet doen op bali

Wat je beter niet doet op Bali

Bali is heerlijk om te ontdekken, maar er zijn ook dingen die je reis onnodig duur, stressvol of ongemakkelijk maken. Met een beetje voorbereiding en respect voor de lokale cultuur voorkom je veel gezeur. In deze gids lees je wat je beter níet doet op Bali, met praktische alternatieven die in het echt gewoon werken.

Zie het als tips van een vriendin die al vaker op Bali is geweest en je graag wat beginnersfouten wil besparen, of je nu in Canggu, Ubud, Uluwatu of Amed rondreist.

Laat je niet flessen op het vliegveld

Na een lange vlucht op Denpasar wil je maar één ding: zo snel mogelijk naar je hotel in bijvoorbeeld Ubud, Seminyak of Sanur. Precies op dat moment staan er tientallen mannen klaar met bordjes “taxi” en zie je bij de uitgang vaak een rij met “officiële” taxi’s en vaste prijzen. Het oogt netjes en betrouwbaar, maar de prijzen zijn dat vaak niet.

Voor een rit naar Ubud is een normale prijs grofweg 250.000 tot 300.000 IDR. Toch hoor ik regelmatig verhalen van mensen die 1,2 tot 1,6 miljoen IDR betalen, simpelweg omdat ze net geland zijn en nog geen gevoel hebben bij de valuta. Je bent moe, je wilt geen gedoe en daar wordt handig gebruik van gemaakt.

Zo regel je wél slim vervoer

Het makkelijkst is om je transfer al te regelen vóórdat je in het vliegtuig stapt. Veel guesthouses in Ubud, homestays in Sidemen en hotels in Kuta of Legian bieden een airport pick-up aan voor een vaste, normale prijs. Je loopt dan rustig de aankomsthal uit, zoekt je naam op een bordje en je bent klaar.

  • Voor vertrek: zoek op wat een normale prijs is naar jouw bestemming. Bijvoorbeeld 150.000–200.000 IDR naar Kuta/Legian, 200.000–250.000 IDR naar Seminyak/Canggu en 250.000–300.000 IDR naar Ubud.
  • Via je accommodatie: mail je hotel of homestay in bijvoorbeeld Sanur of Ubud en vraag om hun prijs voor een airport transfer. Vaak is dat eerlijker dan wat je ter plekke betaalt.
  • Apps gebruiken: in veel gebieden werken Grab en Gojek goed, maar bij het vliegveld en rond sommige toeristische plekken zijn ze soms beperkt. Check dit vooraf even.

Moet je het toch ter plekke regelen, loop dan eerst rustig de drukte uit. In de directe aankomstzone zijn de prijzen het hoogst. Loop een stukje verder, kijk of er Bluebird-achtige taxi’s staan of vraag bij een minimarket of hotel in de buurt of ze een betrouwbare chauffeur kennen. Spreek altijd vooraf een prijs af en stap alleen in als je je er oké bij voelt.

Neem je tijd. Je bent er nu toch al. Even tien minuten rondlopen kan je zo 15 tot 20 euro schelen, zeker als je naar verder gelegen plekken als Amed of Munduk gaat.

Laat je humeur niet verpesten door kleine en verborgen kosten

Op Bali kom je regelmatig bedragen tegen die uit het niets lijken te komen: iemand die parkeergeld vraagt bij een waterval in het binnenland, een “havenbelasting” in Padangbai, een extra toeslag bij een strand in Uluwatu of een toeristenbijdrage bij aankomst. Soms is het officieel, soms is het gewoon iemand die een graantje wil meepakken.

Als je op één dag bij de watervallen bij Munduk parkeert, daarna de boot pakt naar Nusa Penida vanuit Sanur en eindigt bij een strand in Uluwatu, kun je drie of vier keer zo’n klein bedrag betalen. Het voelt dan al snel alsof iedereen iets van je wil, en dat kan je humeur flink verpesten.

Wanneer betaal je gewoon en wanneer niet?

