Blog

Cusco: koloniale stad, Inca-erfenis en uitvalsbasis voor Machu Picchu

Cusco is de oude Inca-hoofdstad in de Andes, met koloniale pleinen, kunstenaarswijk San Blas en ruïnes als Sacsayhuamán. Fijne uitvalsbasis voor Machu Picchu, met praktische tips voor reizen, vervoer en wennen aan de hoo

Lynn 5 mei 2026 15 min lezen
Cusco: koloniale stad, Inca-erfenis en uitvalsbasis voor Machu Picchu

Cusco

Cusco ligt hoog in de Andes en was ooit het centrum van het Incarijk. Nu is het een levendige stad vol koloniale gebouwen, Incaruïnes, uitzichtpunten en goede restaurants. Voor veel reizigers is dit de plek waar je reis door Peru echt begint.

Je komt hier niet alleen voor Machu Picchu, maar ook voor de sfeer op de pleinen, de steile straatjes in San Blas en de ruïnes net buiten de stad. Het is een fijne stad om een paar dagen te landen, te wennen aan de hoogte en rustig te ontdekken wat de omgeving allemaal te bieden heeft.

De geschiedenis van Cusco en het hart van de stad

Als je door Cusco loopt, zie je overal de lagen geschiedenis over elkaar heen. De stad was de hoofdstad van de Inca’s en werd gezien als een heilige plek, letterlijk de “navel van de wereld”. Daarna kwamen de Spaanse veroveraars, onder leiding van Francisco Pizarro, en die hebben veel Inca-gebouwen verwoest of omgebouwd.

Het Plaza de Armas is het logische startpunt. Dit centrale plein is de plek waar de Spanjaarden hun macht lieten zien. Ze bouwden kerken en koloniale huizen bovenop de funderingen van Inca-tempels en paleizen. Als je goed kijkt, zie je onderaan veel gebouwen nog de strakke Inca-stenen, met daarboven de Spaanse balkons en gevels. Dat contrast maakt het plein zo interessant.

De kathedraal van Cusco is de blikvanger aan het plein. Binnen zie je koloniale kunst, maar ook schilderijen waarin Inca-invloeden zijn verwerkt, zoals de beroemde versie van het Laatste Avondmaal met cavia op tafel. Loop ook even binnen in de Iglesia de la Compañía de Jesús, de jezuïetenkerk aan dezelfde kant van het plein. Die is kleiner, maar rijk versierd en vaak iets rustiger.

Straten en details rond Plaza de Armas

Loop zeker de straten rondom het plein in. In de Calle Loreto zie je een van de mooiste stukken Inca-metselwerk, met die typische trapeziumvormige deuren en ramen. In de Calle Hatunrumiyoc vind je de beroemde twaalfhoekige steen, waar vaak een gidsje naast staat dat je het verhaal erachter wil vertellen.

Neem hier de tijd om gewoon rustig rond te kijken, zonder strak plan. Juist dan vallen die details op: de stenen, de binnenplaatsjes, de kleine kapelletjes. Ga bijvoorbeeld even zitten op een bankje op het plein en kijk hoe de stad om je heen beweegt: schoolkinderen, marktvrouwen met hoeden, toeristen met grote rugzakken.

  • In de namiddag, als de zon laag staat, kleuren de bergen rond Cusco goud en zie je goed hoe de stad in een soort kom ligt.
  • Vanaf een balkonnetje van een café aan het Plaza de Armas heb je mooi uitzicht op de kathedraal en de mensen op het plein, ideaal voor een eerste kop coca-thee.

Praktische tip: veel kerken en musea rond het plein vallen onder het toeristenticket (Boleto Turístico). Check vooraf wat daar precies onder valt, zodat je niet dubbel betaalt bij de ingang.

San Blas: kunstenaarswijk met steile straatjes en vergezichten

San Blas is het wijkje waar je waarschijnlijk het vaakst terugkomt. Dit is het artistieke deel van Cusco, met smalle, geplaveide straatjes, witte huisjes en blauwe houten balkons. Het ligt hoger dan het centrum, dus je moet er even voor klimmen, maar dat loont echt.

Vanaf het Plaza de Armas loop je via de Calle Triunfo omhoog. Het eerste stuk is druk en toeristisch, met veel souvenirwinkels. Hoe verder je klimt, hoe rustiger en knusser het wordt. Op een gegeven moment merk je dat je vanzelf San Blas inloopt: de straatjes worden smaller, er hangen gekleurde vlaggetjes en je ziet steeds meer kleine ateliers en werkplaatsen.

Wat je niet wilt missen in San Blas

Op het Plaza de San Blas staat een eenvoudige kerk, niet zo groots als de kathedraal, maar juist daardoor sfeervol. Binnen hangt een mooi houtsnijwerk-altaar. Op zaterdag is hier een markt, met ambachtslieden uit de omgeving die hun werk verkopen. Denk aan geweven kleden uit Chinchero, zilveren sieraden uit Pisac en houtsnijwerk uit de Heilige Vallei.

Als je iets lokaals wilt kopen, is dit een betere plek dan de grote toeristenmarkten, omdat je vaker direct bij de maker koopt. Vraag gerust hoe lang iemand aan een kleed heeft gewerkt of waar de wol vandaan komt. Dat levert vaak leuke gesprekken op en je weet beter wat je mee naar huis neemt.

San Blas is ook een fijne wijk om te slapen. Je vindt hier veel kleine guesthouses en pensions, vaak in oude koloniale panden met een binnenplaats. Verwacht geen grote ketens, maar wel sfeer. Een paar trappen hoger heb je vaak een fantastisch uitzicht over de stad. Dat is vooral mooi in de vroege ochtend of ’s avonds als de lichtjes aangaan.

  • Een rustige ochtendwandeling door de steegjes, met een koffie bij een klein café zoals Laggart Café of een bakkerijtje met uitzicht op de daken van Cusco.
  • Een avondmaaltijd in een van de knusse restaurantjes rond het plein, waar je alpaca-steak of een simpele quinoa-soep eet terwijl straatmuzikanten buiten spelen.

Let wel op: de straten zijn steil en de stenen kunnen glad zijn, zeker als het heeft geregend. Draag goede schoenen en neem het rustig aan, zeker de eerste dagen op hoogte. Je hoeft niet alles in één dag te zien. Als je snel buiten adem bent, is dat normaal hier.

Handige keuzes in San Blas

  • Met kinderen: kies een accommodatie niet te hoog in de wijk, zodat je niet elke keer een lange klim hebt.
  • Bij aankomst: loop overdag voor het eerst naar San Blas, zodat je de route leert kennen voordat je er in het donker loopt.
  • Voor een rustig verblijf: vermijd kamers direct aan het plein, daar kan het ’s avonds wat luidruchtiger zijn.

Sacsayhuamán en andere Incaruïnes rond Cusco

Net buiten Cusco liggen verschillende Incaruïnes, waarvan Sacsayhuamán de bekendste is. Deze site ligt op ongeveer 2 kilometer van het centrum, op zo’n 3500 meter hoogte. Je kunt erheen lopen vanuit de stad, maar het is een flinke klim. Een taxi naar boven nemen en naar beneden teruglopen is vaak een stuk relaxter, zeker als je nog moet wennen aan de hoogte.

Wat Sacsayhuamán zo indrukwekkend maakt, zijn de enorme stenen blokken waaruit de muren zijn opgebouwd. Sommige stenen zijn wel vijf meter hoog en wegen vele tonnen. Ze passen precies in elkaar, zonder cement. Hoe de Inca’s dat voor elkaar hebben gekregen, blijft een vraag waar je bovenop die heuvel vanzelf over gaat nadenken.

Wat je kunt verwachten bij Sacsayhuamán

Vanaf de site heb je een prachtig uitzicht over Cusco en de omliggende bergen. Op heldere dagen zie je goed hoe groot de stad eigenlijk is. Neem een fles water, zonnebrand en iets van een snack mee, want je bent al snel een paar uur zoet met rondlopen, foto’s maken en gewoon zitten kijken.

Na de Spaanse verovering zijn veel stenen van Sacsayhuamán weggehaald om kerken en huizen in Cusco te bouwen. Daarom zie je nu vooral de onderste lagen van de muren. Toch krijg je nog steeds een goed idee van hoe immens het complex moet zijn geweest. Tegenwoordig wordt hier elk jaar op 24 juni het Inti Raymi festival gevierd, een feest ter ere van de zonnegod Inti. Dan komen duizenden mensen naar de heuvel om de ceremonies en optochten te zien.

Andere voorbeelden van Inca-sites in de buurt van Cusco zijn:

  • Q’enqo: een kleiner complex met rotsformaties, uitgehakte gangen en een soort ceremonieruimte. Ligt op korte afstand van Sacsayhuamán en is makkelijk te combineren.
  • Puka Pukara en Tambo Machay: verderop langs dezelfde route, vaak gecombineerd in een taxi-tour langs de ruïnes rondom de stad. Puka Pukara was waarschijnlijk een soort fort, Tambo Machay een waterheiligdom.

Een veelgemaakte fout is om alles in één middag te willen proppen: Sacsayhuamán, de andere ruïnes en dan nog een stadswandeling. Dat is op deze hoogte gewoon vermoeiend. Plan liever een halve dag voor Sacsayhuamán en eventueel één of twee extra sites, dan houd je het leuk.

Praktische tips voor de ruïnes

  • Koop het Boleto Turístico in de stad, zodat je bij de ingang niet in de rij hoeft te staan.
  • Neem een taxi naar Tambo Machay en loop van daaruit terug langs Puka Pukara, Q’enqo en Sacsayhuamán richting Cusco.
  • Ga vroeg in de ochtend of later in de middag voor minder fel zonlicht en minder drukte.

Machu Picchu en de weg via Cusco

Voor veel mensen is Cusco vooral de uitvalsbasis voor Machu Picchu. Dat merk je aan alles: de tourbureaus, de outdoorwinkels en de groepjes wandelaars die hun laatste spullen inslaan voor de Inca Trail. Toch is het goed om niet alleen in “Machu Picchu-modus” te zitten, maar ook echt van Cusco zelf te genieten.

Vanaf Cusco kun je op verschillende manieren naar Machu Picchu reizen. De bekendste is de Inca Trail, een meerdaagse wandeltocht die eindigt bij de Sun Gate, met uitzicht op de ruïnes. Deze trail moet je ruim van tevoren boeken en is fysiek best pittig. Als je dit wilt doen, is het slim om minimaal twee tot drie dagen in Cusco te acclimatiseren voordat je gaat lopen.

Met de trein via de Heilige Vallei

Wil je niet wandelen, dan is de trein een fijne optie. Vanaf Cusco (Poroy) of vanuit een dorp in de Heilige Vallei, zoals Ollantaytambo, reis je in ongeveer drie uur naar Aguas Calientes, het dorpje onder Machu Picchu. De trein slingert door de Heilige Vallei, langs rivieren, terrasvelden en bergen. Het is een mooie rit, zelfs als je al veel hebt gezien.

Vanaf het station in Aguas Calientes pak je een bus omhoog naar de ingang van Machu Picchu. Dat ritje duurt nog geen half uur, maar kan druk zijn, zeker in het hoogseizoen. Koop je toegangstickets voor Machu Picchu en de bus ruim van tevoren, want er is een dagelijks maximum aantal bezoekers en tijdsloten.

  • In het regenseizoen (ongeveer november tot maart) kan de trail modderig zijn en zijn er soms tijdelijke sluitingen. De trein rijdt dan meestal wel, maar vertragingen komen voor.
  • In het droge seizoen (ongeveer mei tot september) is het drukker, maar zijn de paden beter begaanbaar en is de kans op helder weer bij Machu Picchu groter.

Wat je ook kiest, zie Cusco niet alleen als tussenstop. Plan bewust een paar dagen in de stad zelf, zodat je niet het gevoel hebt dat je er alleen maar je rugzak inpakt en weer vertrekt.

Handige keuzes voor Machu Picchu

  • Met beperkte tijd: vlieg naar Cusco, slaap een nacht in de stad, reis de volgende dag naar Aguas Calientes en bezoek Machu Picchu de ochtend erna.
  • Met meer tijd: combineer Cusco met twee nachten in de Heilige Vallei (bijvoorbeeld in Urubamba of Ollantaytambo) en reis van daaruit door naar Machu Picchu.
  • Voor rust: kies een vroege toegangstijd bij Machu Picchu, zodat je voor de grootste drukte binnen bent.

Reizen naar Cusco: van Lima naar de Andes

Om in Cusco te komen, vlieg je eerst naar Lima, de hoofdstad van Peru. Vanuit Nederland is de goedkoopste route vaak met een overstap via Duitsland en Brazilië, bijvoorbeeld Amsterdam – Frankfurt – São Paulo – Lima. Daar ben je al snel zo’n 20 uur mee onderweg. Rechtstreeks met KLM naar Lima gaat sneller, ongeveer 12 uur, maar is meestal een stuk duurder.

Vanaf Lima kun je opnieuw kiezen: vliegen of met de bus naar Cusco. Vliegen is veruit het snelst en meest comfortabel. Lokale maatschappijen zoals StarPeru of LATAM bieden vaak de voordeligste tickets. De vlucht duurt ongeveer anderhalf uur, maar vergeet niet dat je in één keer van zeeniveau naar ruim 3300 meter hoogte gaat. Dat voel je.

Met de bus door Peru

De bus is een optie als je meer van het land wilt zien of een kleiner budget hebt. De rit Lima – Cusco duurt ongeveer 24 uur. Dat is lang, maar Peruaanse langeafstands-bussen zijn meestal verrassend comfortabel, met ligstoelen, dekentjes en soms maaltijden aan boord. Kies wel voor een betrouwbare maatschappij, zoals Cruz del Sur, en neem een warme trui mee, want de airco staat graag te koud.

Een praktische tip: plan na aankomst in Cusco geen vol programma. Of je nu met het vliegtuig of de bus komt, je lichaam moet wennen aan de hoogte. Hou de eerste dag rustig, drink veel water en ga niet meteen zwaar eten of alcohol drinken. Dat scheelt echt in hoe je je voelt.

  • Amsterdam – Lima (direct met KLM), dan Lima – Cusco met een binnenlandse vlucht. Handig als je niet te veel tijd kwijt wilt zijn aan reizen.
  • Amsterdam – Frankfurt – São Paulo – Lima met een maatschappij als Lufthansa, dan een nacht in Lima en de volgende dag de bus naar Cusco, als je het rustig wilt opbouwen.

Een veelgemaakte fout is om te strak te plannen: ’s ochtends aankomen in Cusco en dezelfde dag nog een tour of hike boeken. Laat altijd wat speling in je schema, voor vertragingen én voor je eigen energie.

Vervoer en bewegen in Cusco zelf

Eenmaal in Cusco merk je al snel dat je veel te voet doet. Het historische centrum is compact en de meeste bezienswaardigheden liggen op loopafstand van elkaar. Dat is fijn, want zo proef je de sfeer in de straatjes en pleinen het beste. Wel moet je rekening houden met de hoogte en de hellingen. Een trap die je thuis lachend neemt, kan hier ineens zwaar aanvoelen.

Als je geen zin meer hebt om te lopen, zijn de minibusjes, ook wel “combi’s” genoemd, de meest gebruikte manier van vervoer. Deze kleine busjes rijden vaste routes door de stad en zijn goedkoop. Er hangt vaak iemand uit het raam die luid roept waar de bus naartoe gaat. Het is even wennen, maar het werkt prima als je eenmaal doorhebt welke route je nodig hebt.

Praktische tips voor vervoer in Cusco

Naast de combi’s zijn er ook veel taxi’s. Die zijn handig als je bijvoorbeeld naar het busstation, het vliegveld of de ruïnes buiten de stad wilt. Spreek altijd vooraf een prijs af en betaal contant. De afstanden binnen de stad zijn meestal kort, dus de ritten hoeven niet duur te zijn.

  • Neem een taxi omhoog naar Sacsayhuamán en loop te voet terug naar het centrum via de uitzichtpunten bij het Christusbeeld (Cristo Blanco).
  • Pak een combi naar een buitenwijk en loop terug richting centrum, zodat je een minder toeristische kant van Cusco ziet, bijvoorbeeld rond de wijk Santiago en de lokale markt daar.

Let op bij het oversteken: het verkeer kan chaotisch zijn en zebrapaden betekenen niet automatisch dat auto’s stoppen. Steek pas over als je zeker weet dat de auto echt remt. Klinkt flauw, maar het scheelt stress.

In de avond is het centrum rond Plaza de Armas en San Blas levendig en voelt het meestal veilig, maar gebruik je gezonde verstand. Neem niet al je waardevolle spullen mee en pak voor langere stukken in het donker gewoon een taxi in plaats van te gaan lopen.

Veilig en relaxed door de stad

  • Bewaar je paspoort in je accommodatie en neem alleen een kopie en wat contant geld mee.
  • Gebruik een kleine dagrugzak die je makkelijk voor je kunt dragen in drukke straten en op markten.
  • Vraag in je hostel of hotel welke straten je ’s avonds beter kunt vermijden, dat verschilt per periode.

Acclimatiseren, eten en praktische gewoontes in Cusco

De hoogte in Cusco is iets waar je niet omheen kunt. Je zit op ruim 3300 meter, en dat merk je. De een heeft er nauwelijks last van, de ander krijgt hoofdpijn, voelt zich kortademig of licht in het hoofd. Dat is niet raar, je lichaam moet gewoon wennen aan minder zuurstof.

Neem de eerste dagen rustig de tijd. Ga wel lopen en bewegen, maar doe het op je gemak. Vermijd zware maaltijden en veel alcohol, zeker op dag één. Veel hotels en restaurants schenken coca-thee, een lokaal middel dat zou helpen tegen hoogteziekte. Het is geen wondermiddel, maar warm drinken en voldoende vocht binnenkrijgen helpt sowieso.

Eten en drinken in Cusco

Cusco heeft een verrassend goede eetscene. Van simpele lokale eettentjes tot wat duurdere restaurants met een moderne draai aan Peruaanse gerechten. Je kunt er ceviche eten (rauwe vis in limoensap, al is dat door de hoogte minder gebruikelijk dan aan de kust), alpaca-steak, quinoa-soepen en natuurlijk de bekende cuy (cavia), als je dat aandurft.

Twee concrete tips:

  • Eet de eerste dag licht, bijvoorbeeld een soep of een gerecht met rijst, zodat je lichaam niet te hard hoeft te werken aan de vertering.
  • Drink flessenwater en let op ijsblokjes in drankjes als je gevoelige darmen hebt.

De markten in en rond Cusco zijn ook leuk om te bezoeken, al worden ze snel toeristisch. De San Pedro-markt is de bekendste: je vindt er fruit, kaas, brood, maar ook kraampjes met simpele maaltijden. Ga daar alleen eten als het er druk is met locals en het eten vers wordt bereid. Volg je neus en je gevoel: als het er niet fris uitziet, loop je gewoon door.

Verder is laagjeskleding echt handig. Overdag kan de zon fel zijn en is het warm, maar zodra de zon weg is, koelt het snel af. Een trui, winddichte jas en lange broek zijn geen overbodige luxe, ook al is het midden op de dag soms T-shirt-weer.

Gezonde gewoontes op hoogte

  • Drink meer water dan je normaal zou doen, zeker als je veel loopt.
  • Plan de eerste volle dag in Cusco zonder zware hikes of lange tours.
  • Neem eventueel paracetamol mee voor lichte hoofdpijn en overleg bij twijfel met een arts of lokale apotheek.

Voorbeelden van hoe je het jezelf makkelijker maakt: boek de eerste twee nachten een accommodatie in of vlak bij het centrum, zodat je niet elke keer een steile klim hebt. En kies de eerste dag voor een rustige activiteit, zoals een wandeling door San Blas of een bezoek aan een museum, in plaats van direct de Heilige Vallei in te duiken. Zo geef je je lichaam de kans om bij te trekken en kun je daarna veel meer uit je tijd in en rond Cusco halen.

Meer praktische reisinfo over reizen door Peru vind je in de Peru vakantieland wiki.

Ben je tevreden over dit artikel?

Je feedback helpt ons onze content te verbeteren.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *