Top 10 mooiste steden van Italië
Italië barst van de mooie steden. Van klassiekers als Rome en Venetië tot rustigere parels als Siena, Turijn en Bergamo: zo kies en combineer je jouw stedentrip.
Italië zit vol steden waar je zó een paar dagen zoet bent. Van wereldberoemde klassiekers tot rustige verrassingen waar je amper andere toeristen ziet. Als je houdt van sfeervolle pleinen, goed eten en slenteren door oude straatjes, kun je hier echt alle kanten op.
Het lastige is vooral kiezen. Ga je voor iconen als Rome en Venetië of juist voor minder drukke steden als Bergamo en Turijn? In deze top 10 neem ik je mee langs verschillende Italiaanse steden, met per stad wat je echt niet wilt missen, concrete voorbeelden en praktische tips om je stedentrip slim te plannen.
Rome: klassiekers, chaos en heel veel sfeer
Rome is zo’n stad waar je bij elke hoek denkt: o ja, dit herken ik ook ergens van. Je loopt langs het Colosseum, het Forum Romanum en de Trevifontein, terwijl er naast je gewoon een scooter voorbij scheurt en iemand een espresso achterover slaat aan de bar. Het is druk, soms chaotisch, maar de sfeer maakt heel veel goed.
Als je in de meivakantie of zomer gaat, moet je echt rekening houden met wachtrijen. Voor het Colosseum, Vaticaanmusea en Sint-Pietersbasiliek kun je beter vooraf online kaartjes kopen met een tijdslot. Dat voelt misschien wat strak gepland, maar het scheelt je zo een halve dag in de rij. Ga je met kinderen, dan is dat extra fijn: minder wachten in de hitte.
Wat Rome leuk maakt, is dat je makkelijk uit de drukte stapt. Steek bijvoorbeeld de Tiber over naar Trastevere. Daar vind je kleine pleinen, waslijnen boven je hoofd en trattoria’s waar je ’s avonds buiten eet. Of loop via de wijk Monti naar de Gianicolo-heuvel voor uitzicht over de daken van de stad. Dat is zo’n plek waar je even ademhaalt na een dag vol indrukken.
Waar slapen en hoe je je verplaatst
Rond station Termini is praktisch als je laat aankomt of vroeg vertrekt, maar het voelt wat zakelijk en druk. Met kinderen of als je het ’s avonds gezellig wilt hebben, is een verblijf in Monti, Prati of Trastevere vaak fijner. Daar loop je ’s avonds zo een leuk restaurant in zonder dat je je onveilig voelt.
- Beste reistijd: april, mei, september en oktober. In juli en augustus is het echt heet en druk.
- Vervoer: koop een dagkaart voor metro en bus als je veel wilt zien, maar plan ook bewust looproutes langs pleinen als Piazza Navona en Campo de’ Fiori.
- Valkuil: eten direct naast de Trevifontein of het Pantheon. Loop twee à drie straten weg en je betaalt minder voor vaak veel betere pasta of pizza.
Een handige extra tip: plan per dag maximaal twee “grote” bezienswaardigheden. Dus bijvoorbeeld Colosseum + Forum in de ochtend en later op de dag een rustigere wijk als Trastevere. Zo voorkom je dat je alleen maar van rij naar rij rent.
Venetië: kanalen, gondels en slimme timing
Venetië is zo’n stad waar je óf meteen verliefd op wordt, óf vooral de drukte ziet. Alles draait hier om het water: het Canal Grande, smalle grachtjes, bruggetjes en boten in plaats van bussen. De eerste keer dat je vanuit de vaporetto de Rialtobrug of Piazza San Marco ziet, blijft bijzonder, hoe toeristisch het ook is.
De grootste fout die veel mensen maken: midden op de dag door de meest bekende straten lopen. Tussen 10.00 en 16.00 uur is het bij San Marco en rond de Rialtobrug vaak filelopen. Ga vroeg op pad, rond 7.00 of 8.00 uur, dan zie je de stad wakker worden en heb je foto’s zonder massa’s mensen. Ook ’s avonds, als de dagjesmensen weg zijn, is de sfeer veel rustiger en romantischer.
Een gondeltocht is leuk, maar duur. Reken op een flink bedrag voor een half uur, ongeacht of je met twee of vier personen bent. Wil je wel het water op maar niet dat prijskaartje, neem dan een traghetto om het Canal Grande over te steken of koop een dagkaart voor de vaporetto. Daarmee vaar je bijvoorbeeld naar Murano (glasblazers) en Burano (gekleurde huisjes) zonder dat je portemonnee leegloopt.