Mijn ervaring: kies je gevechten. Voor kleine bedragen van 2.000 tot 10.000 IDR betaal ik meestal gewoon en ga ik verder met mijn dag. Dat is vaak minder dan een euro. Blijf je overal over discussiëren, dan ben je vooral veel energie kwijt en verandert er weinig.

  • Parkeren scooter: op standaardplekken (bijvoorbeeld bij een warung in Canggu of een strand in Sanur) is 2.000 IDR normaal. Bij populaire plekken zoals Tegenungan waterval of de Tegalalang rijstterrassen is 5.000 IDR gebruikelijk.
  • Havenbelasting: in havens als Padangbai of Sanur betaal je soms een kleine fee om het terrein op te mogen. Vraag rustig of er een ticket of bon is. Is die er niet en voelt het niet goed, dan kun je glimlachen, “no cash” zeggen en rustig doorlopen.
  • Toeristenbijdrage: officiële heffingen, zoals de toeristenbijdrage die in 2024 is ingevoerd, zijn gewoon onderdeel van reizen naar Bali. Zie het als een stukje van je ticketprijs.

Wordt er echt iets belachelijks gevraagd, bijvoorbeeld een veelvoud van wat anderen betalen voor dezelfde parkeerplek of boot, loop dan weg en zoek een andere aanbieder. In Amed of bij de Gili-bootjes in Padangbai zijn er bijna altijd alternatieven. Rustig blijven, niet schreeuwen en het niet persoonlijk maken werkt hier het best.

Handig is om altijd wat klein geld bij je te hebben. Een paar briefjes van 2.000, 5.000 en 10.000 IDR in een apart vakje van je tas voorkomt discussies over wisselgeld en maakt dit soort betalingen snel en pijnloos.

Sla Bali niet over in het regenseizoen

Veel mensen plannen hun reis alleen in juli en augustus, omdat ze bang zijn dat Bali in het regenseizoen compleet verregent. Dat is echt zonde. Het regenseizoen loopt grofweg van november tot en met maart, maar dat betekent meestal níet dat het de hele dag door giet.

In Ubud, Canggu en bij de rijstterrassen van Jatiluwih heb ik in het regenseizoen vaak gewoon blauwe lucht gehad. Meestal krijg je een paar uur zon, eind van de middag een flinke bui en daarna knapt het weer op. Soms heb je een dag met langere regen, maar dagenlang non-stop regen zijn eerder uitzondering dan regel.

Voordelen van reizen in het regenseizoen

In groene gebieden als Ubud, Sidemen en Munduk is de natuur in deze periode op zijn mooist. De rijstvelden staan vol, alles is intens groen en watervallen zoals Tukad Cepung, Gitgit of Tegenungan hebben meer water. Ook is het vaak rustiger bij populaire plekken als de Tegalalang rijstterrassen en de tempels bij Uluwatu, waardoor je foto’s maakt zonder honderd mensen erop.

Daarnaast zijn accommodaties in Canggu, Seminyak en Uluwatu buiten het hoogseizoen vaak goedkoper. Je krijgt soms voor hetzelfde geld een kamer met beter uitzicht of een fijnere pool. Ook scooterverhuurders zijn dan eerder bereid om te onderhandelen over de prijs, zeker als je langer blijft.

Praktische tips voor het regenseizoen

  • Neem altijd een lichte regenjas of poncho mee op de scooter, vooral als je in heuvelachtige gebieden als Ubud of Munduk rijdt. Een simpele poncho van een minimarket is al genoeg.
  • Plan buitenactiviteiten zoals een hike bij Mount Batur, een dagje strand in Uluwatu of snorkelen bij Amed zoveel mogelijk in de ochtend. De kans op regen is dan kleiner.
  • Boek accommodaties met een fijne overdekte veranda, balkon of gezamenlijke ruimte. In Ubud en Sidemen is het heerlijk om tijdens een bui met een boek en een kop koffie onder een afdak te zitten.
  • Neem een droge set kleding mee in een waterdichte tas als je een langere scootertocht maakt, bijvoorbeeld van Canggu naar Ubud of van Lovina naar Munduk.

