Angkor Wat bezoeken vanuit Siem Reap
Angkor Wat is het indrukwekkende tempelcomplex bij Siem Reap. Lees hoe je je bezoek handig plant, welke tempels je niet wilt missen, wanneer je het beste kunt gaan en hoe je vervoer, gids en overnachting regelt.
Angkor Wat is zo’n plek waar je je echt even klein voelt. Niet alleen door de grootte, maar vooral door de sfeer, de details en het licht dat de tempels de hele dag door verandert. Als je in Cambodja bent, wil je hier gewoon de tijd voor nemen.
Het complex ligt net buiten Siem Reap, midden in het groen. Je gebruikt de stad als uitvalsbasis en gaat van daaruit de tempels in. Met een beetje planning haal je veel meer uit je bezoek dan alleen die ene zonsopkomstfoto.
Waarom Angkor Wat zo bijzonder is
Angkor Wat is met zijn 162 hectare het grootste religieuze monument ter wereld. Dat voel je meteen als je over de lange stenen brug loopt, de gracht over, en de hoofdtempel in de verte ziet liggen. Het is geen losse tempel, maar een compleet ommuurd complex met meerdere niveaus, galerijen, binnenplaatsen en steile trappen.
De tempel werd in de 12e eeuw gebouwd als hindoeïstisch heiligdom voor Vishnoe en is later boeddhistisch geworden. Dat zie je terug in de mix van beelden: hindoeïstische goden, maar ook boeddhabeelden en kleine altaartjes met wierook. Vooral in de vroege ochtend zie je monniken in oranje gewaden rondlopen, wat het gevoel geeft dat het nog steeds een levende, religieuze plek is.
Loop niet te snel door de gangen. In de lange galerijen zijn de muren volgehakt met reliëfs: veldslagen, goden, processies, maar ook gewone mensen. In de buitenste galerij vind je bijvoorbeeld scènes uit het Ramayana en de veldslagen van het Khmer-rijk. Aan de westkant zie je de slag bij Kurukshetra met rijen strijdwagens en soldaten, aan de zuidkant een groot reliëf over hemel en hel, compleet met straffen en beloningen.
Met een gids wordt dit ineens een soort stripverhaal in steen. Zonder uitleg kijk je vooral naar mooie plaatjes, met uitleg snap je waarom bepaalde figuren groter zijn dan anderen, waarom sommige soldaten duidelijk dronken lijken en hoe belangrijk olifanten waren in het leger. Een gids kan je ook wijzen op kleine details, zoals ingekraste spelletjes in de stenen waar wachters zich vroeger mee vermaakten.
Ondanks de drukte kun je nog steeds rustige hoekjes vinden. Hoe verder je van de hoofdingang en de bekende fotospots wegloopt, hoe rustiger het wordt. Loop bijvoorbeeld een zijtrap op naar een hoger niveau, of ga in een schaduwrijke galerij zitten en kijk gewoon even om je heen. In de namiddag, als veel groepen al terug zijn naar Siem Reap, hangt er vaak een bijna stille, gouden gloed over het complex.
Praktische tips in de hoofdtempel
De trappen in Angkor Wat zijn steil en ongelijk. Als je hogerop wilt, moet je soms via een houten trap met leuning naar boven. Dat lijkt overdreven, maar in de hitte en met drukte is dat echt fijner dan de originele stenen treden.
- Ga vroeg of laat op de dag naar boven, midden op de dag is het heet en sta je vaak in de rij in de volle zon.
- Neem een korte pauze in de schaduw van de binnenste binnenplaats, bijvoorbeeld bij de kleine bibliotheekgebouwen aan weerszijden van de hoofdweg.
- Loop een rondje over de buitenste galerij voordat je weggaat. Veel mensen slaan dit over, terwijl je hier juist de langste, doorlopende reliëfs ziet.
Let ook op de apen bij de ingang en rond de gracht. Ze lijken leuk, maar ze zijn brutaal. Stop eten en losse spullen in je tas, anders ben je zo een zonnebril of zak chips kwijt.
Het Angkor Archeologisch Park rondom Siem Reap
Angkor Wat is maar één onderdeel van een enorm gebied: het Angkor Archeologisch Park. Dit ligt net buiten Siem Reap en bestaat uit tientallen tempels, ruïnes en oude stadsmuren, verspreid over bos, rijstvelden en kleine dorpjes. Je ticket is geldig voor het hele park, niet alleen voor Angkor Wat zelf.
De bekendste plekken naast Angkor Wat zijn Angkor Thom met de Bayon-tempel, Ta Prohm en Banteay Kdei. Verder weg liggen bijvoorbeeld Pre Rup, Ta Som en Banteay Srei. Preah Khan is een mooi voorbeeld van een wat rustigere tempel waar je soms bijna alleen loopt, zeker als je er vroeg bent.
Siem Reap is je uitvalsbasis. In en rond Pub Street vind je veel guesthouses en middenklassehotels, handig als je ‘s avonds graag lopend naar restaurants gaat. Iets buiten het centrum, bijvoorbeeld richting de rivier of in de wijk rond Wat Bo, vind je rustigere boutiquehotels met tuin en zwembad. Reken op minimaal drie nachten in Siem Reap als je Angkor een beetje ontspannen wilt verkennen. Twee nachten kan, maar dan wordt het snel proppen.
Handige dagindelingen
Als je een 3-daagse pas hebt, kun je het park in logische stukken opdelen. Dat scheelt reistijd en energie.
- Dag 1: Angkor Wat bij zonsopkomst, daarna rustig de tempel verkennen. In de late ochtend door naar Angkor Thom en de Bayon. Lunch bij de eenvoudige restaurantjes net buiten de zuidpoort van Angkor Thom. Sluit af bij een kleinere tempel in de buurt, zoals Phnom Bakheng voor zonsondergang (wel druk) of een rustiger alternatief zoals Pre Rup.
- Dag 2: Ta Prohm in de vroege ochtend, daarna Banteay Kdei en Srah Srang. Lunch langs de weg bij Ta Prohm. In de middag naar Preah Khan en eventueel Ta Som, waar het vaak wat rustiger is.
- Dag 3: optioneel verder weg, bijvoorbeeld Banteay Srei en de Roluos-groep (Bakong, Preah Ko). Deze liggen buiten de standaard routes en geven een ander beeld van het oude Khmer-rijk.
De afstanden zijn groter dan ze op de kaart lijken. Tussen Angkor Wat en Ta Prohm zit al snel 15 tot 20 minuten met de tuktuk. Plan je route per dag logisch, zodat je niet telkens heen en weer hoeft te rijden. Veel tuktukchauffeurs kennen een “small circuit” en “grand circuit” rond de tempels. Bespreek samen welke stops je wilt en wat je tempo ongeveer is.
Let op dat sommige delen van het park vroeg sluiten, zeker de hogere uitzichtpunten. Vraag je chauffeur of bij de ticketbalie even naar de actuele tijden, zodat je niet net voor een dichte trap staat.
Zo regel je je bezoek en vervoer
Een bezoek aan Angkor kun je heel spontaan doen, maar een paar dingen regel je beter vooraf. Dat scheelt tijd en frustratie op de dag zelf, zeker als je voor zonsopkomst wilt gaan.
Tickets en toegang
Voor Angkor heb je een Angkor Pass nodig. Die koop je bij het officiële ticketkantoor ten noorden van Siem Reap, niet bij de ingang van Angkor Wat. Je kunt kiezen uit een pas voor 1, 3 of 7 dagen. Voor de meeste reizigers is een 3-daagse pas de beste balans tussen tijd en kosten.
Je pas is persoonlijk en voorzien van een foto die ze daar ter plekke maken. Bewaar je ticket goed, want bij elke grote tempel wordt gecontroleerd. Veel mensen laten hun pas in de tuktuk liggen en moeten dan teruglopen. Stop hem gewoon in een apart vakje in je tas of heuptasje, samen met wat contant geld voor drinken en snacks.
Koop je pas bij voorkeur de middag of avond vóór je eerste bezoek. Dan kun je de volgende ochtend direct doorrijden naar Angkor Wat voor zonsopkomst, zonder eerst in de rij te hoeven staan bij het ticketkantoor.
Vervoer in en rond het park
Het Angkor-gebied is te groot om alles lopend te doen. Zelfs als je alleen Angkor Wat en Angkor Thom wilt zien, is vervoer echt nodig.
- Tuktuk: voor de meeste reizigers de fijnste optie. Je spreekt met een vaste chauffeur een route en dagprijs af. Reken op een vaste prijs voor een “small circuit” (Angkor Wat, Angkor Thom, Ta Prohm) en iets meer voor een “grand circuit” met verder gelegen tempels zoals Pre Rup en Ta Som.
- Fiets of e-bike: leuk als je het niet erg vindt om te zweten en je conditie oké is. Vanuit het centrum van Siem Reap naar Angkor Wat is zo’n 6 tot 7 kilometer. In de hitte voelt dat langer. Een e-bike is dan een stuk relaxter, zeker als je ook nog door wilt naar Ta Prohm of Preah Khan.
- Auto met chauffeur: handig als je met jonge kinderen reist, snel last hebt van de warmte of gewoon meer comfort wilt. Vaak regel je dit via je hotel. Vooral voor verder weg gelegen tempels zoals Banteay Srei is dit prettig.
Zelf vind ik een tuktuk het meest ontspannen. Je zit in de wind, je kunt makkelijk stoppen voor foto’s en je chauffeur weet meestal precies waar de rustigere ingangen zijn. Spreek vooraf duidelijk af welke tempels je wilt zien, hoe laat je start en tot hoe laat hij bij je blijft. Vraag ook of de prijs inclusief wachttijd en brandstof is, zodat je niet halverwege hoeft te onderhandelen.
Zonsopkomst, drukte en slimme timing
Angkor Wat bij zonsopkomst is iconisch, maar ook druk. Je staat dan met honderden anderen langs de vijver voor de klassieke reflectiefoto. Als je dat prima vindt, ga dan rond 4.30 à 5.00 uur weg uit Siem Reap, afhankelijk van het seizoen. Je tuktukchauffeur weet de exacte tijden.
Wil je het iets rustiger, dan kun je ook:
- net na zonsopkomst naar binnen gaan, als de grootste run voorbij is en veel mensen alweer teruglopen voor ontbijt
- zonsopkomst bij Angkor Wat overslaan en juist vroeg naar Ta Prohm, Preah Khan of Srah Srang gaan
De sfeer in de vroege ochtend is sowieso fijner: koeler, rustiger en mooier licht. Vanaf een uur of tien wordt het warm en drukker met groepen uit bussen. Plan de grootste tempels daarom zo vroeg mogelijk op de dag en bewaar kleinere of rustigere plekken voor later op de ochtend of namiddag.
Bayon, Ta Prohm en Banteay Kdei: meer dan alleen Angkor Wat
Als je alleen Angkor Wat bezoekt, mis je eigenlijk de helft van de ervaring. In de directe omgeving liggen een paar tempels die minstens zo indrukwekkend zijn, maar op een andere manier. Ze zijn goed te combineren in één of twee dagen.
Bayon: de tempel vol gezichten
De Bayon ligt midden in Angkor Thom, de oude ommuurde stad. Je rijdt er vaak via de Zuidpoort naartoe, over een brug met beelden van goden en demonen aan weerszijden. Alleen die toegang is al een hoogtepunt. De Bayon herken je meteen aan de torens met grote stenen gezichten die alle kanten op kijken.
Als je boven op de Bayon staat en tussen die gezichten doorloopt, voelt het bijna alsof je bekeken wordt. In totaal zijn er meer dan 200 van die gezichten. Ga hier bij voorkeur in de ochtend heen, als het licht nog zacht is en de schaduwen mooi vallen. Later op de dag wordt het hier heet, omdat er minder schaduw is dan bij Angkor Wat.
Onderaan de tempel zie je reliëfs van het dagelijks leven: markten, vissers op de Tonlé Sap, soldaten, olifanten en zelfs mensen die gokken. Een gids kan hier leuke details bij vertellen, zoals waarom sommige figuren duidelijk dronken lijken of hoe je de rang van een soldaat herkent. Dit maakt de Bayon heel menselijk en minder “ver weg” dan je misschien verwacht.
Ta Prohm: de ‘Tomb Raider-tempel’
Ta Prohm is beroemd geworden door de film Tomb Raider, maar de echte ster is de natuur. Overal groeien enorme bomen over en door de stenen muren. Wortels kronkelen als slangen langs deurposten en daken. Het voelt hier meer als een ruïne die door de jungle is teruggepakt dan als een gerestaureerde tempel.
De tempel ligt op korte afstand van Angkor Thom en Angkor Wat en is goed bereikbaar met tuktuk of fiets. Binnen loop je over paden en door half ingestorte gangen. Sommige delen zijn gestut met houten balken. Let goed op waar je loopt, want de stenen zijn ongelijk en kunnen glad zijn, vooral na regen.
Bij een van de bekendste bomen, met enorme wortels over een muur, staat vaak een rij mensen voor een foto. Wil je een rustiger moment, loop dan iets verder door naar de achterkant van de tempel. Daar vind je vergelijkbare taferelen, maar dan met veel minder mensen. In de vroege ochtend of aan het eind van de middag is de sfeer hier het mooist.
Banteay Kdei en Srah Srang: rust en ruimte
Banteay Kdei ligt ten oosten van Ta Prohm en wordt vaak overgeslagen door grote groepen. Dat is precies de charme. De naam betekent “Citadel van de Monnikencellen” en het voelt ook echt als een oud kloostercomplex, met lange gangen, binnenplaatsen en poorten in Bayon-stijl.
Dit is een fijne plek om even op adem te komen na de drukkere tempels. Ga bijvoorbeeld aan het eind van de middag, als het licht zacht is en de meeste groepen alweer terug naar Siem Reap zijn. Je kunt hier rustig rondlopen, foto’s maken zonder hordes mensen en even op een muurtje gaan zitten zonder dat iemand je wegduwt.
Vlak bij Banteay Kdei ligt Srah Srang, een groot waterbassin met een stenen trap naar het water. In de vroege ochtend is dit een mooie, rustige plek voor zonsopkomst als je de drukte bij Angkor Wat wilt vermijden. Je zit dan met een handjevol mensen aan de rand van het water, vaak met mist boven het oppervlak en vogels op de achtergrond.
Beste reistijd, kleding en praktische voorbereiding
Je kunt Angkor het hele jaar door bezoeken, maar het seizoen bepaalt wel hoe zwaar of juist relaxed je dagen worden. Ook kleding en kleine voorbereidingen maken echt verschil.
Wanneer is het fijnste moment om te gaan?
De meest aangename periode is grofweg van november tot en met februari. Dan is het iets koeler en valt er minder regen. Denk aan temperaturen rond de 28 tot 32 graden overdag. In maart en april wordt het heter en droger, soms tegen de 40 graden. Dan zijn lange dagen in de zon echt pittig, zeker als je veel trappen op wilt.
Van mei tot en met oktober is het regenseizoen. Dat betekent meestal geen non-stop regen, maar wel stevige buien, vaak in de middag. Voordeel: het is groener, de grachten staan voller en de lucht is vaak mooier voor foto’s. Nadeel: paden kunnen modderig zijn en sommige stenen worden spekglad. Bij Ta Prohm en Preah Khan merk je dat extra, omdat daar meer schaduw en begroeiing is.
Als je slecht tegen hitte kunt, kies dan liever voor de koelere maanden. Reis je met kinderen, dan zijn november en december vaak een fijne combinatie van redelijk weer en nog niet de grootste drukte rond de feestdagen.
Kleding, gedrag en wat je meeneemt
Angkor is een religieuze plek, geen gewoon park. Er wordt echt op je kleding gelet, vooral als je hoger gelegen delen van de tempels in wilt.
- Schouders en knieën bedekt: draag een T-shirt of blouse met mouwtjes en een broek of rok tot over je knieën. Een dun sjaaltje over een hemdje wordt soms afgekeurd.
- Geen doorschijnende kleding: lichte stof is prima, maar zorg dat het niet doorschijnt in de zon.
- Comfortabele schoenen: je loopt veel en klimt vaak trappen op. Slippers kunnen, maar stevige sandalen of lichte sneakers zijn echt fijner.
Neem altijd een fles water mee, liefst in een herbruikbare fles, en eventueel een kleine handdoek of sjaal om zweet af te vegen. In en rond de grotere tempels staan kraampjes waar je drinken en snacks kunt kopen, maar de prijzen liggen iets hoger dan in Siem Reap. Een pet of hoed, zonnebrand en eventueel een zonnebril zijn geen overbodige luxe, zeker midden op de dag.
Handig om in je dagrugzak te stoppen:
- kopie of foto van je paspoort en je Angkor Pass
- klein beetje contant geld in dollars en riel
- nat doekje of desinfectiegel voor na toiletbezoek
- dunne regenponcho als je in het regenseizoen reist
Let op je gedrag bij heiligdommen: ga niet op altaren zitten, raak beelden liever niet aan en let op waar je staat als mensen aan het bidden zijn. Een beetje respect wordt hier echt gewaardeerd en je valt minder op tussen de grote groepen.
Met of zonder gids naar Angkor Wat
Je kunt Angkor prima op eigen houtje verkennen, maar een lokale gids kan je bezoek veel leuker en begrijpelijker maken. Zeker bij Angkor Wat en de Bayon voegt uitleg echt iets toe.
Een gids kun je op verschillende manieren regelen:
- via je hotel in Siem Reap, vaak met vaste prijzen en betrouwbare contacten
- via een lokale touroperator in de stad, bijvoorbeeld rond de oude markt
- bij de ingang van het park of bij grote tempels, waar soms gidsen rondlopen die hun diensten aanbieden
De meeste gidsen spreken redelijk tot goed Engels en kennen de bekende fotoplekken en rustigere routes. Ze weten ook precies op welke tijd je waar het mooiste licht hebt. Een gids kan je bijvoorbeeld via een zij-ingang Angkor Wat binnenbrengen, zodat je eerst de rustige galerijen ziet en pas later de drukke hoofdingang.
Reis je met kinderen, dan kan een gids het verhaal luchtiger maken, met anekdotes over de apen bij Angkor Thom of de “jungletempel” Ta Prohm. Geef vooraf aan wat je belangrijk vindt: vooral foto’s, vooral geschiedenis, of gewoon een beetje van alles. Dan kan hij of zij het tempo daarop aanpassen en pauzes inbouwen bij kraampjes met drinken of ijs.
Als je liever zelf rondloopt, is een goede papieren kaart of offline kaart op je telefoon handig. Bij veel guesthouses in Siem Reap liggen gratis kaartjes van Angkor. Combineer dat met wat basisinformatie uit een reisgids of app en je komt een heel eind. Je mist dan misschien wat details, maar je hebt wel alle vrijheid om te blijven hangen waar jij het fijn vindt, bijvoorbeeld in een rustige hoek van Preah Khan of op de rand van Srah Srang.
Overnachten en eten rond Angkor Wat
Je slaapt niet bij Angkor zelf, maar in Siem Reap. De keuze aan accommodaties is groot, van simpele hostels tot luxe resorts. Het is echt fijn om iets met een zwembad te kiezen, zeker als je in het warme seizoen gaat. Na een paar uur tempels kijken is een duik in het water goud waard.
In de buurt van Pub Street en de oude markt vind je veel kleinschalige guesthouses en budgethotels. Handig als je ‘s avonds graag lopend naar restaurants en barretjes gaat. Iets verder weg, bijvoorbeeld langs de rivier of in de wijk rond Wat Bo, zitten rustigere boutiquehotels met tuin, grotere kamers en vaak een beter ontbijt. Reis je met kinderen, dan is zo’n rustigere plek vaak fijner dan midden in het uitgaansgebied.
Eten doe je meestal in Siem Reap. Rond Pub Street vind je alles: van eenvoudige Cambodjaanse eetstalletjes tot westerse restaurants en hippe koffietentjes. Probeer eens amok (vis- of kipcurry in bananenblad), lok lak (gemarineerd vlees met rijst en een limoendip) of een eenvoudige noedelsoep bij een lokaal tentje. Rond de tempels zelf zijn vooral eenvoudige eetplekjes, met gebakken rijst, noedels en drankjes. Verwacht daar geen uitgebreide menukaarten, maar wel een snelle, prima lunch.
Plan je dag zo dat je rond lunchtijd ergens in de buurt van een cluster restaurantjes bent, bijvoorbeeld tussen Angkor Wat en Angkor Thom of bij Ta Prohm. Vraag je tuktukchauffeur waar hij normaal met andere reizigers stopt. Die kent de praktische plekken meestal beter dan welke kaart dan ook en weet vaak ook welke kraampjes net iets schoner of lekkerder zijn.
In de avond kun je in Siem Reap nog naar de night market voor streetfood en souvenirs, of gewoon rustig eten bij een restaurantje net buiten Pub Street. Na een vroege start voor zonsopkomst ben je vaak blij als je na het eten gewoon je bed in kunt duiken.
Lees verder
- sydney: havenstad met strand, skyline en relaxed stadsleven
- melbourne: wijken, bezienswaardigheden en praktische tips
- great Barrier Reef bezoeken: zo pak je het aan
- outback: het ruige binnenland van Australië
Ben je tevreden over dit artikel?
Je feedback helpt ons onze content te verbeteren.
Bedankt voor je feedback. We nemen het mee.