Verblijven en eten in Venetië
Slapen in het historische centrum is magisch, zeker als je ’s avonds nog door bijna lege straatjes loopt. Maar het is ook duur en druk. Reis je met een kleiner budget of met kinderen, dan is overnachten in Mestre op het vasteland een goede optie. Vanaf daar pak je in ongeveer een kwartier de bus of trein naar het centrum.
- Handige wijken: Dorsoduro en Cannaregio zijn vaak wat rustiger en minder duur dan direct rond San Marco.
- Eten: vermijd restaurants met foto’s op het menu direct aan het Canal Grande. Zoek in zijstraatjes naar osteria’s waar veel Italianen zitten.
- Extra tip: neem een lichte dagrugzak en goede schoenen. Je loopt veel trappen op en af bij al die bruggetjes.
Als je gevoelig bent voor drukte, plan dan maximaal één volle dag in het hart van Venetië en gebruik een tweede dag voor de eilanden of juist voor rustigere wijken. Zo hou je het leuk en overzichtelijk.
Florence: kunst, uitzicht en Toscaanse sfeer
Florence voelt als een openluchtmuseum, maar dan compact genoeg om alles te voet te doen. De stad ligt midden in Toscane en is ideaal te combineren met plekken als Lucca, Pisa of de Chianti-streek. Je loopt langs renaissancegebouwen, kerken en pleinen en tussendoor pak je een espresso of ijsje.
De Duomo met zijn koepel is hét gezicht van de stad. Je kunt de koepel beklimmen, maar houd rekening met smalle trappen en drukte. Zelf vind ik het uitzicht vanaf Piazzale Michelangelo minstens zo mooi en een stuk relaxter. Neem eind van de middag een flesje wijn, wat olijven en brood mee en je hebt je eigen aperitivo met uitzicht over de Arno en de Ponte Vecchio.
Ben je van de musea, dan zijn de Galleria degli Uffizi en de Galleria dell’Accademia echt de moeite waard. Daar hangen werken van Botticelli en Michelangelo en staat de beroemde David. Boek deze musea vooraf, zeker in de zomer en schoolvakanties. Ben je minder van de kunst, dan is slenteren door wijken als Oltrarno en rond Santo Spirito al heerlijk genoeg.
Praktische keuzes in Florence
- Verblijf: rond Santa Croce, Santo Spirito of net buiten het drukste centrum heb je ’s avonds sfeer zonder massa’s toeristen.
- Vervoer: laat de auto buiten de stad of bij je agriturismo. In het centrum heb je ZTL-zones waar je flinke boetes kunt krijgen.
- Combineren: plan bijvoorbeeld 2 nachten Florence, daarna 3 nachten in de Toscaanse heuvels bij San Gimignano of Montepulciano.
Florence is ook een fijne stad om rustig te starten of juist af te sluiten. Begin je rondreis Toscane hier, dan kun je eerst even landen, een beetje rondkijken en daarna pas de auto ophalen om de regio in te gaan.
Milaan: mode, architectuur en handige uitvalsbasis
Milaan voelt minder als een ansichtkaart en meer als een echte werkstad. Kantoorgebouwen, modehuizen, brede straten en veel locals die gewoon naar hun werk gaan. Toch is het een leuke stad voor een stedentrip, zeker als je van winkelen en moderne architectuur houdt.
De Duomo van Milaan is het hoogtepunt, letterlijk en figuurlijk. Ga niet alleen naar binnen, maar ook het dak op. Tussen de spitsen doorlopen en over de stad uitkijken is echt bijzonder. Vlak daarnaast ligt de Galleria Vittorio Emanuele II, een chique passage met dure winkels. Leuk om even doorheen te lopen, ook als je niets koopt.
Voor een knussere sfeer ga je naar de wijk Brera, met kleine boetiekjes en wijnbarretjes, of naar Navigli, waar je langs de kanalen een aperitivo drinkt. Milaan is ook een perfecte uitvalsbasis voor een dagtrip naar het Comomeer of naar Bergamo. Met de trein ben je er vaak in minder dan een uur.
Veelgemaakte fouten in Milaan
- Alleen bij de Duomo blijven hangen: plan ook tijd voor Brera en Navigli, daar voel je de stad veel beter.
- Te laat kaartjes regelen: voor het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci moet je vaak weken van tevoren reserveren.
- Met de auto het centrum in willen: door milieuzones en dure parkeergarages is dat vooral gedoe. De metro is snel en duidelijk.
Als je Milaan combineert met het Comomeer, kun je bijvoorbeeld 2 nachten in de stad blijven en daarna 3 nachten in een dorp als Varenna of Menaggio. Zo heb je én stad én bergen én water in één reis.
Napels: rauw, levendig en de bakermat van de pizza
Napels is geen gepolijste stad. Je hoort scooters toeteren, ziet waslijnen boven de straat en overal ruik je eten. Het kan druk en rommelig voelen, maar als je daar doorheen kijkt, krijg je veel terug: uitzicht over de Golf van Napels, verborgen binnenplaatsen en natuurlijk de beste pizza’s.
De stad ligt perfect voor uitstapjes naar Pompeï, de Vesuvius, de Amalfikust en eilanden als Capri en Ischia. Zelf vind ik het ideaal om 3 of 4 nachten in Napels te blijven en van daaruit dagtrips te maken. Met de trein ben je in ongeveer een half uur in Pompeï en boten naar Capri vertrekken vanaf de haven.
In de stad zelf zijn Centro Storico en Spaccanapoli leuke wijken om doorheen te lopen. Smalle straatjes, kerken, kleine pizzeria’s en bakkerijen met sfogliatella. Voor pizza kun je naar bekende zaken als Da Michele of Sorbillo, maar ook kleinere pizzeria’s in zijstraten zijn vaak top. Ga wat eerder eten, rond 18.30 uur, dan ontloop je de langste rijen.
Napels veilig en relaxed beleven
Napels heeft een ruige reputatie, maar als je je gezonde verstand gebruikt, is het prima te doen. Draag je tas voor je in drukke straten, laat dure sieraden liever thuis en neem ’s avonds niet al je pasjes mee. Kies een fijne buurt om te slapen, bijvoorbeeld rond Piazza Bellini, Chiaia of Vomero. Die voelen ’s avonds prettiger dan de directe omgeving van het station.
- Handige tip: neem voor dagtrips naar Pompeï of de Amalfikust een kleine schoudertas mee in plaats van een grote rugzak.
- Vervoer: de metro is handig, maar taxi’s of een georganiseerde transfer kunnen ’s avonds prettiger voelen.
- Combineren: Napels is goed te koppelen aan Rome. Met de hogesnelheidstrein ben je er in ongeveer 1 uur en 10 minuten.
Als je gevoelig bent voor prikkels, plan dan ook een rustige dag. Bijvoorbeeld een dagje naar Procida of Ischia, waar het tempo lager ligt dan in de stad zelf.
Verona: Romeo, Julia en een compact centrum
Verona is een stuk kleiner dan Rome of Napels en voelt meteen overzichtelijk. De stad ligt in Noord-Italië, niet ver van het Gardameer, en is ideaal als je een paar dagen aan het meer wilt combineren met een stedentrip. Het centrum is compact en grotendeels autovrij.
Verona staat bekend als de stad van Romeo en Julia. Je kunt naar het huis van Julia, met het beroemde balkon en een klein binnenplaatsje. Leuk om even te zien, maar vaak druk en vrij toeristisch. De echte charme van Verona zit voor mij in pleinen als Piazza delle Erbe en in de Arena di Verona, het Romeinse amfitheater waar in de zomer opera’s worden opgevoerd.
Steek de rivier de Adige over via de Ponte Pietra en je staat binnen een paar minuten in een rustigere wijk met uitzichtpunten. Daar kun je de heuvel op wandelen of de kabelbaan nemen voor een mooi uitzicht over de stad. Neem de tijd om gewoon wat rond te dwalen, een koffie te drinken op een terras en mensen te kijken. Verona is zo’n stad waar je niet per se een lange lijst bezienswaardigheden nodig hebt om het naar je zin te hebben.
Verona en het Gardameer combineren
- Treinverbinding: vanaf Verona ben je in ongeveer een half uur in Peschiera del Garda of Desenzano.
- Fijne volgorde: eerst 2 nachten Verona, daarna 3 tot 5 nachten aan het Gardameer in een dorp als Sirmione of Bardolino.
- Met kinderen: combineer Verona met een dagje Gardaland of Caneva Aquapark bij het meer.