Laat je niet afschrikken door het woord “regenseizoen”. Het weer is vaak nog steeds beter dan een gemiddelde herfstdag in Nederland, en je krijgt er rust en lagere prijzen voor terug.

Rijd niet halfnaakt rond op de scooter

In strandplaatsen als Canggu, Seminyak en Uluwatu voelt alles heel relaxed. Je ziet mensen met surfboards achterop de scooter, op slippers, in bikini of zonder shirt. Het lijkt normaal, maar voor de meeste locals is dat echt niet de bedoeling.

Bali is overwegend hindoeïstisch en in het noorden en westen wonen veel moslims. Beide groepen zijn vrij conservatief als het om kleding gaat. In hun ogen is halfnaakt op een scooter rondscheuren gewoon respectloos. Je bent te gast op Bali, en dat mag je laten zien in hoe je je kleedt.

Wat is wél oké op de scooter?

Je hoeft echt niet in een lange broek en dichte schoenen, maar houd het een beetje netjes, zeker als je door dorpjes of langs tempels rijdt.

  • Een T-shirt of luchtige top met (korte) mouwen is prima. In Ubud zie je veel reizigers in losse katoenen shirts of linnen blouses.
  • Korte broek of rok kan, maar liever niet superkort als je door lokale wijken in Denpasar of bij dorpen rond Sidemen rijdt.
  • In strandplaatsen als Sanur en Seminyak kun je met een sarong, strandjurk of los shirt over je bikini prima van het strand naar je accommodatie rijden.

Los van respect is het ook gewoon een veiligheidsding. Bij een schuiver op de scooter is je huid het eerste dat eraan gaat. In Canggu zie je genoeg mensen met “Bali tattoo” (grote schaafwonden) omdat ze in bikini of zonder shirt vielen. Een dun T-shirt en korte broek schelen al enorm als je onderuit gaat.

In supermarkten, warungs en bij tempels geldt eigenlijk hetzelfde. Met alleen een bikini-top of ontbloot bovenlijf een warung inlopen komt echt niet goed over. Even een shirt aantrekken kost je 10 seconden en maakt een wereld van verschil in hoe je wordt behandeld, bijvoorbeeld bij een lokale warung in Amed of een kleine supermarkt in Lovina.

Oordeel niet alleen vanuit je eigen tunnelvisie

Op Bali zie je dingen die je thuis misschien schokkend of vies vindt: hanen in kleine korven langs de weg, afval dat verbrand wordt, plastic op het strand bij Kuta na een storm, mensen met een slecht gebit of warungs die er allesbehalve fris uitzien. Vanuit een Nederlands referentiekader is het makkelijk om daar meteen een oordeel over te hebben.

Maar de realiteit is dat Bali en Indonesië een heel ander startpunt hebben. Veel mensen verdienen rond de 100 euro per maand. Een tandartsbezoek, uitgebreide afvalverwerking of een perfect betegelde keuken zijn dan geen vanzelfsprekende dingen. Wat voor ons “normaal” is, is voor veel mensen hier simpelweg onbereikbaar.

Voorbeelden uit het dagelijks leven

Die hanen in korven zie je bijvoorbeeld veel in dorpen rond Ubud en in het zuiden richting Jimbaran. Ze worden vaak gehouden voor hanengevechten, iets wat bij de Balinese cultuur en religie hoort, hoe pijnlijk dat ook is om te zien. Tegelijkertijd hebben wij in Nederland megastallen met varkens en kippen die nooit buiten komen. Dat maakt het ene niet goed, maar het helpt wel om je eigen blik iets te relativeren.

Ook het verbranden van afval zie je veel, bijvoorbeeld langs kleine wegen richting Sidemen of in dorpjes bij Lovina. Er is vaak geen goed afvalophaalsysteem. Mensen doen het met de middelen die ze hebben. Dat maakt het niet gezond of milieuvriendelijk, maar het wordt begrijpelijker als je hun situatie kent.

Je hoeft het niet overal mee eens te zijn, maar probeer eerst te begrijpen voordat je veroordeelt. Stel vragen aan een gids in Ubud, praat met de eigenaar van je homestay in Munduk of Sidemen, of lees je een beetje in over de Balinese cultuur. Je reis wordt er eerlijk gezegd interessanter en rijker van.

Laat je niet gek maken door Bali Belly-verhalen

Voor vertrek hoor je vaak horrorverhalen over “Bali Belly”: dagenlang ziek, alles komt eruit, en het zou dan liggen aan rauwe groenten, ijsklontjes of simpele warungs. Het gevolg: mensen durven alleen nog maar te eten in hippe cafés in Canggu of Seminyak en slaan lokale warungs over. Zonde, want daar eet je juist het lekkerst en vaak het goedkoopst.

Ja, je kunt een keer ziek worden. Dat kan in Ubud zijn, maar net zo goed in Parijs of op Texel. Vaak komt het doordat je lichaam moet wennen aan andere bacteriën of omdat iets gewoon niet meer vers was. Dat heeft lang niet altijd te maken met hoe een zaak eruitziet.

Zo eet je lokaal zonder paniek

Een paar dingen die ik zelf aanhoud als ik in simpele warungs eet, bijvoorbeeld in Sidemen, Amed of langs een drukke weg in Denpasar:

  • Kijk of er lokale mensen eten. Is het druk met locals, zoals bij een populaire nasi campur-warung in Ubud, dan is de omloop hoog en is het eten meestal vers.
  • Bij vitrines met al klaargemaakt eten: vraag rustig wanneer het is gekookt. “Pagi?” (ochtend) of “siang?” (middag) is prima. Staat het er al sinds gisteren, dan sla ik het over.
  • IJsklontjes uit restaurants en cafés zijn meestal gemaakt van gefilterd water. In plekken als Canggu, Sanur en Ubud laat ik die gewoon in mijn drankje zitten.
  • Salades met rauwe groenten eet ik liever in wat duurdere restaurants waar de hygiëne beter is, bijvoorbeeld in Ubud of Seminyak, en minder snel in een warung langs de weg.

Ik poets mijn tanden op Bali gewoon met kraanwater en eet regelmatig in warungs die er totaal niet gelikt uitzien, soms met een half verrot aanrechtblad. Tot nu toe ben ik er niet ziek van geworden. Dat betekent niet dat het nooit mis kan gaan, maar de angst is vaak groter dan het echte risico.

Word je toch ziek, zorg dan dat je wat ORS, paracetamol en eventueel Norit bij je hebt. In toeristische plaatsen als Ubud, Canggu en Kuta zijn apotheken die je kunnen helpen met iets sterkers als het nodig is. Een dag rustig aan doen, veel water drinken en licht eten helpt meestal al enorm.

Geef geen geld aan bedelende kinderen

In toeristische gebieden zoals Kuta, Seminyak of rond drukke tempels kun je kinderen tegenkomen die naar je toe rennen met een uitgestoken hand en “money” roepen. Ze zijn vaak nog heel jong en het voelt bijna hard om niets te geven. Toch is het beter om dat echt niet te doen.

Die kinderen bedelen meestal niet zomaar. Vaak zitten er volwassenen achter, soms hun eigen ouders, soms anderen. Door geld te geven, bevestig je dat bedelen loont. De kans is groot dat ze dan vaker de straat op gestuurd worden in plaats van naar school te gaan. Op de lange termijn kan dat ze richting uitbuiting of mensenhandel duwen.

Wat kun je wél doen?

Wil je toch iets doen, kies dan liever voor eten of iets praktisch. Een banaan, een zakje pinda’s of een stuk mango uit een kraampje in Ubud of Denpasar wordt vaak met een grote glimlach aangenomen. Soms koop ik een schrift en potlood bij een lokale winkel en geef dat aan een kind dat ik vaker zie in dezelfde straat. Dat voelt beter dan geld.

Het eerlijkst is eigenlijk om structureel te helpen via een betrouwbare organisatie die zich inzet voor onderwijs of bescherming van kinderen op Bali. Denk aan lokale stichtingen die werken in dorpen rond Lovina of in de buitenwijken van Denpasar. Dat kun je rustig thuis uitzoeken en eventueel een donatie doen. Op straat “nee” zeggen tegen geldvragen is niet hard, het is op de lange termijn juist beter.

Als je je ongemakkelijk voelt, kun je vriendelijk “maaf” (sorry) of “tidak” (nee) zeggen en rustig doorlopen. Blijf niet staan twijfelen, want dan wordt het voor iedereen ongemakkelijker.

Loop niet over de offertjes op straat

Op Bali zie je overal kleine, kleurrijke mandjes van palmblad met bloemen, rijst, koekjes en een stokje wierook. Dit zijn canang sari, dagelijkse offers van Balinese hindoes. Je vindt ze op stoepen in Ubud, voor winkels in Canggu, op scooters, bij tempels en op kleine altaartjes.

Als je niet oplet, trap je er zo op, zeker op drukke stoepen of bij de ingang van een tempel. Voor de Balinezen zijn deze offers belangrijk. Eroverheen lopen terwijl de wierook nog brandt, wordt als respectloos gezien.

Zo voorkom je ongemakkelijke momenten

  • Kijk bij het lopen op stoepen in drukke straten, vooral in Ubud, Seminyak en Kuta, even naar de grond. De offertjes liggen vaak net voor de ingang.
  • Zie je een offer met brandende wierook, loop er dan omheen. Als het al uit is en half uit elkaar ligt, is het minder erg, maar nog steeds fijn om er niet vol op te stappen.
  • Ben je per ongeluk op een offer gaan staan, maak dan kort oogcontact met een local in de buurt en zeg “sorry” of “maaf”. Meestal wordt het je niet kwalijk genomen als duidelijk is dat het een ongelukje was.

Bij tempels zoals Tanah Lot of de tempels rond Uluwatu zie je vaak grotere offers en ceremonies. Blijf daar altijd een beetje op afstand, loop niet dwars door een ceremonie heen en volg de aanwijzingen van de locals of je gids. Met een beetje opletten laat je zien dat je hun cultuur serieus neemt, en dat wordt echt gewaardeerd.

Ga niet met je telefoon in je hand achterop de scooter zitten

In drukke plaatsen als Ubud, Kuta en Denpasar zie je het vaak: iemand zit achterop de scooter met Google Maps in de hand, telefoon half buiten de scooter, terwijl het verkeer om hen heen raast. Het voelt misschien handig, maar het is vragen om problemen.

Er zijn genoeg verhalen van voorbij scheurende scooters die in één beweging je telefoon uit je hand trekken en ervandoor gaan. Voor je het weet ben je je telefoon, foto’s, navigatie en soms ook je bank-apps kwijt. Het gebeurt sneller dan je denkt, zeker in drukke, chaotische straten.

Handige manieren om tóch te navigeren

  • Zet je route in Google Maps aan, stop je telefoon in je tas of heuptasje en luister alleen naar de gesproken aanwijzingen. Dit werkt goed als je achterop zit en iemand anders rijdt.
  • Rijd je zelf, gebruik dan een degelijke telefoonhouder op je stuur en zorg dat je telefoon met een koord vastzit aan je scooter of tas. In Canggu en Ubud worden deze houders overal verkocht.
  • Moet je echt even op je scherm kijken? Stop dan aan de kant bij een warung, minimarket of parkeerplekje en check daar rustig je route. In plaats van midden op de weg te klooien met je telefoon.

Ook in drukke steegjes in Canggu, bij de markt in Ubud of rond de malls in Kuta is het slim om je telefoon niet zichtbaar in je hand te houden als je loopt. Stop hem in een heuptasje of tas die je voor je draagt. Hoe minder opvallend je dure spullen laat zien, hoe kleiner de kans dat iemand er interesse in krijgt.

Ben je tevreden over dit artikel?

Je feedback helpt ons onze content te verbeteren.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *