Puno: gezellige uitvalsbasis aan het Titicacameer
Puno is een eenvoudige maar fijne uitvalsbasis aan het Titicacameer. Lees hoe je de drijvende Uros eilanden, Taquile, Amantani, Sillustani, Cutimbo en Chucuito bezoekt.
Puno
Puno ligt hoog in de Andes, direct aan het Titicacameer, en is een handige uitvalsbasis om de omgeving te verkennen. Je komt hier vooral voor de eilanden, de rustige dorpen en de bijzondere cultuur rond het meer. De stad zelf is simpel, maar precies goed voor een paar praktische, volle dagen.
Reken op frisse avonden, dunne lucht en veel boottochtjes. Overdag ben je op pad, ’s avonds eet je wat in het centrum en duik je vroeg onder een stapel dekens. Het ritme past vanzelf bij de hoogte.
Het stadje Puno zelf
Puno is een middelgrote stad in het zuidoosten van Peru, op zo’n 3800 meter hoogte. Dat voel je meteen. Een trap oplopen of je backpack een heuvel op sjouwen is hier ineens topsport. Plan je eerste dag rustig, zeker als je net uit Lima of Arequipa komt. Geef je lijf de tijd om te wennen.
Het centrum is compact en overzichtelijk. Rond het Plaza de Armas vind je de kathedraal van Puno, een grote, wat donkere koloniale kerk. Leuk om even binnen te lopen als je toch over het plein slentert. In de buurt zit het Coca Museum, klein en een tikje ouderwets, maar wel interessant als je wilt snappen waarom iedereen op cocablaadjes kauwt en hoe dat helpt tegen hoogteziekte.
Voor een uitzicht over de stad kun je naar El Arco Deustua wandelen. Via een trap loop je naar een stenen boog op een heuvel. Het is geen spectaculaire attractie, maar op een heldere dag zie je mooi over Puno en een stukje van het Titicacameer. Ga hier bij voorkeur overdag heen en niet in het donker, dan voelt het gewoon een stuk prettiger.
Praktische tips in de stad
De meeste reizigers slapen in eenvoudige hotels of guesthouses rond het centrum, bijvoorbeeld in de straten rond Jirón Lima en het Plaza de Armas. Verwacht simpele kamers met dikke dekens, soms een elektrische kachel en vaak lauw tot warm water. Door de hoogte koelt het ’s avonds hard af, dus neem echt warme kleding mee voor binnen. Een fleece, thermoshirt en dikke sokken maken het verschil.
- Zoek een accommodatie op loopafstand van Jirón Lima, dan heb je ’s avonds alles dichtbij.
- Vraag bij inchecken meteen naar extra dekens, dan hoef je daar ’s nachts niet meer om te vragen.
- Check of er verwarming is als je in de koudere maanden (juni tot en met augustus) reist.
Veel mensen gebruiken Puno als tussenstop op weg naar Bolivia. De bus naar Copacabana vertrekt meestal vroeg in de ochtend. Regel je busticket en eventuele eilandtour idealiter een dag eerder bij een lokaal reisbureautje. Die zitten overal rond Jirón Lima en Plaza de Armas. Loop langs minstens twee bureautjes om prijzen en programma’s te vergelijken. Ze zijn gewend aan backpackers en spreken vaak een beetje Engels.
Let in de stad op dezelfde dingen als in andere Peruaanse steden: hou je tas dicht bij je, neem niet al je waardevolle spullen mee als je ’s avonds een rondje loopt en gebruik bij langere afstanden liever een taxi dan dat je in het donker door stille straten gaat wandelen.
Jirón Lima en eten in Puno
Als je ’s avonds iets wilt eten of een drankje wilt doen, kom je automatisch op Jirón Lima uit. Dit is de belangrijkste voetgangersstraat in het centrum, met restaurants, bars en kleine cafés. Het is geen hippe foodstraat, maar je vindt er alles wat je nodig hebt: pizza, soep, lokale gerechten en simpele dagmenu’s.
De sfeer is gemoedelijk. Reizigers en locals lopen door elkaar, straatverkopers bieden sjaals, mutsen en handschoenen aan en uit sommige bars klinkt live muziek. Verwacht geen nachtleven tot in de vroege uurtjes, maar een gezellige avond met een biertje of pisco sour. Door de hoogte tikt alcohol harder dan je gewend bent, dus drink rustig aan en wissel af met water of thee.
Wat en waar eten in Puno
Je kunt in Puno prima lokaal eten, zeker als je het niet erg vindt om basic te eten. Typische gerechten die je veel ziet:
- Trucha (forel) uit het Titicacameer, vaak gegrild met knoflook en citroen. Je vindt dit op veel menu’s langs het meer en in eenvoudige restaurants rond het plein.
- Quinoasoep, licht maar voedzaam en ideaal als je nog wat last hebt van de hoogte.
- Alpaca steak, voor wie vlees eet en iets lokaals wil proberen. Vaak geserveerd met aardappels en groente.
Voor ontbijt en koffie zijn er kleine cafés rond Jirón Lima waar je brood, eieren, jam en een simpele koffie krijgt. Verwacht geen uitgebreide brunchkaarten, maar gewoon een bord eten waar je de ochtend mee doorkomt. In straten net achter Jirón Lima vind je soms nog goedkopere lokale tentjes waar vooral Peruanen eten. Handig als je budget strak is.
Neem contant geld mee, want kleine zaakjes accepteren niet altijd pinpassen en pinautomaten doen het soms slecht of zijn leeg, vooral in het weekend. Haal bij voorkeur overdag geld bij een pinautomaat bij een bank, bijvoorbeeld bij het Plaza de Armas.
Veiligheid en praktische valkuilen
- Laat je telefoon niet los op tafel liggen aan de straatkant.
- Draag je tas voor je in drukke stukken van Jirón Lima.
- Pak ’s avonds laat liever een taxi naar je hotel als je wat verder weg slaapt.
Puno voelt overdag meestal relaxed, maar zoals in elke toeristische stad komen zakkenrollers voor. Met een beetje gezond verstand is het goed te doen.
Drijvende eilanden van de Uros
De bekendste excursie vanuit Puno is die naar de drijvende eilanden van de Uros. Deze eilanden liggen in het Titicacameer en zijn volledig gemaakt van riet. De bodem, de huisjes, de uitkijktorens: alles is van totora-riet. Het idee dat mensen hier al generaties lang op leven, is bijzonder om met eigen ogen te zien.
Volgens de verhalen vluchtten de Uros vroeger het water op om te ontsnappen aan vijandige stammen. Door laag op laag riet te stapelen, ontstonden drijvende platforms. Nog steeds wordt er elke paar weken een nieuwe laag riet toegevoegd, anders zakken de eilanden langzaam weg. Als je over zo’n eiland loopt, voel je de bodem zacht meegeven. Dat is even wennen, zeker als je een zware rugzak op hebt.
Hoe bezoek je de Uros eilanden?
Vanaf de haven van Puno vertrekken dagelijks boten. Je kunt grofweg kiezen uit:
- Korte tour (halve dag): je bezoekt meestal 1 of 2 eilanden, krijgt uitleg van een gids en hebt even tijd om rond te lopen.
- Langere tour of overnachting: je blijft langer op de eilanden, soms met een nacht bij een familie.
De korte tours zijn het meest populair en ook het meest toeristisch. Je zit met een groep op de boot, krijgt een standaardverhaal te horen en er is vaak een moment waarop je handwerk of souvenirs kunt kopen. Dat kan wat gemaakt aanvoelen. Wil je meer dan alleen een fotostop, kies dan voor een tour met kleinere groepen of een overnachting bij een familie die minder grote groepen ontvangt.
Vraag in Puno bij verschillende bureautjes hoe groot de groepen zijn, hoe lang je echt op de eilanden bent en of er een Engelssprekende gids meegaat. Let ook op de vertrektijd: een vroege tour is vaak rustiger dan een boot midden op de dag.
Wat neem je mee op de boot?
- Warme laagjes: op het water kan het fris zijn, zelfs als de zon schijnt.
- Zonnebrand, zonnebril en pet: de zon is fel op deze hoogte.
- Contant geld voor kleine aankopen of een bijdrage aan je gastgezin.
- Een droge tas of hoes voor je camera of telefoon, voor het geval er wat water over de boot slaat.
Een veelgemaakte fout is om zonder bescherming tegen de zon te gaan. Op het water verbrand je snel, ook als het fris aanvoelt. Smeer je dus echt goed in, ook op bewolkte dagen.
Isla Taquile: wandelen, wevers en uitzichten
Isla Taquile ligt verder het Titicacameer op en voelt een stuk rustiger dan de Uros eilanden. Het is een heuvelachtig eiland zonder auto’s en wegen. Alles gaat hier te voet. De meeste tours combineren Taquile met een kort bezoek aan de Uros, maar je kunt ook langer op Taquile blijven slapen als je meer rust zoekt.
De boottocht vanaf Puno duurt meestal 2 tot 3 uur, afhankelijk van het type boot. Onderweg zie je vissersbootjes, kleine dorpjes langs de oever en soms besneeuwde bergtoppen in de verte. Als je aanlegplaats nadert, zie je terrassen met akkers en stenen paden tegen de heuvels op. Vanaf de kade moet je een flinke trap of steil pad omhoog. Door de hoogte is dat best pittig, ook als je normaal fit bent.
Wandelen op Taquile
Neem je tijd om omhoog te lopen. Stop af en toe, drink water en loop in een rustig tempo. Op het centrale plein vind je een paar eenvoudige restaurants en een coöperatieve winkel met handwerk. Taquile staat bekend om zijn textiel. Mannen breien hier de mutsen en sjaals, vrouwen weven de doeken. De patronen en kleuren hebben betekenis: aan de muts van een man kun je bijvoorbeeld zien of hij getrouwd is of niet.
Reken voor de lunch op simpele gerechten zoals soep en forel met rijst. Lekker, maar heel basic. Als je blijft slapen, is dat meestal bij een familie thuis. Verwacht dikke dekens, weinig elektriciteit en geen luxe douche. Juist dat maakt het zo rustig: geen herrie, geen auto’s, alleen het geluid van de wind en het meer.
- Neem genoeg water mee, zeker als je gaat wandelen naar uitzichtpunten aan de andere kant van het eiland.
- Stop een trui of jas in je dagrugzak. Als de zon weg is, koelt het snel af.
- Heb je last van je knieën, neem dan eventueel wandelstokken mee voor de trappen.
Een mooie wandeling is het pad langs de kam van het eiland, met uitzicht over het meer en de besneeuwde toppen aan de Boliviaanse kant. Vraag je gids of gastgezin naar de beste route voor het seizoen waarin je reist.
Amantani: logeren bij een familie op het meer
Amantani ligt midden in het Titicacameer en voelt nog een stap rustiger dan Taquile. Geen auto’s, geen straatlantaarns, nauwelijks elektriciteit. Het leven is hier traag en eenvoudig. Juist daardoor is een overnachting op Amantani voor veel reizigers een van de meest bijzondere ervaringen van hun reis door Peru.
De meeste tours vertrekken ’s ochtends uit Puno, stoppen kort bij de Uros eilanden en varen dan door naar Amantani. Bij het haventje word je opgehaald door je gastfamilie. Zij brengen je te voet naar hun huis, vaak over smalle paden en terrassen. De kamers zijn eenvoudig: een bed met dikke dekens, soms een lamp op zonne-energie. Warm water is er meestal niet, dus ga er gewoon vanuit dat je een dag niet doucht.
Hoe ziet een verblijf op Amantani eruit?
Een typische dag op Amantani gaat ongeveer zo:
- Aankomst en lunch bij je gastgezin, vaak aardappelgerechten, soep en wat groenten.
- In de namiddag een wandeling naar een van de heilige heuvels, zoals Pachatata of Pachamama, voor de zonsondergang.
- ’s Avonds een simpele maaltijd en soms een kleinschalig dansavondje in het dorp, waarbij je lokale kleding kunt aantrekken.
De zonsondergang vanaf de heuvels is prachtig. Je kijkt uit over het meer, de lucht kleurt oranje en rood en je hoort alleen wat stemmen in de verte. Neem een zaklamp of hoofdlamp mee voor de terugweg, want er zijn geen straatlantaarns en de paden zijn ongelijk.
Verwacht geen uitgebreide gesprekken in het Engels. De meeste bewoners spreken vooral Quechua en een beetje Spaans. Met handen en voeten kom je een heel eind. Een paar Spaanse woorden leren, zoals gracias, buenos días en muy rico, helpt echt om contact te maken en laat zien dat je moeite doet.
Respectvol omgaan met je gastgezin
- Neem kleine cadeautjes mee, zoals rijst, olie of koekjes, in plaats van snoep voor de kinderen.
- Vraag altijd of je foto’s mag maken van mensen.
- Wees eerlijk over je dieetwensen, maar hou het simpel. Vegetarisch kan vaak, veganistisch is lastiger.
Een veelgemaakte fout is om Amantani te zien als “nog een excursie”. Het is eigenlijk meer een logeerpartij in een compleet andere wereld. Als je je verwachtingen daarop aanpast, haal je er veel meer uit.
Sillustani en Cutimbo: mysterieuze graftorens
Heb je nog een dag over in Puno, dan zijn Sillustani en Cutimbo twee interessante plekken buiten de stad. Beide staan bekend om hun graftorens, maar de sfeer is heel verschillend. Je bezoekt ze meestal met een halve dagtour of met een taxi.
Sillustani ligt op ongeveer drie kwartier rijden van Puno, aan het Umayomeer. Hier vind je cilindervormige graftorens waarin vroeger leiders van pre-Inca culturen werden begraven. Veel torens zijn nog redelijk intact en de ligging, op een landtong met uitzicht over het water, maakt het extra bijzonder. Met een gids hoor je meer over de rituelen en de betekenis van de torens. Zonder uitleg is het vooral “mooi en oud”, met verhalen gaat het veel meer leven.
Cutimbo ligt op een bergtop, op zo’n 20 minuten rijden van Puno. Het lijkt qua idee op Sillustani, met graftorens en ruïnes, maar het is veel rustiger. Er komen weinig bezoekers, waardoor je vaak bijna alleen rondloopt. Op sommige torens zijn afbeeldingen van apen, poema’s en slangen in de stenen gekerfd. Dat soort details mis je snel als je er in sneltreinvaart doorheen gaat, dus neem de tijd om echt te kijken.
Zo regel je je bezoek
Voor beide plekken kun je vanuit Puno een tour boeken of een taxi regelen.
- Tour: handig als je geen Spaans spreekt en graag uitleg wilt. Vaak gecombineerd met een stop bij een lokaal dorp of uitzichtpunt.
- Taxi: flexibeler qua tijd. Spreek vooraf een prijs en wachttijd af, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.
Neem een warme trui en winddichte jas mee. Beide plekken liggen hoger dan Puno en het kan er flink waaien. Een pet en zonnebrand zijn ook geen overbodige luxe, want de zon is fel op deze hoogte. Loop voorzichtig: de paden zijn soms ongelijk en je bent sneller moe door de dunne lucht. Plan dit soort uitstapjes liever niet op je allereerste dag in Puno, maar als je al een beetje gewend bent aan de hoogte.
Chucuito en de tempel van de vruchtbaarheid
Ten zuiden van Puno, op zo’n 19 kilometer, ligt het dorpje Chucuito. Het is een slaperig plaatsje met een paar hostels en restaurants. De reden dat reizigers hier stoppen, is de tempel van de vruchtbaarheid, een kleine ommuurde plek vol stenen fallussen. Volgens de verhalen zouden hier vroeger vruchtbaarheidsrituelen zijn gehouden.
De werkelijkheid is iets minder dramatisch: de tempel zelf is oud, maar veel van de fallussen zijn later toegevoegd door de lokale bevolking, na een wat al te gezellige nacht. Toch blijft het een bijzondere en ook wat grappige plek om te zien. Je loopt er in een kwartier doorheen, dus het is vooral leuk als korte stop onderweg naar of vanuit Bolivia, of als je een middagje iets anders wilt dan de eilanden.
Chucuito zelf is verder rustig. Op een zonnige dag kun je er even rondlopen, een koffie drinken op het plein en foto’s maken van de kerk en de koloniale gebouwen. Aan de rand van het dorp heb je op sommige plekken uitzicht op het Titicacameer. Verwacht geen grote attracties, maar gewoon een inkijkje in een klein dorp aan het meer.
- Je komt er met een lokale bus of colectivo vanuit Puno, die je langs de hoofdweg afzet.
- Met veel bagage is een taxi handiger, zeker als je verder reist richting Bolivia.
- Vraag je chauffeur om even te wachten als je alleen de tempel wilt bekijken, dan hoef je niet te zoeken naar vervoer terug.
Neem voor Chucuito wat kleingeld mee voor entree en eventueel een gids ter plekke. Vaak staan er locals klaar die je in het Spaans kort iets vertellen over de geschiedenis van de tempel.
Reizen naar en vanuit Puno
Puno ligt vrij afgelegen in het zuidoosten van Peru, maar het is goed te bereiken. De meeste reizigers komen vanuit Cusco, Arequipa of vanuit Bolivia. Hoe je reist, hangt af van je budget, tijd en hoe comfortabel je het wilt hebben.
Met vliegtuig, bus of trein
Het dichtstbijzijnde vliegveld is Juliaca Airport, op ongeveer 50 kilometer van Puno. Er zijn dagelijkse vluchten naar Lima en Cusco. Vanaf het vliegveld neem je een taxi of shuttle naar Puno. Handig als je weinig tijd hebt of geen zin hebt in lange busritten, maar houd er rekening mee dat je dan vrij snel van zeeniveau naar grote hoogte gaat. Dat voel je, zeker als je dezelfde dag nog veel gaat doen.
De bus is de meest gebruikte optie. Vanuit Cusco en Arequipa vertrekken dagelijks bussen naar Puno. De rit duurt meestal minimaal 6 uur, vaak langer. Je kunt kiezen uit:
- Lokale bus: goedkoop, basic, soms wat chaotisch. Handig als je Spaans spreekt en je budget laag is.
- Tourist bus: iets duurder, meer comfort, vaak met verstelbare stoelen en soms stops bij uitzichtpunten of bezienswaardigheden onderweg.
Tussen Cusco en Puno rijdt ook een trein, een paar keer per week. Dat is geen snelle optie, maar wel een mooie. Je rijdt over de hoogvlakte, langs dorpjes en bergen. De prijs ligt een stuk hoger dan die van de bus, dus dit is vooral leuk als je de reis zelf als ervaring ziet en niet alleen als verplaatsing.
Kom je vanuit Bolivia, dan reis je meestal via Copacabana aan de Boliviaanse kant van het Titicacameer. Er gaan dagelijks bussen die de grens oversteken. Reken op wat wachttijd bij de grens en zorg dat je papieren en eventuele visa in orde zijn. In Puno zelf kun je vervolgens makkelijk een tour boeken naar de eilanden of je volgende bus regelen.
Handige planningstips voor je route
- Plan Puno na Cusco of Arequipa, zodat je al een beetje gewend bent aan de hoogte.
- Laat een hele dag vrij voor de eilanden (bijvoorbeeld Uros + Taquile of Amantani).
- Gebruik een extra dag voor Sillustani of Cutimbo als je van archeologie houdt.
Eenmaal aangekomen in Puno is bijna alles te regelen via kleine reisbureautjes in het centrum. Vraag altijd wat er precies bij de tour is inbegrepen: entreegelden, maaltijden, gids, overnachting, transport van en naar je hotel. Zo voorkom je gedoe achteraf en weet je beter waar je aan toe bent. Boek grote afstanden (zoals Puno naar Cusco of naar Bolivia) het liefst een dag van tevoren, zeker in het hoogseizoen tussen juni en september.
Meer praktische reisinfo over reizen door Peru vind je in de Peru vakantieland wiki.
Ben je tevreden over dit artikel?
Je feedback helpt ons onze content te verbeteren.
Bedankt voor je feedback. We nemen het mee.