Verona is ook een fijne tussenstop als je met de auto naar Zuid-Italië rijdt. Eén of twee nachten hier breken de reis en je hebt meteen een leuke stad meegepakt.
Bologna en Siena: sfeervol en net wat rustiger
Bologna en Siena zijn perfect als je al eens in Rome of Florence bent geweest en nu iets anders zoekt. Ze zijn sfeervol, minder overlopen en voelen een tikkeltje rustiger, zonder saai te zijn. Ideaal als je houdt van goed eten en slenteren door oude straatjes.
Bologna: portico’s, pasta en studenten
Bologna is de hoofdstad van Emilia-Romagna en een paradijs voor lekkerbekken. Tagliatelle al ragù (wat wij vaak bolognesesaus noemen), tortellini in bouillon, mortadella: het komt hier allemaal vandaan. In straten als Via delle Pescherie Vecchie zie je kraampjes met kazen, vleeswaren en verse pasta. Als je van goed eten houdt, zit je hier fantastisch.
De stad herken je aan de lange portico’s, overdekte galerijen waaronder je kunt lopen. Handig bij regen of juist felle zon. De twee scheve torens, Asinelli en Garisenda, zijn het herkenningspunt van de stad. Je kunt de Asinelli-toren beklimmen voor uitzicht, maar houd rekening met veel trappen en smalle gangen.
Door de universiteit is Bologna een echte studentenstad, met een jonge sfeer en veel betaalbare eettentjes. Rond Via Zamboni en Piazza Verdi is het ’s avonds levendig. Wil je iets rustiger zitten, kies dan een accommodatie rond Piazza Maggiore of net daarbuiten.
Siena: middeleeuwse steegjes en Toscaanse heuvels
Siena ligt in Toscane en voelt kleiner en rustiger dan Florence. De stad is gebouwd op een heuvel en heeft een prachtig schelpvormig plein, Piazza del Campo. Daar wordt twee keer per jaar de beroemde paardenrace, de Palio, gehouden. Buiten die dagen om is het plein vooral een fijne plek om te zitten, een koffie te drinken en mensen te kijken.
De middeleeuwse sfeer is hier goed bewaard gebleven. Smalle straatjes, bakstenen huizen, kerken op elke hoek. Veel mensen combineren Siena met een verblijf in de Toscaanse heuvels rond San Gimignano, Montepulciano of Montalcino. Dan heb je stad én uitzicht op wijngaarden en cipressen.
Let op met de auto: net als in andere Italiaanse steden heb je ZTL-zones waar je niet zomaar mag rijden. Parkeer in een parkeergarage buiten het historische centrum, bijvoorbeeld bij Parcheggio Santa Caterina, en loop het laatste stuk omhoog. Dat scheelt stress en mogelijke boetes.
Turijn en Bergamo: elegante steden in het noorden
In Noord-Italië liggen nog twee steden die vaak worden overgeslagen, maar echt de moeite waard zijn: Turijn en Bergamo. Beide zijn goed bereikbaar per vliegtuig en trein en voelen een stuk minder toeristisch dan Venetië of Florence. Ideaal als je het wat rustiger wilt aanpakken.
Turijn: Alpen op de achtergrond en slow food
Turijn ligt aan de rivier de Po en op heldere dagen zie je in de verte de besneeuwde toppen van de Alpen. De stad heeft brede lanen, statige gebouwen en veel pleinen met arcades. Het voelt elegant en een beetje Frans, wat logisch is gezien de ligging dicht bij de Franse grens.
Turijn is een van de bakermatten van de slowfood-beweging. Je merkt dat aan de aandacht voor lokale producten en goede ingrediënten. In de wijken rond Piazza San Carlo en Quadrilatero Romano vind je veel fijne restaurants en wijnbars. Leuk zijn ook de oude koffiehuizen, waar je een bicerin kunt drinken, een lokale specialiteit met koffie, chocolade en room.
Doordat Turijn een universiteitsstad is, hangt er een ontspannen sfeer en struikel je niet over de toeristen. Met de trein ben je bovendien zo in de bergen of bij meren als Lago Maggiore en Lago d’Orta. Dat maakt Turijn een fijne uitvalsbasis als je stad en natuur wilt combineren.
Bergamo: bovenstad, benedenstad en veel rust
Bergamo ligt vlak bij Milaan en wordt vaak alleen gezien als luchthaven, maar dat is echt zonde. De stad heeft een moderne benedenstad (Città Bassa) en een prachtige historische bovenstad (Città Alta) op een heuvel. Met een kabelbaantje ga je naar boven, wat op zich al leuk is om te doen, zeker met kinderen.
Boven vind je smalle straatjes, oude stadsmuren, kerken en kleine pleinen. Het voelt bijna als een dorp, zo rustig kan het er zijn, vooral buiten het hoogseizoen. Voor wie de sfeer van Italië wil zonder de massadrukte van steden als Rome, is Bergamo echt een fijne verrassing. Ga koffie drinken op Piazza Vecchia en dwaal daarna gewoon wat rond.
Omdat Bergamo zo dicht bij Milaan ligt, kun je ze makkelijk combineren. Vlieg bijvoorbeeld op Bergamo, blijf daar 1 of 2 nachten en reis dan met de trein door naar Milaan of het Comomeer. Zo haal je het maximale uit je vlucht zonder dat je alleen maar op het vliegveld komt.
Je stedentrip naar Italië plannen
Met zoveel mooie steden is het verleidelijk om alles in één reis te willen proppen. In de praktijk werkt het beter om te kiezen: liever twee of drie steden goed zien dan vijf steden half. Zeker als je met kinderen reist of ook nog strand of natuur wilt meepakken.
Handige combinaties en routes
- Rome + Napels + Amalfikust: cultuur, geschiedenis en kust. Reis met de hogesnelheidstrein tussen Rome en Napels en pak vanaf daar de boot of bus naar Sorrento, Positano of Amalfi.
- Florence + Siena + Toscane: stedentrip gecombineerd met een paar dagen tussen de wijngaarden of in een agriturismo bij San Gimignano of Montepulciano.
- Milaan + Bergamo + Comomeer: stedentrip met een vleugje merengebied. Overnacht in Milaan en Bergamo en sluit af in een dorp als Varenna of Bellagio.
- Venetië + Verona + Gardameer: romantische steden en daarna ontspannen aan het water bij Peschiera del Garda of Sirmione.
Let bij het plannen op de reistijd tussen de steden. De hogesnelheidstreinen in Italië zijn snel en comfortabel, maar je verliest altijd tijd met naar het station gaan, in- en uitstappen en van en naar je accommodatie reizen. Probeer minimaal twee nachten per stad te blijven, dan heb je echt de tijd om de sfeer te proeven in plaats van alleen maar koffers te slepen.
Beste periode, budget en praktische keuzes
De drukste maanden zijn juli en augustus. Dan is het in steden als Rome, Florence en Napels niet alleen druk, maar ook gewoon heel heet. Reizen in het voor- of najaar is vaak een stuk relaxter. April, mei, september en begin oktober zijn meestal ideaal. In november en februari is het rustiger en vaak goedkoper, maar houd rekening met meer kans op regen en kortere dagen.
Qua budget kun je het in Italië zo duur of goedkoop maken als je zelf wilt. Overnachten in het centrum van Venetië of Florence is prijzig, terwijl je in steden als Turijn, Bologna of Bergamo vaak veel meer waar voor je geld krijgt. Eten hoeft niet duur te zijn: een goede pizza of bord pasta in een eenvoudige trattoria is vaak beter dan een toeristisch menu op een toplocatie.
- Boek slim: kijk ook naar kleinere B&B’s net buiten het drukste centrum, bijvoorbeeld in Oltrarno (Florence) of Cannaregio (Venetië).
- Reis licht: met een kleinere koffer of rugzak manoeuvreer je makkelijker door steegjes, trappen en drukke stations.
- Plan rustmomenten: bouw per dag één moment in waarop je gewoon op een plein gaat zitten met een koffie of ijsje. Dat zijn vaak de momenten die je het best onthoudt.
Welke stad je uiteindelijk ook kiest, je zit in Italië bijna nooit echt mis. Elke stad heeft zijn eigen karakter, maar overal vind je die mix van historie, pleinen, kerken, goede koffie en eten. Het belangrijkste is dat je een tempo kiest dat bij jou past, zodat je niet alleen de hoogtepunten afvinkt, maar de steden ook echt ervaart.
Lees verder
- de mooiste steden van Mexico voor je rondreis
- de 7 mooiste steden van Zuid-Afrika voor je rondreis
- de 10 mooiste steden van Frankrijk voor een stedentrip
- de 10 mooiste steden van België voor een korte trip
Ben je tevreden over dit artikel?
Je feedback helpt ons onze content te verbeteren.
Bedankt voor je feedback. We nemen het mee.